Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Cornelis van Eesteren - Deel 1: Zijn jonge Jaren (zaterdag 5 oktober 2013)

Afbeelding bij Column: Cornelis van Eesteren - Deel 1: Zijn jonge Jaren
 
 
Op zaterdag 5 oktober 2013 opent het Van Eesterenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling 'De Jonge van Eesteren'. Deze 'dubbel' tentoonstelling wordt georganiseerd ter ere van de heropening van ‘Het Huis van Zessen’ in Alblasserdam. Het Huis van Zessen is in 1923 ontworpen door de jonge, toen slechts 26 jaar oude Cornelis van Eesteren, samen met Theo van Doesburg. Cornelis van Eesteren ontmoette Theo van Doesburg in Duitsland tijdens zijn reis door Europa nadat hij de Prix de Rome gewonnen had. Tijdens deze reis leerde Cornelis van Eesteren de kopstukken van de Europese avant-garde en ‘De Stijl’ kennen.
 
Het ‘Huis van Zessen,’ gelegen aan de West-Kinderdijk nummer 89 in Alblasserdam, is door het primaire kleurgebruik een cruciaal ontwerp geworden in de ontwikkeling van de principes van ‘De Stijl’. In de periode waar Cornelis van Eesteren met Theo van Doesburg samenwerkte, werd tevens de kiem gelegd voor het functionalisme in de stedenbouw, dat de jonge Cornelis van Eesteren later toepaste als stedenbouwkundige voor de Westelijke Tuinsteden, het huidige Amsterdam Nieuw-West.
 
Vanaf 6 oktober 2013 zal er in de museumwoning 'Het huis van Zessen' aan de Westkinderdijk in Alblasserdam een tentoonstelling te zien zijn over de jonge Cornelis van Eesteren en 'De Stijl' in Alblasserdam.
 
In 1897 werd stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren in Alblasserdam geboren.
 
Maar er gebeurde nog veel meer in dat jaar. Hoogte- en dieptepunten. 1897 is namelijk ook het jaar waarin het nieuws van de goudvondst bij Klondike in Alaska de Verenigde Staten bereikt, en de goudkoorts van Klondike uitbrak. Het is ook het jaar van de uitvinding van de roltrap door de Amerikaan Charles Seeberger.
 
1897 is het jaar waarin het reuzenrad in het Prater (Wenen) wordt gebouwd. Maar ook het jaar  waarin het Huis van Afgevaardigden van de Amerikaanse staat Indiana een wet aanneemt die de waarde van pi vaststelt. En het is het jaar van de wereldpremière van het toneelstuk Cyrano de Bergerac van Edmond Rostand.
 
Op 1 januari van 1897 wordt Brooklyn bij New York City gevoegd, en op 4 maart 1897 wordt William McKinley ingewijd als president van de Verenigde Staten, terwijl op 30 april 1897 de Amerikaan Joseph John Thomson de ontdekking van het elektron bekend maakte.
Op 11 juli 1897 stijgt de Zweedse ballonvaarder Salomon August Andrée met twee metgezellen op vanaf Spitsbergen, voor een ballontocht over de Noordpool naar Alaska. Helaas gaat alles op deze tocht mis,  en op 17 oktober 1897 maakt Salomon August Andrée zijn laatste dagboekaantekeningen, welke pas in 1930 worden teruggevonden. 
 
En enkele weken na de geboorte van Cornelis van Eesteren wordt op 27 juli 1897 in Den Haag het nieuwe Kabinet-Pierson, bestaande uit enkel liberale ministers beëdigd.
 
Cornelis van Eesteren werd geboren in Alblasserdam op 4 juli 1897, en is overleden, ook in Alblasserdam, op 21 februari 1988. Hij was een Nederlandse architect en stedenbouwkundige. Hij richtte zich vooral op de stedenbouw. Maatschappelijke problemen wilde hij ruimtelijk oplossen. Naar aanleiding van hoe hij dat wilde oplossen ontstond pas het werk. Hij liet de vorm dus ontstaan naar aanleiding van het probleem. De centrale plaats was dus weggelegd voor de functionaliteit van de door hem ontworpen gebouwen.
 
