Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

In Memoriam: 'Alblasserdammer en Oorlogsveteraan Arie Keesmaat' (zondag 8 december 2013)

Afbeelding bij Column: In Memoriam: 'Alblasserdammer en Oorlogsveteraan Arie Keesmaat'
 
Op 12 november 2013 overleed op 87 jarige leeftijd Arie Keesmaat uit Alblasserdam.
 
Arie Keesmaat (foto hiernaast) heeft zijn levensverhaal zo rond 2005 verteld aan J. Mastenbroek uit Gouda, de schrijver van het boek ’t Gevaar ontkomen’. In dit boek laat auteur Mastenbroek een 16-tal oorlogsveteranen, waaronder dus Alblasserdammer Arie Keesmaat hun eigen verhaal vertellen.
 
Arie Keesmaat werd in 1926 in Alblasserdam geboren. 
 
De eerste 13 jaar van zijn leven waren in vergelijking met wat ging komen, weinig opwindend.
 
Het Bombardement op Alblasserdam
Het begon allemaal op donderdagavond 9 mei 1940. Het leek een dag net als alle anderen, maar er was iets aan de hand. Op de rivier Noord aan de Ridderkerkse kant, lagen een groot aantal lichters, platte sleepschepen. Wat er in die lichters zat wist niemand. Tot de volgende ochtend, 10 mei om vier uur.
 
De luiken van de lichters gingen open en er kwamen allemaal Duitse soldaten uit. Ze verspreidden zich over het eiland IJsselmonde, richting Ridderkerk en Rotterdam, en een gedeelte kwam naar de pas nieuwe brug over de Noord. Die brug wilden ze ongeschonden in handen zien te krijgen.
 
Vanaf drie uur diezelfde nacht hadden Duitse troepen de grenzen van ons land overschreden, en werden er luchtaanvallen op onze vliegvelden uitgevoerd. Vijandelijke parachutisten vielen bij duizenden uit de lucht om strategische plekken in handen te krijgen.
 
Zaterdagochtend 11 mei werd Alblasserdam gebombardeerd. Om tien over tien vielen de eerste bommen, brisantbommen, bedoeld voor de oprit van de brug.
 
Een paar uur later volgde een nieuwe aanval, negen Stuka’s lieten onder angstaanjagend gegier op zo’n 100 meter boven het dorp hun bommen vallen.
 
Arie Keesmaat woonde aan de Damstoep in een rijtje van vijf huizen, en aan de overkant van de straat nog vijf. Vanuit deze huizen vluchtten de bewoners naar een garagebedrijf in de buurt. Anderen zochten een veilig heenkomen in het Waardhuis op de Dam.
 
Beide schuilplaatsen werden echter getroffen, terwijl de huisjes aan de Damstoep bleven staan……., hoewel ze zwaar beschadigd werden.
 
Alleen 20 bewoners die hun heil gezocht hadden in de kelders van het gemeentehuis overleefden dit bombardement.  De bewoners die hun heil in de garage hadden gezocht zijn daar ook bijna allemaal omgekomen.
 
* Foto hierboven: Hendrika Keesmaat - 't Hoen en Willem Keesmaat, de ouders van Arie Keesmaat .
 
De inmiddels aanwezige Rode Kruissoldaten probeerden nog te doen wat ze konden, maar ze waren te laat voor de vader en het twintigjarige zusje Wijntje van Arie Keesmaat. Zij zijn in de garage omgekomen.
 
Arie Keesmaat zijn moeder en zusje Mourijntje leefden nog, maar werden naar ziekenhuizen in Utrecht en Amsterdam vervoerd, maar zijn daar helaas overleden.
 
Arie Keesmaat zelf was licht gewond. Hij kreeg bomscherven in zijn kaak en zijn gezicht. Een rode kruis soldaat had bij hem een noodverband aangelegd, waarna hij met een taxi naar een dokter in Bleskengraaf werd gebracht. Maar blijkbaar waren zijn verwondingen toch ernstiger dan gedacht, want door de dokter werd hij naar het ziekenhuis in Gorinchem verwezen.  Vandaar werd hij naar het Academisch Ziekenhuis in Utrecht gebracht . Daar hebben ze hem volgens Arie Keesmaat zelf, zo’n beetje gerepareerd.
 
Na een paar weken in het Utrechtse ziekenhuis mocht Arie Keesmaat weer naar huis. Maar ja, huis, stond dat er nog……. Hij keerde terug naar Alblasserdam,  het ouderlijk huis was zwaar beschadigd.
 
