Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

In 1815 begon in Alblasserdam de verandering naar de moderne tijd door een Vulkaanuitbarsting (zondag 19 april 2015)

Afbeelding bij Column: In 1815 begon in Alblasserdam de verandering naar de moderne tijd door een Vulkaanuitbarsting
Het jaar 1815 is bij iedereen alleen bekend door dat in dat jaar de Slag bij Waterloo plaatsvond, welke het definitieve einde van Napoleon betekende. Maar dat 1815 ook het begin van iets inluidde, dat is bij veel mensen niet bekend.

Het jaar 1815 was in Alblasserdam begonnen net als alle voorgaande jaren. Het leven in het dorp was gewoon zijn gang gegaan, zoals het al jaren achter elkaar zijn gang gegaan was. De Franse tijd was afgelopen, maar in Alblasserdam op het Zuid-Hollandse platteland, had deze Franse overheersing niet echt veel invloed op het dagelijks leven gehad. Ja, iedere Alblasserdammer moest nu verplicht een achternaam dragen, en je had in de twintig jaar voor 1815 wat vaker Frans horen praten…….,

Maar in 1815 zou de Alblasserdamse wereld toch wel drastisch gaan veranderen, en eigenlijk ook de rest van de wereld zou in 1815 een drastische verandering inzetten..

Het begon zo half april 1815 op een ochtend met een hele bijzondere zonsopgang, een zonsopgang die gepaard ging met allerlei tinten rood en oranje die nog nooit zichtbaar waren geweest aan de ochtendhemel van ons dorp, tenminste, zo vertelden de latere grootvaders en grootmoeders aan hun kleinkinderen: “In het jaar van Waterloo,” vertelden ze dan, ‘begon in april de wereld te veranderen, en het begon met de mooiste zonsopgangen die we ooit gezien hadden…..”

‘Maar gelijk met die zonsopgangen, kleurden ook de zonsondergangen de hemel prachtig, en gebeurde er nog iets vreemds. De dagen werden somber, alsof het licht van de zon gefilterd werd door iets, waardoor de dagen somberder en donkerder waren dan voorheen……..’

In 1815 probeerden de boeren op het platteland hun werk weer te gaan doen zoals ze gewend waren. Maar na de sombere dagen die in april van dit jaar begonnen waren, begon het in de maanden daarna ook vaker en meer te regenen dan normaal. Soms zakte de temperatuur in de zomer naar erge lage temperaturen, en soms steeg ze naar hele hoge…. Hierdoor leek het erop dat de oogsten dit jaar niet goed zouden worden.

Dat was ook zo, de oogsten mislukten, en ook de jaren daarna, niet alleen in Alblasserdam, maar op veel plaatsen in Nederland en de rest van de Wereld………., wat was er aan de hand met het weer? Was het klimaat aan het veranderen……?

In 1815 kwam er zodoende in de loop van het jaar te weinig voedsel op de markt, en de boeren voelden dat vooral als ze voedsel voor hun dieren wilden hebben, dat was er haast niet, alle voedsel werd eerst voor de mens apart gelegd, de dieren, en dan vooral de trek- en lastdieren werden hiervan de dupe. Ze werden geslacht en opgegeten. 

Omdat de oogsten mislukt waren, waren de inkomsten op het platteland in 1815 en enkele jaren daarna natuurlijk ook minimaal, en was er in de jaren die kwamen dus ook geen geld om nieuwe last- en trekdieren te kopen. Maar de mens was inventief. De fiets verscheen op het toneel. Spullen werden niet meer rondgebracht te paard, maar met de allereerste fietsen, de zogenaamde draisines, oftewel de loopfietsen. Het platteland en dus ook het dorp Alblasserdam begon met de komst van deze loopfietsen, zijn verandering naar de moderne tijd dus al in 1815, zou je kunnen zeggen.

