Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Oost-Indievaarder 'De Alblasserdam' verging in Zuid-Chinese Zee (zondag 2 juni 2013)

Afbeelding bij Column: Oost-Indievaarder 'De Alblasserdam' verging in Zuid-Chinese Zee

Op 14 juli 1735 voltrekt zich een grote scheepsramp in de Zuid Chinese Zee. Het Nederlandse retourschip van de V.O.C. met de naam ‘Alblasserdam’, vergaat op haar tocht richting de Chinese plaats Canton, het huidige Guangzhou.

De ‘Alblasserdam’ was een in 1725 gebouwde Oost-Indiëvaarder, een zogenaamd ‘Spiegelretourschip’ met een laadvermogen van 600 ton, en een lengte van 130 voet. Aan boord waren tussen de 140 en 160 man. Slechts 13 daarvan overleefden de ramp in de Zuid-Chinese Zee.

In 1725 was de ‘Alblasserdam’, een schip van het type ‘hekboot’ gebouwd voor de V.O.C. Kamer van Delft, op een werf in Delfshaven.

Midden in de 17e eeuw was de hekboot in zwang geraakt als vrachtschip voor de Verenigde Oost- Indische Compagnie, de V.O.C. Het was een soort fluitschip, maar dan langer en voor en achter breed met een kleine platte maar hoge spiegel, dit om veel vracht te kunnen vervoeren. Nicolaes Witsen noemt het in zijn boek ‘Aeloude en hedendaegsche Scheepsbouw en Bestier’, uit 1671 ‘een mengvorm met als onderschip de kenmerken van een fluit en de bovenbouw van een pinas’.

Nadat ze in begin 1727 afgebouwd was, begon de ‘Alblasserdam’ aan haar eerste reis voor de V.O.C. Kamer van Delft naar Oost-Indië. Op 4 april van dat jaar vertrok de ‘Alblasserdam’ onder bevel van Schipper Arie Janszoon Verduin, van de Rede van Goeree naar Batavia. Op 5 augustus kwam het schip aan bij Kaap de Goede Hoop, waar het tot 22 augustus bleef om voedsel en water in te slaan. Hierna werd de reis naar Batavia vervolgd. Na een goede oversteek van de Indische Oceaan werd op 25 oktober in Batavia afgemeerd.

Pas eind 1728 horen we weer iets van het schip de ‘Alblasserdam’ als, wederom onder bevel van Schipper Arie Janszoon Verduin een reis wordt ondernomen naar het in het noordwesten van het huidige India gelegen Suratte.

Het tegenwoordige Surat was een beroemde handelsstad, Het ligt aan de rivier de Tapti. De Engelsen hadden al in het begin van 1600 een factorij in de stad Surat, na daar de Portugezen te hebben weggejaagd. De Nederlander Pieter van den Broecke vestigde in 1616, na enkele niet-geslaagde pogingen een handelspost in Surat. Deze Nederlandse handelspost in Noord-India bestond tot ongeveer 1760.

In 1729 haalde de ‘Alblasserdam’ katoen op uit Surat, dat ze naar Batavia bracht. Waar ze volgeladen op 3 juli 1729 weer terugkeerde.

De ‘Alblasserdam’ was een zogenaamd retourschip, en die naam maakte ze voor het eerst waar in 1730 toen het voor de V.O.C. Kamer van Zeeland, onder bevel van een nieuwe schipper: Herman Brand op 1 december van dat jaar koers zette naar het thuisland. Van 22 maart tot 11 april 1731 werd wederom Kaap de Goede Hoop aangedaan, en werden daar proviand en water ingeslagen voor de verdere terugreis naar Nederland. Op 30 juli 1731 meerde de ‘Alblasserdam’ na een zeer voorspoedig laatste stuk over de Atlantische Oceaan af, bij Fort Rammekens bij Vlissingen in Zeeland. De eerste heen en terugreis van het schip zat erop.

Op 30 april 1732 vertrok de ‘Alblasserdam’ voor de V.O.C. Kamer van Zeeland, wederom van de Rede van Goeree naar Batavia. Nu onder bevel van schipper Joris van Kleef. Ook deze reis deed Kaap de Goede Hoop aan, en wel van 22 augustus tot 06 september 1732. Na weer een voorspoedige oversteek van de Indische Oceaan, kwam de ‘Alblasserdam’ op 07 december 1732 te Batavia aan.

Nog een keer zou het schip de retourreis naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoals ons land toen heette, maken. Onder bevel van Schipper Joris van Kleef werd op 31 maart 1733, nu voor de V.O.C. Kamer van Amsterdam, koers gezet naar Kaap de Goede Hoop, waar tussen 19 juni en 2 juli 1733 proviand en water werd ingeladen, voor-dat aan de lange reis over de Atlantische Oceaan naar het vaderland werd begonnen. Ook dit laatste stuk van deze tweede reis naar Oost-Indië verliep voorspoedig, want op 8 augustus 1733 meerde Schipper van Kleef de ‘Alblasserdam’ af in de haven van Amsterdam. Na haar goederen hier gelost te hebben werd voor het laatste stukje van deze reis koers gezet naar Texel.

