Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Simon Berman: Burgemeester van Alblasserdam in de 'Grote Oorlog' en daarna (vrijdag 22 augustus 2014)

Afbeelding bij Column: Simon Berman: Burgemeester van Alblasserdam in de 'Grote Oorlog' en daarna

Op de kop af 100 jaar geleden, in 1914 kreeg Alblasserdam ook een nieuwe Burgemeester. Nu in 2014 is er ook weer een Burgemeester die Alblasserdam verlaat, en moet er dus weer een nieuwe Burgervader worden benoemd. Honderd jaar geleden verliet Burgemeester Theodoor Cluijsenaar ons Damdorp en vertrok naar zijn volgende standplaats Wormerveer,  om opgevolgd te worden door Burgemeester Simon Berman. Dit jaar vertrekt Burgemeester Bert Blase uit Alblasserdam naar zijn volgende standplaats Vlaardingen, en laten we maar hopen dat daar de overeenkomsten stoppen, want 100 jaar geleden brak ook de eerste Wereldoorlog uit………, en niemand zit te wachten op een Derde Wereldoorlog, ook al vinden doemdenkers dat die inmiddels al begonnen is…… (De afbeelding hiernaast van Simon Berman is bewerkt, maar oorspronkelijk afkomstig uit de Groninger archieven).

Laten we maar terug gaan naar 1914, en in gedachten zien we Burgemeester Simon Berman voor het eerst het Alblasserdamse gemeentehuis binnen lopen. Hij zou Burgemeester van Alblasserdam blijven tot 1923, toen zijn verslechterende gezondheid hem tot terugtreden noopte.

Simon Berman werd geboren op 24 april in 1861 en zou overlijden op 19 oktober 1934. Hij was eerst al burgemeester van Kwadijk, Middelie en Warder, daarna van Schagen en Bedum geweest, en in 1914 werd hij dat dus van Alblasserdam. Het zou zijn laatste standplaats worden.

Hij was trouwens ook de eerste Burgemeester van Kwadijk, Middelie en Warder die ook daadwerkelijk in een van die dorpen woonde. Als burgemeester van Schagen behandelde hij een dubbele moordzaak die in de nationale media erg veel aandacht trok. In Alblasserdam zou hij als Burgemeester de lokale problemen, die de impact van de Eerste Wereldoorlog met zich mee bracht aan den lijve ondervinden.

Simon Berman was geboren in het plaatsje Watergang als zoon van Gerarda Blom (1835-1881) uit Alkmaar en ds. Alexander Johan Berman (1828-1886) die aldaar dominee was. Simons vader, zoon van Joost Berman kwam oorspronkelijk uit Zierikzee. Simon groeide op in een gezin wat zich constant in financiële nood bevond, omdat zijn vader, die overigens ook een slechte gezondheid had, niet in staat was om zijn carrière uit te breiden. Na zijn eerste benoeming als predikant in de kleine parochie van Watergang bleef hij daar, en dit werk leverde nauwelijks genoeg op om zijn gezin te kunnen onderhouden.

Watergang is en was een dorpje ten noorden van Amsterdam, het behoorde tot de gemeente Waterland. Het dorp zelf telt op dit moment rond de 207 inwoners, in het landelijk gebied rondom Watergang wonen nog eens 192 mensen.

Watergang is een ontginningsnederzetting langs een hoofdontwateringssloot die evenwijdig loopt aan het westelijk daarvan gelegen Noord-Hollands Kanaal. Kenmerkend voor Watergang zijn de zwart geteerde hooihuizen aan de Dorpsstraat. Dit is tevens de smalste dorpsstraat van Nederland. (Zie afbeelding hiernaast)

In 1640 hadden de Staten van Holland toestemming gegeven tot het bouwen van een nieuwe kerk in Watergang, en de aanleg van een aangrenzend kerkhof. Het rode bakstenen kerkgebouw in de vorm van een halve tienhoek kwam in 1642 gereed. In 1832 en in de jaren 80 van de 20e eeuw werd de kerk gerestaureerd. Bij de laatste restauratie is onder meer de houten toren geheel vervangen.