Verschillende inwoners van Alblasserdam kregen het heel zwaar te verduren, honger, en geen uitzicht op verbetering. Dit alles gebeurde in deze jaren overal in Europa, voedselrellen braken op veel plaatsen uit en zorgden ervoor dat er een vanaf 1817 een emigratiegolf naar de Verenigde Staten op gang kwam, en enkele families uit Alblasserdam en omstreken namen ook de wijk naar Amerika met de hoop op een betere toekomst……… 

Hoe kwam dit alles? War was er aan de hand in april 1815 toen deze weersveranderingen begonnen? Wel om de oorzaak van dit te weten te komen moeten we naar de andere kant van de Aarde, en wel naar het toenmalige Nederlands-Indië, het huidige Indonesië.
 
Indonesië, de ‘Gordel van Smaragd’ is een prachtige eilanden groep in het zuiden van Azië. Maar het is ook een eilanden groep met zeer veel vulkanen, en daarom ook veel vulkaanuitbarstingen, en in het begin van 1815 stond de vulkaan Tambora op uitbarsten……..

De Tambora is een zogenaamde stratovulkaan op het Indonesische eiland Soembawa. De vulkaan bevindt zich op een schiereiland hiervan, en maakt deel uit van de zogenaamde Sandoboog. In het noorden grenst het schiereiland aan de Floreszee, in het zuiden aan de Saleh-baai. De vulkaan Tambora ligt ongeveer 340 kilometer ten noorden van de Soendatrog. Op zeeniveau heeft de vulkaan een diameter van zo'n 60 kilometer.

Naar schatting is de Tambora 57.000 jaar geleden gevormd, en de grootste uitbarsting van deze vulkaan was in 1815……
Met behulp van C14-datering is vastgesteld dat er in ieder geval drie grote uitbarstingen van de Tambora hebben plaatsgevonden voorafgaand aan die van 1815. De laatste bekende uitbarsting vond plaats in 1967, maar dit was slechts een kleine. 

Op 10 april 1815 barstte de vulkaan echter in alle hevigheid uit. Met een vulkanische-explosiviteits-index van 7 was dit de grootste uitbarsting in de laatste 10.000 jaar die ooit rechtstreeks door mensen is waargenomen en opgetekend. De oorspronkelijk ongeveer 4200 meter hoge vulkaan verloor hierbij ongeveer een derde van zijn hoogte en meet sindsdien circa 2800 meter. Er ontstond een krater van zes kilometer in doorsnede.

De gevolgen van de eruptie waren desastreus. Het directe dodental wordt geschat op 10.000 mensen. Ook de flora en fauna werd ernstig aangetast. Doordat de uitbarsting de oogst vernietigde, ontstond op Soembawa een grote hongersnood, die gepaard ging met diarree en hoge koortsen. De gevolgen van de uitbarsting bleven niet tot Soembawa beperkt. Vooral de nabij gelegen eilanden Bali en Lombok werden door hevige asregens getroffen, met ook op die eilanden mislukte oogsten en hongersnood tot gevolg. Ook ontstonden er tsunami's. Hongersnood en ziekten kostten aan nog eens tienduizenden (schattingen variëren van 37.000 tot 82.000) mensen het leven.

Recente studies tonen aan dat de gevolgen nog veel groter waren dan gedacht. De vulkaan uitbarsting beïnvloedde het klimaat wereldwijd en veroorzaakte behalve weersextremen ook hongersnoden door mislukte oogsten, tot in Europa en Canada aan toe. Het jaar 1816 is bekend geworden als het jaar zonder zomer. Er bestaat ook een – voor alsnog onbewezen – theorie dat de nederlaag van Napoleon tijdens de slag bij Waterloo (1815) deels te wijten is geweest aan de uitbarsting van de Tambora. De grote hoeveelheden as in de atmosfeer zouden in 1815 wereldwijd hebben geleid tot klimaatveranderingen, waaronder zware regenval tijdens de slag bij Waterloo. De artillerie van Napoleon liep daardoor vast in de resulterende modder, waardoor zij niet tijdig kon worden ingezet.

Zoals ook bij de uitbarsting van de Vesuvius bij Pompeï het geval was, is een heel dorp door de lava van de Tambora bedekt geraakt en hierdoor bijna volledig intact bewaard gebleven. Er worden opgravingen gedaan om de snelheid van de dodelijke werking van vulkanen te bestuderen. Verder wordt de cultuur van de bevolking uit die tijd bestudeerd.