Op 25 maart 1734 begon de derde, en jammer genoeg ook de laatste reis naar Oost-Indië voor de ‘Alblasserdam’. Nu vertrok het schip voor de V.O.C. Kamer van Amsterdam, onder bevel van Schipper Michiel Vonk van de Rede van Texel.  Van een opvarende heb ik wat gegevens kunnen achter-halen. Aan boord bevond zich namelijk een zekere Pieter van den Velde, geboren in Amersfoort op 20 april 1714. Deze 20 jarige Pieter was de zoon van Bartholomeus van der Velde, burgemeester van Amersfoort, en Aletta van der Lingen. Pieter van den Velde ging naar Batavia als koopman in dienst van de V.O.C.

Van 01 september tot 17 september 1734 werd Kaap de Goede Hoop weer aangedaan door de ‘Alblasserdam’. Pieter van den Velde, kon zich hier de ogen uit kijken, want hij was nu voor het eerst in dit exotische gebied.

Op 12 december 1734 stapte Pieter van den Velde in Batavia van de ‘Alblasserdam’, alwaar zijn toekomstige bruid Clasina Helena op hem wachtte. Van Clasina Helena weten we dat ze op 22 februari 1722 in de Hollandse Kerk in Batavia was gedoopt. Hoogst waarschijnlijk was ze dus een negental jaren jonger dan Pieter van den Velden. Of er uit het huwelijk van Pieter met Clasina Helena kinderen zijn voortgekomen vermeld mijn bron niet. Wel weet ik dat Clasina op 10 februari 1757 in Batavia overleed, in de leeftijd van 34 jaar. Ook Pieter van den Velde, inmiddels opperkoopman in dienst van de V.O.C. werd niet oud. Op 7 augustus 1759 overleed hij op 45 jarige leeftijd in Batavia.

De ‘Alblasserdam’ bleef niet lang in Batavia. Al snel werd ze naar Patani, onder Thailand gezonden om daar thee te gaan halen. Het schip stond nog steeds onder bevel van Schipper Michiel Vonk, en voer nu voor de V.O.C. Kamer van Batavia.

Patani was in 1735 een zelfstandig moslim-staatje waar Thailand al eeuwen zijn zinnen op gezet had. De Moslims van Patani konden tot 1786 de Boeddhistische aanvallen van de Thai weerstaan. Daarna werden ze ingelijfd bij Thailand.

Toen de ‘Alblasserdam’ dus in het begin van 1735 in Patani afmeerde, deden ze zaken met de Moslim handelaren, en konden het schip, helaas tegen een matige prijs, vol met thee laden.

De bedoeling was om deze thee naar de theemarkt van de Chinese stad Canton te gaan brengen. Vanaf 1728 voer de V.O.C. op Canton. De theehandel was in die jaren zeer belangrijk geworden. Andere Europese landen waren de V.O.C. al voorgegaan en hadden al een belangrijke plaats op de Europese theemarkt verworven. In Canton werd niet alleen thee verhandeld, maar ook porselein. De Europeanen konden niet zomaar hun gang gaan in China. De Chinese Keizer stelde strenge voorwaarden aan de handel. China was daarmee in die jaren enigszins vergelijk-baar met Japan. De Keizer bepaalde dat de Europese compagnieën slechts vanuit één stad mochten opereren: Canton.

De stad lag circa honderd kilometer landinwaarts, aan de Parelrivier. De Europese handelskantoren lagen buiten de stadsmuren van Canton.

Rechtstreeks contact met Chinese handelaren was verboden en verliep via de zogenaamde ‘hong’. De ‘hong’ was de functionaris die voor de Europeanen de betaling van belastingen en de huur van de gebouwen verzorgde, en optrad als tussenpersoon bij de handel met Chinese afnemers en leve-ranciers.

Schipper Michiel Vonk mocht met de ‘Alblasserdam’ nu dus voor de eerste keer naar China. Volgeladen met thee vertrok hij uit Patani en voer richting de Zuid-Chinese Zee.

Maar Canton zouden ze niet halen…….

Volgeladen met thee, in opdracht van de V.O.C. Kamer van Batavia, was de ‘Alblasserdam’ be-gonnen aan zijn laatste reis. Voor het eerst zou het schip China gaan bezoeken.

Schipper Vonk stak de Zuid-Chinese zee over, en zette koers naar de monding van de Parelrivier, om zo naar Canton te kunnen varen.

Helaas liep het schip voor de kust van China aan de grond in een zware storm……. 

De 'Alblasserdam' verging op 14 juli 1735 tijdens de heenreis op weg van Patani naar Canton, in een voor de Nederlanders onbekend gebied voor de Chinese kust. De Schipper, opperstuurman en 11 man zijn geborgen. Wat er verder van hen geworden is, is mij onbekend……..

Bronnen:
www.wrecksite.eu
www.voc-kenniscentrum.nl

Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's.


Andere columns