Cornelis van Eesteren was de oudste zoon van de aannemer Balten van Eesteren, directeur van het aannemersbedrijf Boele & Van Eesteren, en later wethouder van Alblasserdam. Balten van Eesteren was ook vanaf 1919 lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Cornelis van Eesteren was als oudste zoon voorbestemd om ook aannemer te worden en leerde het vak van onderaf. Hij begon zijn loopbaan als timmerman, bouwopzichter en tekenaar in het bouw- en timmerbedrijf van zijn vader. 
 
In 1914 begon hij een opleiding aan de Academie van Beeldende kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam, niet om architect te worden, maar om architecten, zijn toekomstige klanten, te leren kennen en vertrouwd te raken met het ontwerpproces. Zijn medeleerlingen waren onder andere Willem Gispen, Leendert van der Vlugt, J.M. Luthman en H.P.J. de Vries. Daarnaast was hij werkzaam bij Willem Kromhout (zie tekening hiernaast) en korte tijd in de architectenmaatschap van Albert Otten en W.F. Overeynder, waar hij onder Jan Wils werkte. Willem Kromhout wekte zijn interesse in de architectuur en daarom koos Cornelis van Eesteren ervoor om architect te worden in plaats van aannemer. In 1917 voltooide hij zijn opleiding.
 
Vanaf 1914 woedde ook de Eerste Wereldoorlog in onze omringende landen. Gelukkig wist de wereldbevolking toen nog niet dat er nog een tweede wereldoorlog zou komen, en daarom werd in die tijd de Eerste Wereldoorlog gewoon de Groote Oorlog of de Wereldoorlog genoemd. Maar deze oorlog ging dus helemaal aan Cornelis van Eesteren voorbij, omdat gelukkig ons land neutraal bleef, of toch niet…? 
 
Er waren in Nederland 500.000 mannen gemobiliseerd, die hun gezin en hun werk in de steek hadden moeten laten. Mede daardoor heerste in het leger en op de vloot grote ontevredenheid. Er waren al rellen uitgebroken, officieren werden soms niet meer gehoorzaamd. Revolutie broeide, net als overal in Europa. In de laatste jaren van de oorlog had de ellende verder toegeslagen: bedrijven gingen dicht, duizenden kwamen op straat te staan. Daar kwam ziekte bij (de Spaanse griep maakte in 1918 in Nederland alleen al 17.400 slachtoffers) en honger. Het broodrantsoen was verlaagd. Troepen waren in Amsterdam en Rotterdam ingezet om plunderingen de kop in te drukken…...
 
Toen op 11 november 1918 het einde van de oorlog kwam en Nederland de rekening kon opmaken, stond de zaak er beroerd voor. Maar wie de vergelijking maakt met de verwoestingen in België en Frankrijk, kan niet anders dan concluderen dat Nederland toch door het oog van een naald is gekropen.  
 
Cornelis van Eesteren voelde zich na zijn diploma gehaald te hebben, zelfverzekerd genoeg om deel te nemen aan enkele prijsvraagontwerpen. Voor de prijsvraag voor een 'pakhuis aan een der havens in een Nederlandsche stad', uitgeschreven in 1917 door de Rotterdamse Vereniging Bouwkunst en Vriendschap, diende hij een Amsterdamse School-achtig ontwerp in, waarmee hij een gedeelde eerste prijs won. Zijn prijsvraagontwerp voor een paviljoen in het Stadspark in Groningen, in hetzelfde jaar uitgeschreven door de Vereeniging tot bevordering van den bloei van Groningen, 'de Centrale', sloot meer aan bij de stijl van zijn voormalige leraar Willem Kromhout.
 
Aan het einde van zijn studie en enkele maanden daarna, ontwierp hij voor het aannemersbedrijf van zijn vader verschillende woonhuizen in Alblasserdam, waaronder het woon-winkelhuis van A. van Zessen, en de verbouwing van het huis van zijn vader. In deze periode, die hij later zijn 'korte aannemerspraktijk' noemde, besloot hij om op een 'hooger plan' te komen en definitief architect te worden.
 