Het houten gewelf, de banken en de preekstoel zijn 17e-eeuws. De eikenhouten preekstoel is voorzien van vijf panelen, die Johannes de Evangelist, de boodschap aan Maria, de aanbidding door de herders, de aanbidding door de Wijzen, en de doop van Johannes voorstellen. Uit het laatste kwart van de 18e eeuw stamt het doophek van de kerk, waarop het wapen van Waterland staat afgebeeld, waarin een zwaan. De afbeelding van Mozes met de Tafelen der Wet stamt van omstreeks het jaar 1700.

Aan het plafond van de kerk bevindt zich een zogenaamd ‘kerkscheepje’ uit de 17e eeuw, dat wel wordt toegeschreven aan Pieter Vroom. Deze zeevarende inwoner van Watergang werd op een van zijn reizen door Barbarijse Zeerovers gevangengenomen en als slaaf verkocht. Zijn dorps- en streekgenoten zouden hem destijds hebben vrijgekocht. Als blijk van dank zou Vroom het scheepje hebben gemaakt en aan de kerk hebben geschonken. Het kleine pijporgel in de kerk komt oorspronkelijk uit de Lutherse Kerk van het naburige plaatsje De Rijp en werd rond 1815 door de Amsterdamse orgelbouwer Hermanus Knipscheer Sr. gebouwd.

Dat was dus hoogstwaarschijnlijk de kerk waar de vader van Simon Berman preekte, en Simon zelf ook vele zondagen aanwezig moet zijn geweest. Misschien lagen daar in die zondagen ook de wortels van Simons latere anarchistische ideeën rond om het christendom.

Over de jeugd van Simon Berman schreef Frederik Nagtglas in 1893 in zijn ‘Levensberichten van Zeeuwen’ onder andere: “…….Alexander Johan Berman geboren te Zierikzee den 17 September 1828, was als jongeling bekend door grooten aanleg en dichterlijk gemoed. Hij studeerde in de godgeleerdheid te Leiden, werd in 1854 hulpprediker te Nijmegen en in November 1856 predikant te Watergang (N.-H.). Wegens slechte gezondheid werd hij in 1883 emeritus en overleed te Amsterdam den 14 Februari 1886. In de Brieven van C. Busken Huet, een zijner academievrienden, wordt meermalen melding gemaakt van dominee Berman en zijn ongelukkig hulpbehoevend gezin."

Gemeentesecretaris van Barsingerhorn (1885-1890)
In 1885, terwijl hij inmiddels werk had gevonden bij het gemeentelijke secretariaat van Purmerend, slaagde Simon Berman voor zijn examen voor kandidaat-gemeentesecretaris. Hierna ging hij aan het werk als gemeentesecretaris van het West-Friese Barsingerhorn. (Zie afbeelding hiernaast)

De naam Barsingerhorn komt waarschijnlijk van de oude vormen Bersingerhorne; Bersincshorne, van de Friese mansnaam Barse. Horne betekent hoek, uithoek, inham.

In 1415 hadden Barsingerhorn (waaronder ook Kolhorn viel) en Haringhuizen gezamenlijk stadsrechten ontvangen. ‘Die stede Barsingerhorn’ was een van de vele 'plattelandssteden' in West-Friesland. In 1811 werd de stede, zoals alle steden in Nederland, opgeheven. Het grondgebied, inclusief Haringhuizen, werd nu de gemeente Barsingerhorn. In 1970 werd Wieringerwaard hierbij gevoegd. Wieringerwaard ging in 1990 op in de gemeente Anna Paulowna terwijl de andere dorpen opgingen in de voormalige gemeente Niedorp. Het dorp valt tegenwoordig onder de gemeente Hollands Kroon en telt net geen 1000 inwoners (2014).

Burgemeester van Kwadijk, Warder en Middelie. (1890 – 1894)
In 1890, op de jonge leeftijd van nog maar 29 jaar, werd Simon Berman benoemd tot Burgemeester en Gemeentesecretaris van Kwadijk, Warder en Middelie. Deze drie afzonderlijke gemeenten hadden gezamenlijk een burgemeester, en werden in 1970 verenigd in de gemeente Zeevang, samen met buurgemeentes Oosthuizen en Beets. Simon Berman was de eerste burgemeester van Kwadijk, Warder, Middelie die ook daadwerkelijk tussen zijn kiezers ging wonen. Vorige burgemeesters hadden in Edam gewoond. De verhuizing van Berman naar Kwadijk werd gelijk vergezeld door de verhuizing van de plaatselijke overheid naar dit dorp.

