Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Ontstond 'Hollands Glorie' op 31 oktober 1866 in Streefkerk of in Alblasserdam? (dinsdag 29 april 2014)

Afbeelding bij Column: Ontstond 'Hollands Glorie' op 31 oktober 1866 in Streefkerk of in Alblasserdam?

In 1866 had Alblasserdam al 41 jaar een Burgemeester. Nadat de eerste Burgemeester dhr C.A. Pijl van 1825 tot 1838 de scepter in Alblasserdam had gezwaaid, was van 1838 tot 1850 dhr, W. van Wageninge Wzn. onze burgervader, en in 1850 werd hij opgevolgd door dhr. J. van Lakerveld-Bisdom.

Burgemeester Lakerveld-Bisdom was in 1866 al 16 jaar Burgemeester in Alblasserdam, en hij zou deze post tot 1886 bezetten. In de tijd van zijn burgemeesterschap stootte Alblasserdam wel door in de vaart der volken, want hij was burgemeester in 1866……, en dat was het sterfjaar van Fop Smit, en dat was weer het startpunt van iets heel groots..  

Het jaar 1866 was namelijk een heel belangrijk jaar in de geschiedenis van Alblasserdam, maar als we nu eerst eens terugkijken naar dat gehele jaar, in welke context moeten we dan die belangrijke gebeurtenis voor Alblasserdam plaatsen. Laten we eens een poging wagen.

In Nederland vielen dat jaar 21.000 doden bij een grote choleraepidemie. In Amsterdam, dat al een waterleidingnet had, vallen gelukkig nauwelijks slachtoffers. De druk wordt hierdoor groot om ook andere steden en dorpen van een waterleiding net te voorzien.

Afschaffing van de wet’ le Chapelier’ kwam gelukkig ook in 1866, dat was het verenigingsverbod, dat in 1791 van kracht gegaan was. Dit gaf dus ook de ‘meidenmarkt’ op de dam in Alblasserdam weer een kans. Volgens sommigen was dit de allerbelangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis van Alblasserdam.

De Zweed Alfred Nobel vond het dynamiet uit. Maar dat had weinig belang voor Alblasserdam.

Ook in dit jaar vond de uitvinding van het zogenaamde Leclanché-element plaats. Dit is een galvanisch element dat een spanning afgeeft van 1.5 Volt,en is één van de eerste moderne batterijen en de voorloper van de droge zink-koolstofcel. Ze zal veel worden gebruikt in de telegrafie en de spoorwegsignalering.

Voor de Nederlandse politiek was 1866 een roerig jaar. Op 10 februari werd het liberale Kabinet van  Isaäc Dignus Fransen van de Putte beedigd.  Het zou het echter niet zo lang volhouden……

Op 24 maart 1866 gebeurden er verstrekkende dingen in een ander buurland van ons, in het Duitse Hessen-Darmstadt stierf namelijk met de dood van landgraaf Ferdinand van Hessen-Homburg het regerend vorstenhuis uit. Het land wordt herenigd met het groothertogdom Hessen-Darmstadt. Hierdoor verminderde het aantal leden van de toenmalige Duitse Bond tot 33.

In de Egyptologie vonden in april 1866 ook belangrijke dingen plaats. Op 15 april was namelijk de ontdekking van het zogenaamde ‘Decreet van Canopus’. Hierin werd de eeuwenoude Egyptische kalender uitgelegd. In de Egyptische kalender was er duizenden jaren voor onze jaartelling begon al sprake van de instelling van een zesde epagomenale dag. De Egyptische kalender kende 365 dagen in twaalf maanden van 30 dagen plus 5 epagomenale dagen. Nu werd daar eens in de vier jaar een zesde dag aan toegevoegd. De dag werd naar de Weldoende goden (Euergetes) genoemd. Ditzelfde systeem vinden we nu nog terug in de vorm van onze schrikkeldagen.

Evenals de al jaren eerder gevonden ‘Steen van Rosetta’ was dit decreet opgesteld in zowel het Grieks als het Egyptisch. Het Egyptische deel werd opgetekend in het hiëroglifisch en in het demotisch. Het decreet heeft daarmee een rol gespeeld bij de verdere ontcijfering van de taal en het schrift van het Oude Egypte. Daarnaast verschafte het opheldering over de tijdrekening die in het Oude Egypte gehanteerd werd. Als er dus in die tijd een Egyptisch Genootschap in Alblasserdam had bestaan, dan hadden die het jaar van hun leven gehad.