In het midden van 1918 gaf zijn vader, inmiddels C.H.U.-gemeenteraadslid in Alblasserdam, hem ook de opdracht een uitbreidingsplan voor Alblasserdam te maken. In dit eerste stedenbouwkundige project van Cornelis van Eesteren volgde hij in grote lijnen Berlage. Eind 1918 of begin 1919 trad hij als tekenaar in dienst van architect Willem Verschoor in Den Haag, waar hij ook tekenlessen volgde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Willem Verschoor maakte hem bekend met de mogelijkheden van gewapend beton en confronteerde Cornelis van Eesteren met het door de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright geïnspireerde werk van de ‘De Stijl’-architecten Robert van 't Hoff en Jan Wils. Onder begeleiding van Willem Verschoor ontwierp hij een ambitieus uitbreidingplan voor Alphen aan den Rijn.
 
Van 1919 tot 1921 volgde hij een avondopleiding aan het V.H.B.O. in Amsterdam, waar hij onder meer les kreeg van J.L.M. Lauweriks (architectuur en meubelontwerp), Jan de Meyer en Arie Keppler (stedenbouwkunde), terwijl hij overdag op het architectenbureau van Gerrit Jan Rutgers, eveneens in Amsterdam, werkte. De nadruk op het V.H.B.O. lag destijds niet de praktische kant van de architectuur, maar op synthese, vormgeving en het grote gebaar.
 
Van de student werd verwacht dat hij het bouwkundige deel al beheerste en deze nu alleen nog zou moeten overstijgen. Cornelis van Eesteren was in zijn studententijd enerzijds een navolger van Berlage en werd anderzijds beïnvloed door het uit Duitsland overgewaaide expressionisme. In 1919 sloot hij zich ook aan bij de Amsterdamse School door lid te worden van Architectura et Amicitia, waar hij tot 1924 lid van zou blijven.
 
In juni 1921 nam Cornelis van Eesteren deel aan de Prix de Rome voor architectuur. Hiervoor had hij drie maanden de tijd, om een ontwerp te maken van een 'Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten' aan de Amstel. Hij won de eerste plaats en zijn ontwerpen werden van 25 december tot en met 1 januari 1922 tentoongesteld in de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Naar aanleiding hiervan schreef hij de notitie 'mij is de Prix de Rome toegekend', waarin hij het stedenbouwkundige probleem in relatie tot het moderne leven beschrijft en concludeert dat, ondanks het pionierswerk van Berlage, er nog steeds geen bruikbare theorie aangaande dit probleem bestond. Hiermee was Cornelis van Eesterens interesse voor stedenbouwkunde definitief gewekt.
 
Maar 1922 was op nog  veel andere gebieden ook een gedenkwaardig jaar. De eerste compleet intacte grafkamer van een Egyptische farao werd op 4 november 1922 ontdekt in de Vallei der Koningen door de Brit Howard Carter. Het is vermoedelijk het graf van Toetanchamon. Op 26 november komt aan deze onzekerheid hierover een eind, wanneer de naam Toetanchamon zichtbaar wordt en de koninklijke grafkamer waarin zijn sarcofaag ligt geopend wordt.
 
Op 9 juli 1922 dook de Amerikaanse zwemmer Johnny Weismuller als eerste mens onder de minuut op de 100 meter vrije slag; in Alameda brengt de latere filmster, vooral bekend van zijn rol als Tarzan, het wereldrecord op deze afstand op 58,6 seconden. Op 22 juni houdt het Permanente Hof van Arbitrage zijn eerste zitting te Den Haag. En op 1 april 1922 kreeg de toen 48-jarige Anton Philips de leiding van de, in 1891 door zijn vader Frederik en zijn oudere broer Gerard gestichte, gloeilampenfabriek Philips & Co te Eindhoven.
 