Gedurende zijn termijn als Burgemeester is Simon Berman veel bezig geweest met de fysieke ontwikkelingen en verbeteringen aan de infrastructuur en de openbare gebouwen van de dorpen. Hij richtte ook een zogenaamd "Witte Kruis" gezondheidscentrum op.

Op 20 mei 1884 werd te Kwadijk een treinstation geopend aan de spoorlijn Zaandam - Enkhuizen. Het station heette aanvankelijk Kwadijk - Edam en werd pas vanaf 15 mei 1935 Kwadijk genoemd. Op 15 mei 1938 werd het station gesloten. Tussen Kwadijk en Volendam reed ook een stoomtram, geëxploiteerd door de H.S.M.. In 1925 werd te Kwadijk de Watertoren Kwadijk gebouwd.

Tot 1970 was Kwadijk een zelfstandige gemeente. Toen Kwadijk onderdeel werd van de gemeente Zeevang, werd de buurtschap ‘Verloren Einde’ bij Kwadijk gevoegd. Middelie is een dorp in de gemeente Zeevang, in de Nederlandse provincie Noord-Holland. In 2009 had het dorp ongeveer 710 inwoners. Het dorp grenst in het noorden aan Oosthuizen, in het oosten aan Warder en in het westen aan Kwadijk en Hobrede.

Middelie is een verbastering van Midden-Ye, het is genoemd naar het veenriviertje de Ye (IJe), dat in de Middeleeuwen vanaf Oosthuizen zuidwaarts stroomde richting Flevomeer (en later Zuiderzee) totdat het door een dam in de Ye, de IJedam (Edam) werd afgedamd.

In de tweede helft van de 19e eeuw maakte de melkveehouderij in Nederland een bloeiperiode door, waar ook Warder van profiteerde. In deze periode werden er veel nieuwe boerderijen gebouwd, stolpboerderijen van een groter type dan er vóór deze periode in Warder stonden. Ook kwam er een nieuw kerkgebouw (1848) en een raadhuis annex schoolgebouw (1885). Het vervoer van vee, melk, hooi, mest etc. ging nog steeds per boot. Tot 1865 was Warder zelfs alleen per boot vanuit Oosthuizen bereikbaar. De belangrijkste verkeersader van Warder was een vaarsloot die door het lint liep. Aan de noordzijde van deze vaarsloot liep een smal voetpad. In dit voetpad bevonden zich 19 bruggen met hoge en lage leuning waarvan het brugdek afneembaar is om hoog beladen boten doorgang te kunnen verlenen. Zo'n brug wordt een tilletje genoemd. In 1911 werd er een coöperatieve zuivelfabriek gebouwd. In 1912 werd het voetpad verbreed tot een rijweg en werden de 19 tilletjes vervangen door 11 ophaalbruggen. Het voornaamste vervoermiddel bleef echter de boot.

Burgemeester van Schagen (1894 – 1900)
In 1894 werd Simon Berman benoemd tot burgemeester van Schagen in Noord-Holland als opvolger van Burgemeester Clemens Haro Beels, die met pensioen ging. De krant ‘Het nieuws van den dag’ schreef op 6 april 1894 hierover. "Te Schagen is Woensdag in de Gemeenteraadsvergadering geïnstalleerd de nieuwbenoemde burgemeester, de Heer S. Berman, vroeger burgemeester van Kwadijk, Warder en Middelie. De 1ste wethouder, de Heer W. A. Hazeu, die mede namens den Raad het woord voerde, heette, onder waarderende herinnering, aan den afgetreden burgemeester Mr. C. H. Beels, den Heer Berman hartelijk welkom, waarop deze verklaarde zijn beste krachten te zullen wijden aan de behartiging van Schagen's belangen. Aan de leidingen der openbare evenals van die der E. C. parochieschool werd dien dag door den nieuwen burgemeester een feest bereid; allen werden op koek en verversingen onthaald."

