Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Jan Huisman uit Alblasserdam vocht op 18 juni 1815 mee en overleefde de Slag bij Waterloo (donderdag 18 juni 2015)

Afbeelding bij Column: Jan Huisman uit Alblasserdam vocht op 18 juni 1815 mee en overleefde de Slag bij Waterloo

Op 18 juni, is het Waterloodag. Dan heeft iedereen vrij omdat we van dictator Napoleon af zijn. Althans, zo was het lang geleden in Alblasserdam en heel Nederland. Heden ten dage herdenken we alleen 5 mei als bevrijdingsdag en zelfs dan is niet iedereen vrij.

Ooit had Nederland aardig wat vrije feestdagen, zoals Lichtmis (2 februari), Maria Hemelvaart (15 augustus) en Waterloodag (18 juni).

Waterloodag was ooit in Nederland een feestdag waarop het einde van de Franse bezetting werd herdacht. Op 18 juni 1815 werden de legers van Napoleon verslagen bij Waterloo en deze feestdag bestond in ons land tot aan de Duitse inval in 1940.

Een feestdag die 125 jaar lang bestaan heeft hebben we dus in Alblasserdam te danken aan de dappere soldaten die het leger van Napoleon bij Waterloo hebben verslagen. Een speurtocht levert een hele serie namen van deze dappere soldaten op. In eerste instantie is helaas niet te vinden waar al deze soldaten vandaan kwamen. In welke Nederlandse plaatsen ze opgegroeid zijn. Maar na enkele uren pittig speurwerk komt er toch een in Alblasserdam geboren en getogen soldaat naar voren mee gevochten heeft in de Slag bij Waterloo, en die deze slag ook heeft overleefd.

Jan Huisman heet deze dappere soldaat, Jan Huisman geboren en getogen in Alblasserdam op 20 november 1793 trad op 11 december 1813 in dienst van het Nederlandse leger met de rang van Soldaat. Hij werd op 11 maart 1814 overgeplaatst naar het 6e Bataljon Infanterie van de Linie. Hij maakte een groot jaar later met zijn onderdeel, deel uit van het Nederlandse Leger onder leiding van de Prins van Oranje, wat in de Slag bij Waterloo meehielp om Napoleon te verslaan.

"De Slag van Waterloo is niet zo genoemd omdat ze plaatsvond in Waterloo, wel omdat die naam goed klinkt in het Engels." Oud-journalist en geschiedkundig auteur Johan Op de Beeck herinnert aan deze dwaling in enkele recente boeken van zijn hand.

'Braine L'Alleud, I was defeated, you won the war', zo had het eigenlijk moeten klinken in de bekende hit van Abba. Want de naam 'Battle of Waterloo' - bedacht door de Hertog van Wellington, Arthur Wellesley - is geschiedkundig niet correct, zo zegt Op de Beeck. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, werd de slag immers niet uitgevochten in en bij Waterloo, maar op het plateau van Mont-Saint-Jean, iets zuidelijker. De plaats ligt in wat nu de gemeente Eigenbrakel, of Braine L'Alleud, is.

"Wellington heeft die naam bedacht, gewoon omdat het goed klinkt in het Engels", zei Op de Beeck in dat radioprogramma. "Bijgevolg zijn er nu tientallen plaatsen in de wereld die Waterloo heten. Denk bijvoorbeeld aan het bekende Waterloo Station in Londen."

Generatie na generatie is het werkelijke verhaal van de Slag bij Waterloo helaas uit het collectieve geheugen verdwenen.

Johan Op de Beeck schreef hierover in zijn boeken. Hierin zet hij deze geschiedkundige dwaling recht. Al wijst Pierre Heymans, recent benoemd tot officieel 'gids 1815', op een andere verklaring. De Slag van Waterloo had verschillende namen, zo legt hij uit. "De Fransen spraken van de Slag van Mont-Saint-Jean, de Pruisen hadden het liever over de Slag van Belle Alliance. Maar het werd de Slag van Waterloo, omdat Wellington kwartierhoofd was in Waterloo. Zijn verslag schreef hij in Waterloo, en hij ondertekende en dateerde het 'Waterloo, 19/06/1815'. Die naam is gebleven."

Toch heeft Wellington in dat verslag nog wel meer leugens verteld, zo blijkt. "Het hele verhaal van de Slag van Waterloo is één lange leugen", aldus Op de Beeck. "De belangrijkste is dat de overwinning op Napoleon helemaal geen overwinning is van het Britse leger, zoals Wellington deed voorkomen."

