Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

'De Sint Elisabethsvloeden' in Alblasserdam, Kinderdijk en Dordrecht (maandag 17 februari 2014)

Afbeelding bij Column: 'De Sint Elisabethsvloeden' in Alblasserdam, Kinderdijk en Dordrecht
Wat weet u van de ontstaansgeschiedenis van de naam Kinderdijk?
 
Wat heeft dat met Alblasserdam te maken?
 
Wie was Beatrix de Rijke?
 
Allemaal vragen die met ons prachtige damdorp aan de dijk te maken hebben.
 
Wanneer was, of beter gezegd, wanneer waren de Sint Elisabethsvloeden?
 
De eerste Sint-Elisabethsvloed was in 1404, op 19 op 20 november. De getroffen gebieden lagen vooral in de regio Zuid-Nederland en Vlaanderen.
 
De Sint Elisabethsvloed van 1404 was een watersnood die plaatsvond op of rond 19 november 1404, dat was de naamdag van Sint-Elisabeth. Deze ramp wordt ook wel de Eerste Sint-Elisabethsvloed genoemd. De overstromingen vonden vooral plaats in Vlaanderen en Zeeland. Het landverlies in Zeeuws-Vlaanderen en West-Vlaanderen bedroeg circa 3000 ha.
 
"Ook in hetzelfde jaar was er in de maand november op de dag zelf van Sint-Elisabeth zo'n grote overstroming van de zee, dat wallen en dijken tegenover de vloed van de zee geplaatst, op vele plaatsen zijn gebroken, waardoor de zee zich in de lengte en in de breedte over het land verspreidde in het maritieme deel van Vlaanderen en andere gebieden. Huizen werden meegesleurd en dieren en mensen verdronken onverwacht en onverhoopt. Het was zo erg, dat de gezwollen zee over haar oevers en dijken uitgroeide in een mate als nooit in de herinnering was gezien: in honderd jaar was de zee niet zover buiten haar boorden getreden”. Aldus Jean Brandon van de abdij Ter Duinen.
 
Gravin Margaretha van Male, toentertijd gravin van Vlaanderen gaf opdracht een algemeen zeewerende dijk aan te leggen. Deze dijk wordt nog altijd de Graaf Jansdijk genoemd naar haar zoon en opvolger: Jan zonder Vrees. Later gaf Jan zonder Vrees, als hertog van Bourgondië, het bevel de reeds bestaande dijken te verbinden tot één grote dijk die van het noorden van het graafschap tot het zuiden liep.
 
Doorgebroken dijken tijdens deze vloed waren in Vlaanderen, zowel in Zeeuws-Vlaanderen als in West-Vlaanderen:
- De dijk tussen Coxijde en Slepeldamme, ten NW van Aardenburg.
- De zeedijk bij Groede.
- De dijk tussen Nieuwpoort en Lombardzijde.
 
Op Walcheren:
- De noordelijke Arnedijk, waarschijnlijk waar nu Arnemuiden ligt.
- De oostdijk benoorden Arnemuiden.
- De zuiddijk te Welzinge.
- De nieuwe inlaagdijk te Welzinge.
 
Verdronken dorpen: 
- Alle in Zeeuws-Vlaanderen gelegen:
- Hughevliet
- Oud-IJzendijke
- Oostmanskapelle, daarna weer herrezen om na militaire inundaties in 1583-1585 voorgoed verloren te gaan.
 
De tweede Sint-Elisabethsvloed was in 1421, en wel op 18 op 19 november, vooral in de regio Zeeland en Holland. Over deze vloed is bekend dat er ongeveer 2000 mensen verdronken. (Zie hiervoor de afbeelding helemaal bovenaan: Een glas in lood raam uit de Grote Kerk in Dordrecht)
 
De Sint-Elisabethsvloed van 1421 was een watersnood die plaatsvond op of rond 19 november 1421, de naamdag van Sint-Elisabeth. Vermoedelijk werd de ramp veroorzaakt door een bijzonder zware noordwesterstorm, gevolgd door een zeer hoge stormvloed. Van springvloed zoals bij de Watersnood van 1953 was toen geen sprake, maar het natte weer was er de oorzaak van dat het oppervlakte water afkomstig van de rivieren nog zeer hoog stond.
 