Arie met zijn oudere broer Leen, en zus Mina trokken in bij een tante. Met zijn drieën waren ze de enige overlevenden uit een gezin van zeven. Broer Leen had ook nog gevochten tegen de Duitsers in de Peellinie.    
 
Onder het juk van de Duitsers
In januari 1944 kwam de razzia. Alle mannen uit Alblasserdam, tussen de 18 en 45 jaar moesten zich melden. Als je niet kwam, kwamen ze je halen. Ook Arie Keesmaat werd opgepakt. De groep uit Alblasserdam moest lopend naar het treinstation in Sliedrecht. In beestenwagens, en als beesten behandeld, begon er een treinreis van wel 80 uur zonder eten en drinken.
 
Bij Enschede ging de trein de grens over. Het einddoel van de reis bleek het concentratiekamp Dachau even boven München.
 
Op een ochtend toen Arie Keesmaat met een groep naar buiten het kamp werd geleid om ergens te werk gesteld te worden, slaagde hij erin om te ontsnappen. Hij zocht het dichtstbijzijnde treinstation op, en stapte in een wagon van een klaarstaande trein. Uitgeput was hij in slaap gevallen. Toen hij wakker werd stond de trein in Warschau.
 
De 'treinentruck' werkte voor Arie Keesmaat nog een keer, want toen hij door had dat hij in Warschau was, zocht hij een trein richting Nederland, stapte daarin, en kwam zo in Hamburg terecht. Op de scheepswerf van Blom & Vos vond hij werk. Met een groep Nederlanders, Fransen en Belgen werd hij tewerk gesteld bij de duikbootproductie.
 
Tijdens een groot Engels bombardement op het fabriekscomplex van Blom & Vos komt Arie Keesmaat onder het puin van een instortende muur terecht, maar kon er zonder al teveel verwondingen zelf onderuit kruipen. De Duitsers dwongen hem, om doden en gewonden weg te gaan halen, maar op een gegeven moment zag hij zijn kans schoon om wederom te vluchten.
 
Deze keer vond hij wel een goede trein: De trein op weg naar Nederland. In ons land aangekomen sloot hij zich aan bij de Engelse bevrijders. 
 
In Engelse dienst maakt Arie Keesmaat de Slag om Arnhem mee. Hij is een van de vele parachutisten die op de hel van de Ginkelse Heide landden. De Duitsers namen de parachutisten in de lucht al onder vuur, zodat velen dood op de grond kwamen. Arie Keesmaat heeft er zijn hele verdere leven over gedroomd. Maar hij overleeft deze hel, steekt met de terugtrekkende Engelsen de Rijn over, en blijft in het Engelse leger. Na de bevrijding keert hij terug naar Alblasserdam.
 
Nederlands Indië.
Na de bevrijding had Nederland nog een klusje in Nederlands-Indië, het latere Indonesië. Arie Keesmaat werd opgeroepen. Hij meldde zich aan als parachutist, daar had hij immers een opleiding voor gevolgd. Maar toen een kameraad voor zijn ogen te pletter viel, was dat voor hem over, het ging niet meer. Hij werd naar Indië gezonden als gewoon soldaat.
 
In Indië staat Arie Keesmaat een aantal malen oog in oog met de dood. Hij raakt een paar keer gewond, krijgt granaatscherven in zijn benen, die er niet uitgehaald kunnen worden, maar keert uiteindelijk weer terug naar Alblasserdam.
 
Het burgerleven.
Als Arie Keesmaat in het begin van de 50-er jaren weer in Alblasserdam is, krijgt hij werk als scheepstimmerman, en later als hovenier bij IHC Kinderdijk, daar nam hij het onderhoud van alle tuinen voor zijn rekening.  Arie Keesmaat trouwde en het gezin kreeg vijf kinderen.
 
Drie maal per maand ging Arie Keesmaat naar Eindhoven om met een arts te spreken over de verschrikkingen van de oorlog, die hem nog dagelijks achtervolgden, en een keer in de twee maanden ging hij naar Breda, daar had hij, samen met anderen die in concentratiekampen hebben gezeten gesprekken met hulpverleners. De oorlog heeft hem nooit meer los gelaten……
 
Ook was Arie Keesmaat een bekend gezicht tijdens de dodenherdenkingen van 4 mei op de Dam in Alblasserdam.
 
Arie Keesmaat, oorlogsveteraan, overleed op 12 november 2013 aan een hartstilstand. Hij is 87 jaar geworden en is begraven op de begraafplaats in Alblasserdam. 
 
Bron: ’t Gevaar ontkomen van J. Mastenbroek.
Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's en video.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Andere columns