De Tambora was al jaren voor de uitbarsting erg onrustig. Regelmatig klonk er gerommel, bewoog de aarde en kwamen er zwarte rookwolken uit de krater. Op de avond van 5 april 1815 klonk er een zware explosie, die op een afstand van 1250 kilometer in Batavia, het huidige Jakarta, te horen was. De toenmalige Britse gouverneur generaal stuurde troepen de stad Batavia in, omdat hij dacht dat de stad werd aangevallen door rebellen. Niemand kon toen nog vermoeden dat dit het begin was van een enorme natuurramp: de uitbarsting van de Tambora vulkaan.

Na de eerste explosie van 5 april volgden er nog vele. Vanaf de eerste dag was er al as neergekomen op Java. Niemand wist toen nog waar dat vandaan kwam. Ook waren er al een aantal aardschokken gevoeld. De grote uitbarsting kwam op de avond van 10 april 1815. Bij deze explosie werd te top van de vulkaan er af geblazen. Grote brokstukken kwamen tot op 40 kilometer afstand neer. De vulkaan verloor ongeveer een derde van z’n hoogte. Voor de explosie was hij 4200 meter hoog, na de explosie was daar nog 2850 meter van over. Gedurende de eruptie werd door de vulkaan, naar schatting, zo’n 160 kubieke kilometer aan magma stenen en as uitgebraakt in een kolom die tot 44 km hoog in de atmosfeer reikte. Daarmee scoort de Tambora een 7 op de Vulkanische Explosiviteits Index (VEI). Dat is de op een na hoogste classificatie. De hoogste is VEI 8 (een uitstoot van 1000 kubieke kilometer of meer) en dat is voorbehouden aan de grootste supervulkanen, zoals bijvoorbeeld Toba en Yellowstone.

Drie dagen lang was de Tambora en haar omgeving in een dichte zwarte rook gehuld. Overal in de zee rond Sumbawa dreven grote hoeveelheden puimsteen en hout van losgerukte bomen. Dagen lang werd de omgeving geteisterd door vloedgolven, aardbevingen en wervelwinden. Naar schatting vonden daarbij ongeveer 12.000 mensen de dood.

Sumbawa werd bijna geheel bedekt met een as en modderlaag van 50 cm dik. Dit doodde al het plantenleven en jarenlang kon er geen voedsel meer worden verbouwd, Daardoor ontstond er grote hongersnood onder de bevolking die het geweld van de uitbarsting had overleefd. Ook de westelijke buureilanden Lombok en Bali werden onder een laag as bedolven. Ook daar mislukten oogsten en ontstond er hongersnood. Op Sumbawa brak ook nog een cholera epidemie uit als gevolg van een gebrek aan schoon drinkwater. Dit alles kostte naar schatting aan nog eens 80.000 mensen het leven. Het werkelijke dodental is echter moeilijk vast te stellen. Het zou ook wel eens hoger kunnen zijn.

De uitbarsting had dus ook op wereldschaal grote gevolgen. Door de grote hoeveelheid, hoog in de atmosfeer uitgestoten materiaal, daalde de gemiddelde temperatuur op aarde met 0,3 graden celcius. De gevolgen daarvan begonnen al in 1815 maar werden met name gevoeld in het jaar na de uitbarsting van de Tambora. In Noord Amerika en Europa ging het jaar 1816 de geschiedenis in als ‘het jaar zonder zomer.’ Veel oogsten mislukten door nachtvorst in het voorjaar en de zomer. Daardoor ontstonden op veel plekken hongersnoden. Er wordt door sommige historici zelfs een verband gelegd tussen de opstand tegen keizer Napoleon in dat jaar en de voedseltekorten. Op veel plaatsen in Europa braken voedselrellen uit en de armoede nam sterk toe. Dit duurde tot in 1817, waarna de migrantenstroom naar de Verenigde Staten toenam.