De dijkdoorbraken en overstromingen richtten in Zeeland en Holland grote verwoestingen aan. Het aantal slachtoffers is in de loop van de tijd door mythevorming opgelopen tot 100.000. Schattingen geven echter aan dat mogelijk ongeveer tweeduizend mensen de dood vonden.
 
Een hardnekkig misverstand wil dat de Biesbosch door deze stormvloed in één nacht is ontstaan. Bij deze vloed in de nacht van 19 op 20 november braken weliswaar de dijken van de toenmalige Groote of Hollandsche Waard, maar het duurde nog enige tientallen jaren voor het gehele gebied onder water stond en de Biesbosch met zijn kreken en riet gevormd werd. Hierbij had ook het rivierwater een belangrijke invloed.
 
"Daags na Sint-Elisabeth 1421 woedde er 's nachts zo'n hevige storm, dat de wind met orkaankracht in Tiel en elders verschillende huizen omver blies en in Holland door dijkdoorbraken veel schade aanrichtte. Tweeduizend mensen zijn, naar men zegt, verdronken. Sinds mensenheugenis was het niet voorgekomen, dat een overstroming zó erg en het peil van het zeewater zó hoog was. Bijna heel Holland is, evenals Vlaanderen en Zeeland ondergelopen".
 
"Hierdoor kwam ook de grote Zuidhollandse Waard onder water te staan en ging verloren. Er zijn kerken verplaatst, omdat het overstroomde gebied er nog steeds zo bij ligt en tot nu toe, zo’n dertig jaar na deze vloed, helemaal niet kon worden herdijkt.” Aldus de zogenaamde Tielse Kroniek.
 
Door deze vloed werden de elkaar bestrijdende steden Geertruidenberg en Dordrecht gescheiden. Dit was ook de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Waarschijnlijk was de vloed niet eens zo hoog. Maar door de Hoekse en Kabeljauwse twisten was het dijkonderhoud verwaarloosd. Hierdoor konden de dijken doorbreken, waardoor zowel zeewater uit het westen als rivierwater uit het oosten langzamerhand het land overstroomde. Er ontstond een nat gebied met opgeslibde zandplaten met daartussen kreken en bredere wateren.
 
Een naar gevolg van deze vloed voor Dordrecht was dat er uiteindelijk vaarwegen rondom Dordrecht ontstonden, waardoor het zogenaamde stapelrecht van Dordrecht, dat bepaalde dat handelswaar eerst moest worden uitgeladen eer men het mocht doorvoeren, omzeild kon worden. Ook werd Dordrecht afgesneden van het zuiden, wat ongunstig was voor de handel. Zo zijn hoogstwaarschijnlijk in deze tijd onder andere de Binnenbedijkte Maas, of te wel de Binnenmaas, en de dam in de Maas, het later Maasdam ontstaan.
 
Beatrix, ook wel genoemd Beatrix de Rijke, ook wel genoemd Beatrix de Gelukkige, leefde van ongeveer 1421 tot 1468, was een vondelinge. Bij Dordrecht in de buurt werd ze samen met een kat gevonden in een wiegje dat was aangespoeld tijdens de Sint Elisabethsvloed. Haar opvoeding werd door de stad bekostigd. In 1677 is door stadshistoricus Matthijs Balen het verhaal van Beatrix uitgegeven. Matthijs Jansz. Balen, geboren in Dordrecht op  1 oktober 1611, en overleden in Dordrecht op 30 maart 1691, was een Nederlandse schrijver. Hij is vooral bekend door zijn boek ‘Beschryving der Stad Dordrecht’ dat in 1676 verscheen.
 
Matthijs Jansz. Balen was de oudste zoon van Jan Johan Balen Matthijsz., brouwer en burger van Dordrecht, eigenaar van een huis, brouwerij en mouterij genaamd "De Osch" tegenover de Kleine Kraan in de Wijnstraat, en van Elizabeth van Bokstaal Karelsdochter. Balen was Doopsgezind en zou touwverkoper te Dordrecht geweest zijn. Hij is driemaal getrouwd geweest. Uit het eerste huwelijk werden twee dochters geboren en uit de tweede een zoon en twee dochters. Uit het derde huwelijk werden geen kinderen geboren.
 