Een paar maanden na zijn installatie, werden Schagen en Nederland opgeschrikt door de dubbele moord op Jansje Stoel, de 55-jarige weduwe van Gerrit Bute, en haar 17-jarige nichtje Anna Bei(j)ers. Simon Berman nam de leiding op zich van een onderzoekscommissie, die 750 gulden zou betalen, geschonken door de bewoners, voor de gouden tip over deze dubbele moord. En als hoofd van de plaatselijke politie, verrichtte hij ook een groot aantal ondervragingen. Nadat  aanvankelijk eerst de verkeerde persoon was gearresteerd, werd de 17-jarige Klaas Boes vast gezet voor het plegen van de moorden. Zijn moeder pleegde hierop zelfmoord. Klaas Boes werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, maar dit werd later veranderd in 25 jaar.

‘Het nieuws van den dag’ schreef hierover op 25 augustus 1894: "Nadat de ouders van den gearresteerden K. Boes, des middags een verhoor van meer dan twee uren bij den burgemeester van Schagen, den Heer J. [sic] Berman, hadden ondergaan, en zij in hunne woning waren teruggekeerd, welke door de politie den geheelen dag werd bewaakt, deed, des avonds te half acht ongeveer, eensklaps de verschrikkelijke mare de ronde, dat de vrouw van Boes, zich door het afsnijden van den hals met een scheermes, van het leven had beroofd."

Burgemeester Simon Berman werd geprezen voor de manier waarop hij deze zaak behandeld had. De Leeuwardense Courant schreef hierover op 31 augustus 1894: "Uit den Gemeenteraad te Schagen. Hulde aan justitie en politie. Nadat de heer Berman deze indrukwekkende woorden tot de raad had gesproken, verzocht de heer W. Roggeveen Gz., namens den Raad het woord en sprak in dezen zin tot den burgemeester: Heeft zo-even de voorzitter gesproken van de ongekende plichtsvervulling, gedurende dagen en nachten door justitie en politie in de treurige zaak betoond, wij onzerzijds weten ook, dat ook u, geachte burgemeester, niet minder ijver hebt aan den dag gelegd. Ook gij, mijnheer Berman, hebt u gedurende dagen en nachten beijverd, als hoofd der politie om de pleger der misdaad te ontdekken. Wij zijn u hier hartelijk dankbaar voor, al doet het ons leed dat u nog maar een half jaar aan het hoofd onzer gemeente staande genoodzaakt werd uwer krachten te wijden aan een treurige zaak als deze. [..] De loffelijke wijze waarop gij van uwe taak hebt gekweten, brengt ons er toe, u dank te betuigen."

Schagen, in het West-Fries Skagen, is een dorp met stadsrechten, gelegen in de gelijknamige gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland. Daarbinnen ligt het in de regio West-Friesland. De gemeente telt ongeveer 46.160 inwoners (1 mei 2014, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 19,32 km². De gemeente ligt in het noordwesten van West-Friesland, het grootste deel ligt nog net binnen de Westfriese Omringdijk, het gebied van de voormalige gemeente Zijpe ligt er buiten. De inwoners van Schagen worden vanouds "Schagenezen" genoemd.

Behalve als "Skagen" wordt ook vaak naar Schagen verwezen met de titel "Magnusveste", genoemd naar de legendarische ridder Magnus van Schagen, die aan de kruistochten zou hebben deelgenomen en de Haarlemmers en Keulenaren in 1219 zou hebben geholpen Damiate te veroveren.

Sinds 1 januari 2013 is de gemeente Schagen gefuseerd met de gemeenten Harenkarspel en Zijpe. Vanwege de tussentijdse gemeenteraadsverkiezingen in 2012, zullen er, in tegenstelling tot nagenoeg alle andere gemeenten in Nederland, geen gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden in 2014.