In deze tijd vond er ook een grote uitbreiding van het Nederlandse spoorwegnet plaats. Op 2 mei 1866 voltooide de H.S.M. de ombouw van de spoorlijn Amsterdam-Rotterdam van breedspoor naar normaalspoor. En op 30 mei werd de spoorlijn Groningen-Leeuwarden officieel geopend door de Staat der Nederlanden. Het was de eerste spoorverbinding van de stad Groningen. Tegelijkertijd werd ook het eerste station in Groningen in gebruik genomen. De trein is al snel zo succesvol dat derdeklas-passagiers regelmatig in goederenwagens moeten worden vervoerd. De exploitant is de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. De treinen rijden vanaf 1 juni 1866. Helaas waren er geen plannen om Alblasserdam in het Nederlandse spoorweg net op te nemen.

Op 1 juni 1866 werd na de val van het heel kort gezeten hebbende Kabinet van de Putte het nieuwe Kabinet van Zuylen van Nijevelt-Heemskerk Azn al weer beedigd. Heemskerk (foto hiernaast) was een belangrijke negentiende-eeuwse politicus, die in totaal twee maal minister-president en drie maal minister van Binnenlandse Zaken was.

Op 1 juli 1866 gingen de Nederlandse spoorwegen nog verder uitbreiden: De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen nam die dag drie spoorlijnen van de Staat der Nederlanden in gebruik: Breda-Moerdijk, waar een bootdienst naar Dordrecht en Rotterdam begon, Boxtel-Eindhoven en Hengelo-Enschede. Eindelijk iets goeds met die spoorwegen voor Alblasserdam, want de verbinding tussen Alblasserdam en Dordrecht kreeg nu een aansluiting op het steeds groter wordende Nederlandse spoorwegnet.

Op 3 juli 1866 bracht Pruisen het keizerrijk Oostenrijk in de Slag bij Sadová (slag bij Königgrätz) een zware  nederlaag, in de Oostenrijks-Duitse oorlog toe. Zou deze oorlog uitgroeien tot een Europese Oorlog, en Nederland in de gevechten mee slepen, dan zou dat catastrofaal voor ons kleine landje en dus ook voor Alblasserdam zijn…….

Op 27 juli 1866 kwam er uiteindelijk toch iets heel belangrijks voor Alblasserdam tot stand. De eerste goed werkende Trans-Atlantische telegraafkabel kwam gereed. In plaats van door twee schepen werd de nieuwe Trans-Atlantische telegraafkabel gelegd door één schip,  en wel door het 211 meter lange stoomschip Great Eastern. Dit als luxe passagiersschip mislukte vaartuig was het enige schip met voldoende ruimgrootte om de 4260 kilometer lange kabel te herbergen. Het schip werd er speciaal voor omgebouwd.

Op 15 juli 1865 was de Great Eastern voor het eerst vertrokken richting Foilhommerum Bay op het Ierse eiland Valentia, waar – met veel officiële feestelijkheden – het eerste gedeelte van deze Trans-Atlantische kabel werd gelegd. Deze eerste pogingen om de kabel te leggen mislukten echter. Op 31 juli van 1665, nadat ruim 1968 kilometer kabel was gelegd, knapte de kabel vlak voor de boeg van het schip en verdween in de diepte van de oceaan. Ondanks meerdere pogingen lukte het niet meer om de kabel op te dreggen, waarop de Great Eastern onverrichter zake moest terugkeren naar Engeland.

 In 1856 was ook al eens een kabel gelegd, maar kort na de ingebruikname begon deze kabel te storen, en hij viel op de vreemdste momenten uit om in september 1858 definitief de geest te geven.

Naast een nieuwe aandelenuitgifte richtte men in 1866 een geheel nieuw bedrijf op voor het leggen van een nieuwe kabel, de Anglo-American Telegraph Company. Op 13 juli 1866 vertrok de Great Eastern nogmaals, ditmaal zonder de feestelijkheden van een jaar geleden. Ondanks problemen met het weer kwam de expeditie op de avond van vrijdag 27 juli in een dichte mist aan bij de ingang van Trinity Bay, bij het kleine vissersdorpje Heart's Content, Newfoundland. Het laatste gedeelte naar de kust werd gelegd door het schip de Medaway. Felicitaties stroomden binnen en er werden gelukstelegrammen verstuurd tussen koningin Victoria en de president van de Verenigde Staten.