Dat er zoveel as in de hoge luchtlagen aanwezig was, was goed te zien aan de zonsop- en ondergangen. Ze zagen er spectaculair uit doordat er een speciale gloed in de lucht hing. De Engelse schilder J.M.W. Turner (1775-1851) zou hierdoor geïnspireerd zijn geraakt bij het schilderen van landschappen. Deze schilderijen vertonen een typische lichtinval.

De 18-jarige Mary Shelley en haar man Percey verbleven in 1816 in het landhuis van Lord Byron in Genève. Door de slechte zomer met erg veel regen verveelden ze zich. Lord Byron stelde voor om een wedstrijd te houden wie het beste horrorverhaal kon schrijven. Mary Shelley won met het later wereldberoemd geworden verhaal van het Monster van Frankenstein.

Na 1816 bleef de Tambora nog jarenlang onrustig. In augustus 1819 werd er nog gerommel gehoord en stroomde er nog lava over de bergwand. Pas in 1847 durfde de eerste wetenschapper het aan om een expeditie te organiseren naar de krater van de Tambora. De expeditie werd geleid door de Zwitserse botanist Heinrich Zollinger.

In 2004 werd er onder een drie meter dikke laag as een eeuwenoud dorp gevonden. Er werden veel voorwerpen gevonden en beenderen van twee volwassen mensen. Volgens professor Harald Sigurdsson die de vondst deed, moet er nog veel meer te vinden zijn. Hij noemt het gebied “het Pompeï van het oosten”.

‘Het jaar zonder zomer’ is dus een bijnaam voor het jaar 1816. Met name in Noord-Europa en in het noordoosten van de Verenigde Staten waren de zomermaanden van dat jaar ongebruikelijk koud. In juni en juli kende het noordoosten van de VS ieder etmaal nachtvorst. Zowel in Europa als in de VS kwam die zomer hevige sneeuwval voor. Vanaf augustus zette in Europa de nachtvorst in, met massale misoogsten als gevolg.

De oorzaak van ‘het jaar zonder zomer’ was lange tijd onbekend.

De klimatoloog William Humphreys stelde in 1920 als eerste dat de koude zomer kon zijn veroorzaakt door een vulkaanuitbarsting. Eind 1815 en begin 1816 was in Hongarije en Italië rode en bruine sneeuw gevallen (sneeuw verontreinigd met vulkanische as). In de Verenigde Staten was een 'droge nevel' waargenomen, die niet oploste door regen of wind, en de zon zodanig verduisterde dat de lucht rood kleurde en zonnevlekken met het blote oog zichtbaar werden.

Tegenwoordig wordt de uitbarsting van de vulkaan Tambora in 1815 als directe oorzaak van de koude zomer gezien. Daarbij viel het jaar 1816 ook nog in een periode van relatief lage zonne-activiteit: het Dalton-minimum.

Tijdens ‘het jaar zonder zomer’ bereikten de temperaturen weliswaar normale of zelfs bovennormale zomerse waarden, maar kwam het regelmatig voor dat het weer plotsklaps omsloeg en de temperatuur naar winterse waarden daalde, vergezeld van hevige regen- en onweersbuien, sneeuw, ijs en/of vorst. In mei 1816 teisterde ongewoon aanhoudende (nacht)vorst grote delen van de Verenigde Staten, waardoor de pas ingezaaide landbouwgewassen kapotvroren. Begin juni nam een koufront bezit van het noordoosten van Noord-Amerika, en veroorzaakte daar zomersneeuw en -vorst. In Albany en Dennysville sneeuwde het op 6 juni, terwijl in Quebec 30 cm sneeuw lag. In juli en augustus bevroren de meren en rivieren zelfs zo zuidelijk als Pennsylvania. Dit veroorzaakte een mislukte oogst, voedselschaarste en een stijging van voedselprijzen. Hoewel in sommige gebieden de oogst wel lukte, waren de transportmogelijkheden in de 19e eeuw beperkt, wat het voedselprobleem verergerde.