In 1896 werd Simon Berman gekozen tot voorzitter van de commissie voor de realisering van een tramverbinding tussen Alkmaar en Schagen. Het Algemeen Handelsblad van 9 oktober 1896 schreef hierover: "Gisteren vergaderden te Schagen enige heren, ten einde ene tramverbinding Schagen—Alkmaar te bespreken. In deze bijeenkomst werd opgericht de „Noorder Stoomtramvereeniging" en een comité gekozen, dat de belangen dezer vereniging zal behartigen. Dit comité bestaat uit de heren Hulst, burgemeester van de Zijpe, en Bossen, secretaris dier gemeente; Berman, burgemeester van Schagen; Schermerhom, burgemeester van St. Maarten; Mann, hoofdopzichter van de Hondsboasche; Blom, burgemeester van Warmenhuizen, en Ter Plecht, secretaris dier gemeente; Eriks, burgemeester van Petten; Peeck, burgemeester van Schoorl, en Dekker, secretaris dier gemeente; Kooiman, burgemeester van Koedijk. Genoemde heeren verkozen uit hun midden den heer Berman tot voorzitter en den beer Bossen tot secretaris." (Zie afbeelding krantenartikel)

In 1898 werd de opening van een agrarische school in Schagen, welke Burgemeester Simon Berman had gesteund, gerealiseerd. Volkert Nobel schreef in 1968 hierover het volgende in zijn boek ‘Verdwenen water, gewonnen melk: ‘”Kennis is macht en Groneman wist dat. Vandaar bijvoorbeeld zijn hardnekkig ijveren voor de vestiging van een rijkslandbouwwinterschool in Schagen [...]. Door de steun van de toenmalige burgemeester van deze gemeente, de heer S. Berman, gelukte het hem, de gemeenteraad van Schagen voor zijn idee te winnen. De raad toonde zich bereidwillig, de nodige medewerking te verlenen. Maar het ging hier om een rijksschool en het laatste woord moest dus uit Den Haag komen. Inmiddels had ook de gemeente Alkmaar zich als kandidaat voor de vestiging van de school aangediend, maar mede dank zij de gloedvolle brochures, die de heer Groneman over dit onderwerp opstelde en de wereld instuurde [...] kon burgemeester Berman hem op 29 juli 1896 het volgende briefje sturen: 'Met de landbouwschool begint in Alkmaar niet de victorie. De minister heeft mij zoo juist bericht, te zullen bevorderen dat de in de provincie Noord-Holland op te richten rijkslandbouwwinterschool in Schagen zal worden gevestigd."

De tramverbinding tussen Alkmaar en Schagen werd trouwens geopend in 1913 maar helaas weer gesloten in 1968. De tramrails werden in 1970 verwijderd. (Hieronder een foto van 100 Jaar geleden van station Warmenthuizen, van de Stoomtramlijn Schagen - Schagerbrug - Warmenhuizen - Schoorldam - Alkmaar)



Christelijk anarchisme en Simon Berman (1900 – 1909)
Berman nam in 1900 ontslag als Burgemeester van Schagen omdat, zoals hij uitlegde, zijn ideeën in strijd waren met een aantal van zijn functies. ‘Het nieuws van den dag’ berichtte hierover op 31 oktober 1900: "De Heer S. Berman, burgemeester van Schagen, heeft tegen 1 December a.s. als zoodanig eervol ontslag aangevraagd. In de vergadering van den Raad dier gemeente op Zaterdag jl. deed de Heer Berman dienaangaande de volgende mededeling: „Alvorens de zitting op te heffen, wens ik u mede te delen, dat ik deze gemeente, aan wier hoofd ik ruim zes jaar heb gestaan, ga verlaten. „In kwaliteit van ambtenaar van het gezag ben ik genoodzaakt voortdurend handelingen te doen, dia door mijne diepste gevoelens streng worden afgekeurd; die geheel indruischen tegen hetgeen ik als richtsnoer van mijn leven wensch aan te nemen en dat voor mij belichaamd wordt in de Bergrede van Jezus. „Ik heb derhalve eervol ontslag uit mijne betrekking aangevraagd tegen 1 December a.s. „Met deze mededeling sluit ik de vergadering." De Heer Berman zal zich vestigen te 's Gravenhage, waar hij de betrekking van administrateur van de drukkerij „de Vrede" zal waarnemen." Simon Berman werd in Schagen opgevolgd door Burgemeester Hendrik Jean Pot.