Ten tijde van de kabel van 1866 waren zowel de kabelfabricage als de zend- en ontvangstapparatuur aanzienlijk verbeterd als je keek naar de mogelijkheden uit 1856. Met de nieuwe kabel kon men 8 woorden per minuut verzenden – weliswaar meer dan 50 keer zo snel als in 1856, maar nog vele malen langzamer dan bij landlijnen in die tijd gebruikelijk was. De oorzaak hiervan werd door zowel Oliver Heaviside als later ook door Michael Pupin ontdekt: een onbalans tussen de capacitieve en de inductieve weerstand van de kabel. De oplossing was het op gelijke afstanden toevoegen van smoorspoelen (ook wel pupinspoelen genoemd) in serie met de kabeladers of – wat bij zeekabels gebruikelijk werd – het toevoegen van een Krarup-band met een hoge magnetische permeabiliteit. Als u dit laatste niet snapt, dat geeft niet, ik snap het ook niet, en heb geen zin om het nu uit te gaan zoeken.

Het zou echter tot de twintigste eeuw duren voordat de zendsnelheid van telegramberichten de 120 woorden per minuut zou bereiken. Maar voor al die Alblasserdammers met een telefoon en vrienden, familieleden of kennissen in Amerika was het een goed idee dat ze nu af een toe een telefoongesprek met Amerika konden voeren.

Even weer onze blik naar een andere kant van de aardkloot wenden, want op 1augustus 1866 tekent België namelijk als 9e Westers land een Vriendschaps- en handelsverdrag met het Japanse Shogunaat.

Op 18 augustus 1866 sloten 17 staten in Noord-Duitsland zich onder leiding van Pruisen samen tot de Noord-Duitse Bond.

Op 23 augustus 1866 werd het Verdrag van Praag gesloten: dit betekende gelukkig het einde van de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog en ook de ontbinding van de Duitse Bond. Dit Verdrag van Praag was een verdrag tussen Pruisen en Oostenrijk dat de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog beëindigde, en er dus voor zorgde dat deze oorlog niet kon escaleren.

Om inmenging van Rusland of Frankrijk in het conflict met Oostenrijk te voorkomen was de Pruisische Kanselier Bismarck ook gebaat bij een snelle vrede met Oostenrijk. De Duitse Bond werd ontbonden en Sleeswijk-Holstein, Hannover, Hessen-Kassel, Nassau en Frankfurt werden geannexeerd door Pruisen.

Op 24 augustus 1866 vond de laatste zitting van de Duitse Bond plaats, waarvan ook de Nederlandse provincie Limburg (met uitzondering van Venlo en Maastricht) deel uitmaakte. Beieren, Württemberg, Baden, Luxemburg en Liechtenstein worden onafhankelijk.

Op 25 augustus 1866 overleed de in Alblasserdam geboren Fop Smit in Nieuw-Lekkerland, hij was 89 jaar oud. De vloot schepen, de blauwbanders die hij opgebouwd had, en nu dus achterliet, bestond op die datum uit negen radersleepboten met een totaal vermogen van ca. 700 a.p.k. en met een gemiddelde leeftijd van 14 jaar. Binnen 3 weken besloten 2 zoons van Fop Smit - Jan (1811 - 1875) en Leendert (1813 - 1893) - met neef Jan (1814 - 1911) en aangetrouwde neef Murk Lels (1823 - 1891) tot overname en voorzetting van de sleepdienst.

Fop Smit, geboren in Alblasserdam op 11 oktober 1777 en dus overleden in Nieuw-Lekkerland op 25 augustus 1866, was een reder en scheepsbouwer. Bovenal was hij de grondlegger van het sleep- en bergingsbedrijf L. Smit & Co. - later samengegaan met Internationale Sleepdienst tot Smit Internationale - dat in 1842 opgericht was als sleepdienst, met één stoomsleepboot. In 2008 had het bedrijf inmiddels een omzet van 708 miljoen euro.