In Europa, dat al te lijden had gehad van de Napoleontische Oorlogen, was het weer weliswaar niet zo extreem als in de Verenigde Staten, maar was de zomer toch ongewoon koud en nat, met zware regen- en onweersbuien. In Zwitserland kwam zelfs in de zomer vanaf 800 m hoogte regelmatig sneeuwval voor, die een paar keer ook de diepere dalen bereikte. Ook hier was het slechte weer voldoende om de oogst te doen mislukken, met als gevolg hongersnoden. In Wales begonnen families van dorp naar dorp te trekken, smekend om eten. Ierland werd door de regenval en het voedselgebrek geteisterd door een tyfusepidemie. In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, wellicht het hardst getroffen binnen Europa, deden zich hongeroproeren en plunderingen voor. In Zwitserland was de wanorde zo groot dat de noodtoestand werd uitgeroepen. Vanaf augustus dat jaar begon in het grootste deel van Europa de nachtvorst.

In India en China veroorzaakte de klimaatverstoring een zeer extreme zomermoesson die in de Jangtsekiang en Ganges grote overstromingen teweegbracht. In grote delen van China (niet slechts het noorden) mislukte de oogst, en kwamen bovendien grote hoeveelheden vee om van de kou. Tot in de Zuid-Chinese provincies Jiangxi, Anhui en Taiwan werden sneeuw en vorst gerapporteerd.

De zomer werd gevolgd door een extreem koude winter. In New York daalde de temperatuur begin 1817 tot -32 graden Celsius, waardoor de omliggende rivieren en zeearmen dichtvroren. De koude winter werd opnieuw gevolgd door een koele zomer. Dit veroorzaakte bij de Giétrogletsjer in Zwitserland een ijsdam, die het jaar erop, in de zomer van 1818, catastrofaal doorbrak.

In Europa ontstond na de misoogsten van 1815/1816 een voedseltekort. In veel Europese steden ontstonden relletjes en plunderingen.

In juni 1817 lag de gemiddelde prijs voor de meest geconsumeerde voedingswaren ongeveer op 2½ keer het niveau van 1815.

De hongersnood en overstromingen veroorzaakten tyfus- en cholera-epidemieën, in de hand gewerkt door verzwakte weerstand, onhygiënische omstandigheden, en het rondtrekken op zoek naar voedsel.

Men schat dat in Europa 200.000 personen aan de directe of indirecte gevolgen van ‘het jaar zonder zomer’ omkwamen.

Veel Europeanen besloten naar de Verenigde Staten te emigreren.

In de Verenigde Staten hadden de weersomstandigheden een trek naar het westen tot gevolg.

Men kwam tot het besef dat een betere organisatiegraad vereist was om in de toekomst dit soort rampen het hoofd te bieden. Het gaf een impuls aan de ontwikkeling van economische principes.

Met name in Duitsland ontstonden stichtingen en fondsen waarvan de middelen konden worden aangewend ter bestrijding van de negatieve gevolgen van rampen. De in het kader van de Restauratie in hun macht herstelde vorsten zagen in dat de overheid toch een zekere verantwoordelijkheid had voor haar burgers.

De ontwikkeling van de fiets, aanvankelijk nog in de vorm van de draisine, kreeg een impuls omdat in 1815, 1816 en 1817 zeer veel paarden van de kou en honger waren gestorven.

Justus von Liebig maakte de hongersnood als kind mee en ging zich later als volwassene en chemicus toeleggen op planten. Hij leverde een grote bijdrage aan de organische chemie en ontwikkelde kunstmest.

Dit alles speelde zich dus in de jaren rond 1816 wereldwijd af, en weerspiegelde zich op kleine schaal in de situatie van die tijd in Alblasserdam. De moderne tijd in Alblasserdam begon dus na de val van Napoleon. 1815 zou dus met grote en dikgedrukte cijfers in de Alblasserdamse annalen geschreven moeten staan, maar helaas, dat is niet zo. We weten zelfs niet wie de eerste loopfiets in Alblasserdam gebruikte………

Bronnen:
Wikipedia, YouTube en het verdere internet.
Foto's bewerkt met Fotosketcher.
 
Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's, video’s en, de andere afbeeldingen.
 

Andere columns