Citaat uit Beschryvinge der stad Dordrecht: “Toen, door den geduchten watervloed des jaars 1421 die voornaamlijk de zuid-hollandsche waard trof, omtrendt Dordrecht, een verbazend aantal parochien en dorpen, door het water veslonden werden, bewaarde de godlijke voorzienigheid, in dien algemeenen nood, een klein kind, het welk in deszelf wieg, met eene kat, na lang op de golfen gesukkeld, te hebben te Dordrecht kwam aandrijven.”
 
Over de plaats waar het wiegje aan land kwam zijn de meningen verdeeld: sommige auteurs stellen dat het bij een dijk bij Alblasserdam was, die daarom ‘Kinderdijk’ is gaan heten, anderen zeggen dat zij bij de Vuilpoort van Dordrecht was aangespoeld. ‘Het Beknopt biographisch handwoordenboek’ van Kobus en De Rivecourt vermeldt dat Beatrix een ‘keten van bloedkoralen, met eene gouden stift’ droeg, en dat er een ‘gouden kruis met het wapen der ouders’ bij haar werd gevonden. Desondanks zijn de namen van de ouders van het naamloze vondelingetje niet overgeleverd.
 
Het verhaal ging dat de kat het wiegje varende heeft gehouden door op het moment dat de wieg dreigde om te slaan van de een naar de andere kant te balanceren. Het wiegje met de kat erop is al omstreeks 1490-1495 vervaardigd op een altaarretabel door de Meester van de Heilige Elisabeth-panelen, vermoedelijk in opdracht van een of meer inwoners van het dorp Wieldrecht.
 
De stad Dordrecht voorzag in de opvoeding van de vondelinge, en toen zij de huwbare leeftijd had bereikt in 1440 trouwde ze met Jacob Roerom. Hun dochter Clara stierf kinderloos, maar via de kinderen van hun zoon Cornelis werden zij de voorouders van vooraanstaande Dordtse families. Waaronder: Van den Havert, Van den Hurk, Van Capel, Boeskens, Van Heuvelingen en Pieter van Wijngaarden.
 
Over deze tweede Sint Elisabethsvloed ontdekken we ook nog de volgende annonieme beschrijving: “Een van de meest ingrijpende stormrampen uit de Middeleeuwen werd bekend onder de naam St. Elisabethsvloed. In de nacht van 18 op 19 november 1421 vond deze plaats. Het was de feestdag van de Elisabeth van Thuringen. De Grote of Zuid-Hollandse Waard, een welvarend gebied van ruim 45.000 hectaren tussen Dordrecht-Woudrichem-Heusden-Geertruidenberg, werd toen door de vloed verzwolgen. De Biesbosch met zijn kreken en killen ontstond.” 
 
“Het einde van de veertiende en het eerste kwart van de vijftiende eeuw werd gekenmerkt door een toename van het aantal stormvloeden. Bijvoorbeeld in 1404 was er al eerder een vloedgolf geweest die samenviel met het feest van St. Elisabeth. Dit onheil viel echter in het niet bij de grote ramp van 1421”. 
 
“Verder waren Geertruidenberg en Dordrecht in die tijd steden van belang die wedijverden met elkaar om de macht. De toenmalige onderlinge twisten tussen de Hoeksen en Kabeljauwen, gingen niet aan beide steden voorbij. Beide steden raakten door deze twisten in een verbitterde strijd met elkaar. Doordat eenieder van hoge tot lage adel betrokken was of werd bij de twisten, had niemand nog oog voor afdoende dijkonderhoud en controle op de waterhuishouding. Daarnaast zorgde de veel voorkomende buitendijkse turfwinning voor een gevaarlijke situatie met betrekking tot de afkalving van dijken om de Waard”. 
 
“Deze door de mens veroorzaakte problemen lieten wachten tot het moment dat de natuur de rekening presenteerde. De St. Elisabethvloed was het die korte metten maakte met de menselijke zwakten. Bij Broek, in de omgeving van Moerdijk, werd in die novembernacht de waterdruk op de verzwakte dijk dermate groot dat de dijk brak. Door een groot gat stroomde het water met grote snelheid de lager gelegen Waard binnen. Broek en een aantal in de buurt liggende dorpen werden totaal verwoest. Tegen alle verwachtingen in kwam de hulpverlening spoedig op gang. Korte tijd later sloeg het noodlot opnieuw toe. Terwijl men nog volop bezig was de doorgebroken dijk bij Broek te herstellen, bezweek de dijk tussen Werkendam en Sleewijk. De hoge waterstand buiten de Waard en een krachtige wind waren er de oorzaak van dat de polder totaal onderliep”. 
 