In 1922 gebruikte Cornelis van Eesteren zijn Prix de Rome-toelage om gedurende tien maanden, architectuur en stedenbouw in Duitsland en omstreken te gaan bestuderen. Eind februari kwam hij aan in Berlijn waar hij zijn reis begon.
 
Hij maakt er kennis met het werk van architecten als E. Mendelsohn, Eliel Saarinen en Adolf Loos en maakt kennis met kunstenaars van de Bauhausopleiding in Weimar. Hij ontmoet er ook Theo van Doesburg, met wie hij een drietal woningen ontwerpt. Tekeningen en maquettes daarvan worden geëxposeerd op de tentoonstelling 'Les Architectes du Groupe De Stijl' in de Parijse 'Galerie de l'Effort Moderne' in 1923.
 
Na deze reis kriskras door Duitsland, langs de landen van de Oostzee,  Tsjechië en Wenen, verbleef van Eesteren vanaf 1 december van dat jaar, in München. Omstreeks die tijd ontmoette hij in een treincoupé zijn latere partner, Frieda Fluck, of 'Fritz', zoals hij haar noemde. Begin december moest Cornelis van Eesteren nog even in Berlijn zijn, om formaliteiten te regelen voor zijn vertrek terug naar Nederland en om afscheid te nemen van bekenden, waarbij hij en passant de stedenbouwkundige 'zwaargewichten' Heinrich de Fries en Werner Hegemann ontmoette. Vervolgens reisde hij via Konstanz, om Frieda Fluck nog even te zien, Stuttgart en Karlsruhe terug naar Nederland. Op 21 december 1922 was hij weer thuis.
 
Op 27 en 28 december was hij in Den Haag, om samen met Theo van Doesburg en Rietveld de bouw van een villa voor de Parijse galeriehouder Léonce Rosenberg te bespreken. Al in maart 1920 vroeg Rosenberg leden van ‘De Stijl’ een buitenhuis annex 'centrum van cultuur' in de omgeving van Parijs te ontwerpen en de ontwerpen tentoon te stellen in zijn galerie, L'Effort Moderne.
 
Het was Rosenbergs uitdrukkelijke wens, dat de leden van ‘De Stijl’ gezamenlijk aan dit project zouden werken. Op 10 januari 1923 volgde er een tweede bespreking — nu met Wils —, waarop besloten werd dat Wils en Cornelis van Eesteren het gebouw zouden ontwerpen, Mondriaan en Van Doesburg het zouden 'oplossen' in kleur en Rietveld de meubels zou ontwerpen. In maart, echter, werd Wils op aandringen van Rietveld niet verder bij de onderneming betrokken. Een derde en laatste bespreking vond van 28 tot 31 maart plaats in Amsterdam. Kort daarna gingen Cornelis van Eesteren en Theo van Doesburg op reis, kennelijk met de afspraak elkaar later dat jaar in Parijs te treffen.
 
Cornelis van Eesteren verkeerde in hoge kringen. Je zult toch als aankomend stedenbouwkundige maar samenwerken met wereldberoemde mensen als Rietveld en Mondriaan……
 
Ondertussen ontwierp Cornelis van Eesteren, die tijdelijk weer bij zijn ouders in Alblasserdam woonde, in januari een villa voor zijn vader en in maart een woonhuis voor de weduwe A. van Zessen aldaar. Alleen het laatste ontwerp, dat vanaf het water gezien kubusvormig is en - net als de woonhuizen van Loos, die hij in Wenen zag - van binnen naar buiten lijkt te zijn ontworpen, werd uitgevoerd. Verder studeerde hij veel, bezocht hij begin februari zijn vriendin Fritz in Zwitserland, en maakte hij uitstapjes naar Amsterdam en Den Haag, waar hij van 24 tot en met 27 februari tijd doorbracht met de van Doesburgs, Kurt Schwitters en anderen.
 
Bron: Wikipedia.
Klik hier voor gegevens over 'Het Huis van Zessen'
 
Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's en video.
 
Zie hieronder de video: Cornelis van Eesteren - Het nieuwe bouwen: Licht, lucht en ruimte
 

Andere columns