Simon Berman werd dus benoemd tot beheerder van de Christelijke Anarchistische uitgeverij ‘De Vrede’ in Den Haag. In 1902 verhuisde deze uitgeverij naar een verwante communie in Blaricum, waar de leden hun eigen producten teelden, een bakkerij runden, zich bezig hielden met timmeren, en al hun bezittingen met elkaar deelden. Simon Berman bleef na deze verhuizing de publicaties van de uitgeverij beheren, maar woonde wel buiten de gemeente in het nabijgelegen Laren. Hij weigerde zijn spaargeld aan de communie over te dragen. Rudolf Jans schreef in 1952 hierover in zijn boek. Tolstoj in Nederland. "Zelfs kwam er een gewezen burgemeester bij, S. Berman, die op grond van zijn overtuiging afstand van zijn ambt had gedaan, maar hij woonde met zijn gezin apart in Laren en stortte zijn kapitaal niet in het koloniefonds. Vrede IV, 3."

De drukkerij verhuisde in 1903 opnieuw, nu naar Amersfoort, nadat Berman uit het management was teruggetreden. In 1904 woonde Berman in de Asterstraat 25 in Hilversum en werd hij  secretaris van de maatschappij ‘Ons Huis’, een deel van het Christelijke-Anarchistische netwerk. Hij bleef in Hilversum wonen tot 1909.

Christen-Anarchisme is het streven naar anarchisme, d.w.z. een orde met de minst mogelijke dwang, gebaseerd op (elementen van) het Christendom.

Christen-Anarchisten beroepen zich vaak op voorgangers uit de geschiedenis van het Christendom, onder verwijzing, niet alleen maar wel vaak van passages uit Jesaja en Micha en met beroep op de Bergrede.  De term is geïntroduceerd door de specialist in de gnosis, Eugen Heinrich Schmitt, in verband met Leo Tolstoj.

Als we een lijstje namen van mensen die de afgelopen twee eeuwen Christendom en Anarchisme of afwijzing van de staat op enigerlei wijze gecombineerd hebben, zouden moeten samenstellen, dan staan daar bijvoorbeeld de volgende personen op: Adin Balou, Søren Kierkegaard en Leo Tolstoj. Tolstoj was geïnspireerd door de Doechoboren, die op hun beurt weer door hem gesteund werden. De Doechoboren waren een religieuze groep, die al in het achttiende eeuwse Rusland vervolgd werd om haar pacifisme en collectivisme en haar afwijzing van de overheid en de Orthodoxe Kerk. Zij mochten in 1897 emigreren, mits ze nooit meer terugkwamen. Velen trokken naar Canada, gesteund dus door onder meer de schrijver Tolstoj maar ook door de anarchist Kropotkin, en ze vestigden zich in een aantal kolonies in wat nu Saskatchewan heet.

In Nederland was het Protestantse Christen-Anarchisme oorspronkelijk georganiseerd in de zogenaamde ‘Internationale Broederschap’ en rondom het blad ‘De Vrede’. Enkele namen hierbij zijn: Felix Ortt (Afbeelding hiernaast), Lodewijk van Mierop, Louis Bähler, Margaretha Meijboom en dus ook de latere Alblasserdamse Burgemeester Simon Berman.

Felix Louis Ortt (1866 - 1959) was een van de belangrijkste theoretici van het christenanarchisme in Nederland. Hij was ook oprichter van de Nederlandse Vegetariërsbond. Dirk Lodewijk Willem van Mierop (1870 – 1930) was een Nederlands religieus-anarchist. Louis Adriën Bähler (1867 - 1941), was een vrijzinnig hervormd predikant. In 1911 verliet Bähler de kerk. Margaretha Anna Sophia Meijboom (1856 - 1927) was een sociaal werkster, feministe en vertaalster van Scandinavische literatuur.  Meijboom zocht naar mogelijkheden om vrouwen economisch zelfstandig te maken.

Burgemeester van Bedum (1909 – 1914)
Van 1909 tot 1914 was Simon Berman Burgemeester van het Groningse Bedum als opvolger van dr. Hieronijmus Ulferts Schleurholts. Terwijl hij burgemeester van Bedum was, probeerde hij het winterse schaats-verkeer in de gehele provincie Groningen te reguleren. Burgemeester Berman probeerde ook het tram transport in de provincie Groningen te initialiseren. Het blad ‘Stad en Dorp’, schreef hierover: "De heer S. Berman, burgemeester van Bedum, had heden in café Prins de heeren burgemeesters en wethouders der 20 plaatsen, betrokken bij het tramwegplan in de provincie Groningen, waarmee men thans reeds 15 jaar doende is, bijeengeroepen ten einde hen te bewegen tot een gemeenschappelijke actie om 't Uitvoerend Comité de heer Scholte en mr. de Visser, te dwingen, sneller voortgang te maken."