In 1838 bouwde Fop Smit inmiddels uit Kinderdijk zijn eerste schip: een Oost-Indiëvaarder. Vier jaar later bouwde hij een stoomsleepboot om een sleepdienst te beginnen tussen Helvoet, Brouwershaven, Dordrecht en de Noordzee, in opdracht van een aantal reders en verzekeraars.

Het bedrijf richtte zich steeds meer op sleepdiensten en bouwde in de loop der jaren een flink aantal sleepboten. In 1900 werd de Internationale Sleepdienst opgericht.

In 1847 werd in opdracht van reder Willem Ruys de schoenerbrik Industrie gebouwd bij Fop Smit aan de Kinderdijk, het eerste ijzeren zeilschip dat ooit werd gebouwd in Nederland. De bedrijven van Smit zouden uitgroeien tot Smit Internationale, IHC Holland en SBM Offshore.

In 1853 bouwde Fop Smit de eerste ijzeren klipper, de California van 663 ton voor de rederij Louis Bienfait & Zn. Op de eerste reis voer kapitein Jaski in 86 dagen van Duins naar Port Adelaide. Andere bekende klippers waren de Kosmopoliet II uit 1862 en de Noach I tot VI. De Noach I voer in iets meer dan 65 dagen van Anjer aan Straat Soenda tot The Lizard in het Kanaal.

Fop Smit huwde op 29 juni 1806 te Alblasserdam met Jannigje Pieterse Mak. Hij was een zoon van Jan Foppe Smit en Marrigje Ceele.

Het graf van de familie Smit is nu nog te vinden aan de Lekdijk te Nieuw-Lekkerland.

Op 6 november 1842 sloot Fop Smit inmiddels 65 jaar, scheepsbouwmeester en scheepsreder, wonende te Nieuw Lekkerland, met 47 reders en assuradeuren in Rotterdam een overeenkomst om binnen acht maanden te Hellevoetsluis een stoomsleepboot te stationeren. Deze reders en assuradeuren vertegenwoordigden de gehele toenmalige scheepvaart- en verzekeringswereld van Rotterdam. Deze overeenkomst had een looptijd van 5 jaar.

Op 31 augustus 1843 werd de Kinderdijk te water gelaten. Op 16 en 22 november maakte Fop Smits eerste sleepboot proefvaarten op de Maas. Vanaf begin december lag de sleper onder gezagvoerder A. van Leeuwen in Hellevoetsluis op station met de blauw witte rederijvlag in top.

In 1845 kreeg Fop Smit concurrentie van de Nederlandse Stoomboot Maatschappij van Roentgen. De N.S.B.M. sleepte al op de binnenwateren voorbij Rotterdam en in juli 1845 kreeg Roentgen een concessie voor de Zuidhollandse- en Zeeuwse stromen, maar op voorwaarde dat hiervoor geen boten gebruikt mochten worden die bestemd waren voor de sleepvaart op de Rijn. Binnen een maand, op 8 augustus 1845, liet N.S.B.M. daarop weten, geen gebruik te zullen maken van deze concessie, hoewel vanaf 1840 de radersleepboot 'Noord' van deze rederij op de Schelde dienst deed.

In april 1847 werd de 6 jaar oude raderstoomboot 'Stad Gorinchem' overgenomen van W. van Breda c.s. De houten stoomboot, die bij Smit de toepasselijke naam 'Reserve 1' kreeg, had tussen Gorinchem en Middelburg passagiers vervoerd. Fop Smit zette de raderboot als tweede sleper in tussen Brouwershaven en Hellevoetsluis.

Op 20 september 1866 vond in ons buurland de afkondiging van de wet die voorzag in de annexatie door Pruisen van het koninkrijk Hannover, het keurvorstendom Hessen-Kassel, het hertogdom Nassau en de Vrije Stad Frankfurt.

1 oktober 1866: De Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen opent een groot en nieuw station in Zwolle aan de lijn Arnhem - Leeuwarden. De Staatsspoorwegen had standaard stationsgebouwen ontwikkeld voor al haar lijnen in vijf verschillende klassen (5e klasse = klein tot 1e klasse = groot). Station Zwolle en Dordrecht zijn de enige twee overgebleven 1e klasse Staatsspoorwegen-stations. Tevens worden in gebruik genomen de spoorlijnen Venlo-Eindhoven en Deventer-Zwolle, beide eigendom van de Staat der Nederlanden.