Hieronder de ontstaansgeschiedenis van de Biesbosch van 1500 tot 1998. 
 
 
“Volgens sommige bronnen werden meer dan 64 dorpen overspoeld. Andere bronnen geven het hoge cijfer van maar liefst 72 dorpen. Meer dan 10.000 mensen zouden het leven hebben verloren. Later werden 38 dorpen teruggewonnen op het water. Een dertigtal dorpen was voorgoed verloren en verdween daarmee van de kaart. De gevolgen voor steden Dordrecht en Geertruidenberg waren desastreus. Beide steden hebben nooit meer de belangwekkende rol kunnen spelen die ze innamen voor de vloed plaatsvond. Ironisch genoeg trad de natuur hier als scherprechter op. Het plaatste de Biesbosch, toen een enorme binnenzee, als waterbarriere tussen de elkaar bestrijdende steden in”. 
 
“De St. Elisabethsvloed heeft ook dorpen in Brabant geteisterd. Het ergst getroffen werden de dorpen in het ‘Land van Heusden en Altena’. Ten zuiden daarvan leden Waspik en Sprang-Capelle veel schade. Al direct na de vloed werd door Graaf Jan van Beieren, graaf van Holland pogingen in het werk gesteld het verloren gegane land opnieuw in te dijken. Voor de inwonenden uit het graafschap die hieraan niet wilden bijdragen in de vorm van arbeid, geld of goederen dreigden sancties. Hun eigendommen zouden worden ontnomen. Hielp dit niet dan kon ook de doodstraf volgen”. 
 
“De door de graaf ingestelde dwangmiddelen werkten echter in geringe mate. De koppigheid om de noodzaak van indijking van de Biesbosch, die in open verbinding met de Noordzee stond, niet te willen inzien kwam vooral naar voren bij inwoners van de dorpen 's Gravenmoer en Sprang-Capelle. In het vooruitzicht gestelde hoge geldbeloningen om aan de indijking mee te willen werken haalden ook al niets uit. Het wassende water kreeg hierdoor geruimere tijd, langer dan strikt noodzakelijk was, vrij spel. Bestaande dijken verdwenen en vruchtbare grond werd weggespoeld. De Grote of Zuid-Hollandse Waard vervaagde langzaam tot niets”. Aldus een uitgebreide beschrijving van de gevolgen van de tweede Sint-Elisabathsvloed.
 
De derde Sint-Elisabethsvloed vond plaats van 18 op 19 november van het jaar 1424, de naamdag van Sint-Elisabeth. Deze vloed trof vooral Zuidwest-Nederland.
 
Deze stormvloed had vooral effect op de wilskracht van veel mensen. Bij de tweede Sint-Elisabethsvloed van 1421 waren grote gebieden in Zuidwest-Nederland onder water gelopen. Na deze stormvloed was men vol goede moed begonnen aan het herdijken van ondergelopen polders. Door deze derde Sint-Elisabethsvloed in korte tijd, werden veel van deze herstelwerkzaamheden teniet gedaan. Zo was de Groote of Hollandsche Waard na de tweede Sint-Elisabethsvloed eindelijk weer geheel bedijkt. Als gevolg van de derde Sint-Elisabethsvloed werden deze herstelwerkzaamheden in een klap weggevaagd. Daarna heeft men ook niet meer geprobeerd de Hollandse Waard te herstellen, en ontstond de Hollandse Biesbosch. Ook het land van Saeftinge had het zwaar te verduren onder deze stormvloed.
 
Behalve de zuidelijke delen van Nederland werd ook de rest van het kustgebied getroffen. Er werden bressen geslagen in de Westfriese Omringdijk en langs de kust liepen delen van Friesland onder. Ook gebieden rond de monding van de Dollard kregen met de stormvloed te maken………
 

Bron: Wikipedia.
Bron filmpje: RTV Dordrecht.
 
Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's en video.
 

Andere columns