Bedum in het Gronings: Beem, is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente in de provincie Groningen. Het dorp ligt ongeveer 10 km ten noorden van de stad Groningen en is gelegen aan de spoorlijn Groningen - Delfzijl en aan het Boterdiep. Het dorp Bedum telde in 2013 ongeveer 8.500 inwoners, terwijl de gehele gemeente er ruim 10.000 telde.

Bedum is omstreeks de 10e eeuw ontstaan op twee lage wierden in het veenontginningsgebied. De legende van de heilige Walfridus van Bedum verhaalt hoe deze edelman omstreeks het jaar 1000 leiding gaf aan de ontginningsactiviteiten in de streek. De ontginners kwamen vermoedelijk uit de omgeving van Warffum en Middelstum-Kantens, waar het verkavelingpatroon zijn aanvang neemt. Daarnaast is ook het gebied van Sauwerdwold aan het kerspel Bedum toegevoegd.

De naam Bethdum wordt voor het eerst vermeld in 1214, als Olivier van Keulen hier oproept deel te nemen aan een kruistocht. Bedum is dan al een centrumplaats. De naam is wellicht ontstaan uit Bedahem 'woonplaats van Beda'. Vanaf het einde van de 10e eeuw wordt ook een dorp Bedorouualda vermeld, dat is het wold van Bedum, waarvan de inwoners Bederawaldmanna worden genoemd. Het achtervoegsel -wolde duidt erop dat we te maken hebben met ontgonnen wildernis. Later splitsten de kerkdorpen Oostbedumerwolde en Ellerhuizen zich af. Rond 1475 was Astarabederwalda nog zelfstandig, ruim dertig jaar later niet meer. Wel bleef de school van dit dorp nog geruime tijd bestaan. De parochie van Ellerhuizen was al eerder samengegaan met het moederdorp. In de 16e eeuw werd verder een deel van Lutjewolde bij Bedum gevoegd.

In 1914, net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, of zoals men in die tijd zei: ‘de Grote Oorlog’, verhuisde het gezin van Simon Berman vanuit het hoge noorden van Nederland naar Alblasserdam.

Burgemeester van Alblasserdam (1914 - 1923)
Over de installatie van Simon Berman als Burgemeester van Alblasserdam schreef ‘De Nieuwe Tilburgse Courant’ op 11 juni 1914: "Woensdag is de edelachtbare heer S. Berman als burgemeester van Alblasserdam geïnstalleerd. Door den waarnemende burgemeester en het oudste raadslid werden hartelijke woorden gesproken, waarvoor de burgemeester zijn vriendelijke en warmen dank bracht, terwijl hij dén wensch uitsprak, dat even spoedig een geschikte woning gevonden worde, opdat hij als burgervader in Zijne gemeente kan wonen. Van de gelegenheid tot receptie werd druk gebruik gemaakt. Alhoewel de afhaling niet feestelijk geschiedde, was van verscheidene gebouwen toch de driekleur uitgestoken."