8 oktober 1866: Afkondiging in Hessen van de annexatie van het keurvorstendom Hessen-Kassel, het hertogdom Nassau en het groothertogdom Frankfurt door Pruisen

15 oktober 1866: Het Kanaal door Zuid-Beveland gaat open voor het scheepvaartverkeer. Het bijna 11 kilometer lange kanaal verbindt de Oosterschelde met de Westerschelde en is daarmee een belangrijke schakel in de druk bevaren route tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen, Terneuzen en Gent.

Maar dan gebeuren er eindelijk dingen die hun slagschaduwen over Alblasserdam heen zullen uitstrekken.

Op 31 oktober 1866: Het begin van de graafwerkzaamheden voor de Nieuwe Waterweg. Kroonprins Willem geeft het startsein. De wet van 24 januari 1863 maakte het mogelijk "in het belang van handel en scheepvaart (...) den waterweg van Rotterdam naar zee te verbeteren". Deze verbetering strekte zich uit van "Krimpen" tot "den Hoek van Holland". Waterbouwkundig ingenieur Pieter Caland kreeg de opdracht van de Waterstaatdienst Holland om “de Hoek van Holland” door te steken, en de Rijnmonding tot aan zee door te trekken.

De ontwerpen waren echter al in 1731 door Nicolaus Cruquius (1678–1754) gemaakt. De waterstaatdienst had geen alternatieven meer en gaf Caland de opdracht om de doorsteek te maken om de Rotterdamse haven niet in verval te laten raken. De uitvoering van de werken begonnen op 23 januari 1864 met het buitenwerk op het strand en in de zee. Met de landzijdige doorgraving kon vanwege de nodige onteigeningen pas in 1865 worden begonnen. De start van de doorgraving werd plechtig gesymboliseerd toen op 31 oktober 1866 de Prins van Oranje de "eerste" spa ter verbetering van de waterweg van Rotterdam naar zee, in de grond stak.

De eerste fase van het werk bestond uit de onteigening van de boerengronden. Het waren percelen gelegen vanaf Rozenburg tot aan de Hoek van Holland. In de tweede fase werden twee evenwijdige aan elkaar liggende dammen aangelegd, dit duurde twee jaar. Tijdens het project kwam Caland met het voorstel om de dammen tot 2 km in zee aan te leggen, om de stroming van de Noordzee zo veel mogelijk te breken, zodat er ook minder slib de vaargeul in zou komen. Nadat de aanleg van de dammen was voltooid werd begonnen met de derde fase. Hierbij werd de daadwerkelijke vaargeul gegraven. Deze werkzaamheden startten zoals gezegd in 1865. De grote hoeveelheden grond werden op hun beurt weer gebruikt om de dammen en dijken te verstevigen.

Als laatste fase werden de dammen die de vaargeul van de zee en de rivier scheidden, doorgestoken. De Rijn was grotendeels tijdelijk omgeleid via de Maas, waardoor de oude Rijndelta een dusdanig laag peil had gekregen dat men de damwanden kon doorsteken. In 1872 werd de Nieuwe Waterweg een feit en was Rotterdam, en dus ook Alblasserdam gemakkelijk bereikbaar vanaf de Noordzee.

Door stroming en erosie is de vaargeul inmiddels enigszins verbreed. Vanwege de diepgang van de huidige mammoettankers moet de vaargeul echter wel constant worden uitgebaggerd.

Op 31 oktober 1866 werd Fop Smits sleepdienst ter overstaan van notaris N.J. Vonk in Streefkerk bij akte overgedragen. De waarde van de vloot, bestaande uit acht radersleepboten, de kolenhulk 'Zeeland 1' en de houten kolenmagazijnen met woningen in Hellevoetsluis en in Nieuwe Sluis, werden geraamd op 199.000 gulden. Het bedrijf werd voortgezet als Stoomsleepdienst L Smit & Co, met als doel: 'Het slepen van schepen buiten en binnengaats en het verlenen van zodanige diensten als waartoe de boten geschrikt zijn'. Murk Lels, gehuwd met Ottolina Smit (zuster van neef Jan), werd benoemd tot directeur/boekhouder. Neef Jan kreeg de functie van technisch adviseur. De vier firmanten kregen elk 25 procent van de aandelen. En omdat Nederland tientallen jaren lang niet bij een grote oorlog werd betrokken, kon het bedrijf op een enorme manier zijn vleugels uitslaan