Kort nadat Berman in 1914 werd geïnstalleerd als burgemeester van Alblasserdam, brak dus de Eerste Wereldoorlog uit. Terwijl Nederland neutraal bleef, werden de lokale overheid van Alblasserdam en de Burgemeester wel degelijk bezig gehouden met de effecten van de oorlog. Bijvoorbeeld wanneer er 60 Belgische vluchtelingen binnen de gemeentegrenzen kwamen wonen. Een ad-hoc gemeentelijk fonds voor werklozen werd er opgericht. In deze jaren trof Burgemeester Simon Berman enige controversiële maatregelen, gerelateerd aan de oorlog. Maar deze moeten ook gezien worden als gerelateerd aan de religieuze / politieke ideologie van Simon Berman. Hij sloot daarom ook de publieke huizen van Alblasserdam op zondag, en experimenteerde met andere beperkingen, zoals onder andere een verbod op de verkoop van alcohol. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef hierover op 21 december 1914: “Ontevreden inwoners schrijven uit Alblasserdam aan het Rotterdams Nieuwsblad dat sinds enigen tijd in die gemeente onder een groot deel der inwoners enige gisting heerscht. De oorzaak hiervan is dat de hr. S. Berman, sinds enige maanden burgemeester (vóórdien te Bedum), volgens de overtuiging dezer lieden aan hun vrijheid tornt. Direct toch na de mobilisatie, liet Zijne Edelachtbare verbieden den verkoop van sterken drank. Dit heeft ruim een dag geduurd. Toen liet Zijne Edelachtbare. de cafés alle dagen des namiddag om 5 uur sluiten. Na Vrijdag 20 Nov. mochten de cafés weer als voorheen tot des avonds 13 uur geopend zijn, doch werd bevolen, in overeenstemming met Z.E. Achtbare politieke overtuiging ze den Zondag geheel te doen sluiten. Een groot deel der inwoners komt hiertegen op."

Pieter Boersma schreef in 1939 hierover ook nog in zijn publicatie over Alblasserdam's heden en verleden: "Kort na de in functie treding van Burgemeester S. Berman, brak de wereldoorlog uit. Vele nieuwe vraagstukken ontstonden daardoor en het Gemeentebestuur kwam voor uitzonderlijke moeilijkheden te staan. Zoo waren een 60-tal Belgische vluchtelingen ingekwartierd en in verband met de tijdsomstandigheden dorst Burgemeester Berman het aan om des Zondags de herbergen te sluiten. Het was dezen Burgemeester overigens ernst met het eerbiedigen van Gods heilige ordinantiën. Trouw woonde hij de godsdienstoefeningen der Ned. Herv. Kerk bij, aldus der burgerij het goede voorbeeld gevende. Er werd tijdelijk een gemeentelijk werklozenfonds gesticht."

Na de oorlog, in het begin van de twintiger jaren werd Burgemeester Berman tijdje ziek, en uiteindelijk ging Simon Berman, Burgemeester van Alblasserdam in 1923 met pensioen, kort voordat hij 62 zou worden. Uit de Staatcourant van 1 Februari 1923: "Bij Kon. besluit [...] is aan S. Berman, op zijn verzoek, met ingang van 1 Maart a.s., eervol ontslag verleend als burgemeester der gemeente Alblasserdam, met dankbetuiging voor de diensten die door hem als burgemeester van onderscheidene gemeenten bewezen;" (Zie afbeelding krantenpublicatie) Hij werd als Burgemeester in Alblasserdam opgevolgd door de heer J. van Scheers, die Burgemeester van Alblasserdam zou blijven tot het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1940.

Simon Berman was op 11 juli 1898 in Bennebroek getrouwd met Johanna Diderica Helena Willink. (Zie hiernaast voor een afbeelding van de Huwelijksacte) Johanna was een jaar ouder dan hij en overleefde hem met 17 jaar. Simons broer, Alexander Johan Berman, een notaris in Nieuwendam, was getrouwd met Johanna's zus Agatha Willink.

Simon en Johanna Berman hadden een dochter, Agatha Johanna (1890-1978), en twee zonen, Alexander Johan (1892-1943) en Gerard (1897-1988). Gerard Berman, die zich had gevestigd als fotograaf in Haarlem, maakte in september 1927 nog de hierboven afgebeelde portretfoto van zijn vader Simon Berman.

Simon Berman, oud burgemeester van Alblasserdam overleed in Haarlem op 19 oktober 1934, op 73-jarige leeftijd en hij werd begraven op de algemene begraafplaats in Heemstede.

Hieronder nog een prachtige video impressie van Oud-Alblasserdam, gemaakt door de heer J.Slager, met zeker ook beelden van plaatsen waar ooit Burgemeester Simon Berman heeft rondgelopen. Zie voor meer materiaal www.youtube.com.

Bronnen: Wikipedia en het verdere internet.

Foto's bewerkt met Fotosketcher.
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's, de video en andere documenten.


Andere columns