Eveneens op 31 oktober 1866 werd dus de eerste spade in de grond gestoken voor het graven van de Nieuwe Waterweg: vier jaar nadat Koning Willem III het ontwerp tot wet gemaakt had. Deze gebeurtenis zou grote gevolgen hebben voor Rotterdam en de sleepdienst van L Smit & Co. Vooruitlopend op de opening van de Nieuwe Waterweg benoemde Smit alvast een agent in Maassluis en wel de heer G. Dirkzwager Mzn. In Schiedam werd deze functie toevertrouwd aan de heer P. van Dam. Gezamenlijk zetten ze de sleepdienst van L. Smit en Co op de kaart. Deze sleepdienst zou een hele belangrijke rol gaan spelen in de internationale uitstraling van de haven van Rotterdam en omgeving. Alblasserdam kreeg door de aanleg van de Nieuwe Waterweg eigenlijk zijn eigen directe verbinding met de Noordzee, en de slepers van Smit deden daar hun voordeel mee.

Hoofdkantoor van de Sleepdienst van L. Smit & Co was gevestigd in Huis te Kinderdijk, aan de Oost Kinderdijk te Alblasserdam. Voor deze woning, langs de rivier De Noord, bevond zich vroeger een aanlegplaats voor schepen. Het Huis te Kinderdijk staat er nog, maar door diverse dijkverzwaringen is de aanlegplaats inmiddela verdwenen.

In 1866 werden ook twee belangrijke mensen geboren. Allereerst George Edward Stanhope Molyneux Herbert. Hij werd dit jaar 1866 geboren op Highclere Castle, en wel op 26 juni. Hij zou overlijden in Caïro, op 5 april 1923, en bekend worden als Lord Carnarvon. Hij was de vijfde graaf van Carnarvon. Maar hij werd vooral bekend als financier van de opgraving van het Graf van Toetanchamon. Was er dus een Egyptologisch Genootschap in Alblasserdam geweest, dan was hij voor de leden van dit Genootschap vast heel belangrijk geweest. Nu dus niet.

Maar ook Johannes de Heer werd in 1866 geboren en wel op 23 mei in Rotterdam. Hij overleed in Driebergen, op  16 maart 1961, en was een bekend Nederlandse evangelist, die aan de wieg stond van de protestants-christelijke radio- (en later ook televisie)omroep de NCRV. Daarnaast was hij oprichter van ‘Het Zoeklicht’, een organisatie die aan de basis heeft gestaan van de evangelische beweging in Nederland en dat sinds 1919 een gelijknamig tweewekelijks tijdschrift uitgeeft "gewijd aan het onderzoek der Schriften en de Tekenen der tijden". Theologisch was hij verwant aan het methodisme maar hij bleef lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. Wel sprak hij veel in de Vrije Evangelische Gemeenten. In veel Gemeenten wordt nog steeds veel uit de Johannes de Heer bundel gezongen, ook in Alblasserdam.

Kortom, 1866 gaf Alblasserdam een vrije doorvaart via de Nieuwe Waterweg naar de Noordzee. Ook werd Alblasserdam in dat jaar via Dordrecht op het Nederlandse spoorwegnet aangesloten.  Door de Trans-Atlantische telefoonkabel kon heel Alblasserdam bellen met iedereen in Amerika, inmiddels het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Het sleepbootbedrijf van Fop Smit, die dus in 1866 overleden was, kreeg een doorstart als Stoomsleepdienst L Smit & Co, met als doel: 'Het slepen van schepen buiten en binnengaats en het verlenen van zodanige diensten als waartoe de boten geschrikt zijn’. En in de jaren na 1866 zouden de sleepboten van Smit zich over alle wereldzeeën gaan manifesteren.

Met andere woorden: in 1866 ontstond in en rondom Alblasserdam ‘Hollands Glorie.’ Dat de notariële handelingen in Streefkerk gebeurden vergeten we maar even……….

Bronnen: Het internet en www.scheepvaart-alblasserdam.nl
Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's.


Andere columns