Wat er dan wel gebeurde? "Op 18 juni 1815 om 8 uur 's avonds stuurde Napoleon in een laatste manoeuvre zijn Vieille Garde vooruit", vertelt hij. "De Britse soldaten stonden toen op het punt om de wapens neer te gooien en te gaan lopen. Maar toen kwam er een Nederlandse eenheid, die de Franse troepen kon verslaan en de geschiedenis zo een andere wending gaf. Hierover staat niets te lezen in de verslagen die Wellington achteraf van de veldslag schreef. En generatie na generatie is het werkelijke verhaal uit het collectieve geheugen verdwenen."

In dit verhaal rondom de Slag bij Waterloo moeten we zeker David Hendrik baron Chassé, geboren in Tiel op 18 maart 1765, en overleden in Breda op 2 mei 1849, niet vergeten. Hij was een Nederlands officier. In 1781 nam hij dienst bij het Staatse leger. Hij week na de onderdrukking van de Patriottenopstand in 1787 uit naar Frankrijk, waar hij opklom tot luitenant-kolonel in het Bataafs Legioen.

Chassé speelde in 1799 een belangrijke rol bij het terugslaan van de Engels-Russische invasie in Noord-Holland. Hij streed ook in dienst van Napoleon in de verschrikkelijke guerrillaoorlog in Spanje (1807-1812) en werd wegens zijn verdiensten daarbij in 1809 verheven tot baron. Hij werd vervolgens bevorderd tot divisie-generaal in Franse dienst. Vanwege zijn voorliefde voor het gebruik van de bajonet noemde Napoleon hem wel “Général Baïonette”.

In 1814 ging hij over naar Nederlandse krijgsdienst. In 1815 onderscheidde hij zich als commandant van de 3e divisie in de Slag bij Waterloo. Tijdens deze veldslag stond de divisie eerst geheel op de rechterflank opgesteld, rondom het dorp Eigenbrakel. Al snel kwam het bevel om zich in reserve op te stellen achter het centrum van de geallieerde linie. Chassé bespeurde dat de Britse troepen voor hem op de vlucht sloegen en de Artillerie niet langer vuurde. Hij zag al snel dat Napoleon de Keizerlijke Garde op het centrum afstuurde; hierop gaf hij het bevel aan zijn artillerie om positie te nemen en de vijand onder vuur te nemen, terwijl hij intussen de brigade van kolonel Detmers in colonnes liet opstellen voor de tegenaanval. Na een kort vuurgevecht opende hij de aanval op de Franse Garde, die uiteindelijk moest wijken. De brigade van Detmers zette de aanval door, verdreef de Franse garde van een laatste positie bij La Haye Sainte en achtervolgde de vluchtende Fransen tot aan het Maison du Roi bij Plancenoit, waar ze Pruisische troepen tegenkwamen.

Tot afgrijzen van Chassé en zijn officieren had de Hertog van Wellington in zijn verslag geen melding gemaakt van de aanval van de divisie van Chassé. Ondanks toezeggingen van de Britse generaal Lord Hill, die het Nederlandse aandeel in de slag bij Waterloo erkende, is deze weglating nooit gecorrigeerd.

Koning Willem I benoemde Chassé vanwege zijn verdiensten in Waterloo op 8 juli 1815 tot Commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Na de Belgische opstand verdedigde hij de citadel van Antwerpen tegen achtereenvolgens de Belgische opstandelingen en het Franse leger, dat hen na de Tiendaagse Veldtocht te hulp kwam.

In 1832 wordt de citadel van Antwerpen belegerd door het Franse leger onder leiding van generaal Gérard, waarbij Chassé de citadel verdedigde tegen een ruim tienvoudige overmacht. Uiteindelijk moest zijn garnizoen capituleren, waarbij Chassé in krijgsgevangenschap geraakte. De Fransen behandelden de gevangen generaal daarbij opvallend goed. In 1833 werd hij overigens weer vrijgelaten en kon hij het aan hem op 25 december 1832 verleende Grootkruis in de Militaire Willems-Orde in ontvangst gaan nemen.

Als een bijzonder gebaar schonk de koning hem de ster die hij zelf placht te dragen. Chassé werd commandant van de vesting Breda, en ging in 1841 met pensioen.

Op Waterloo-dag 1907 werden de resten van Chassé overgebracht van het kerkhof te Ginneken naar een graftombe bij het “citadelmonument”.

Dit was op initiatief van koning Willem III opgericht ter gedachtenis aan de verdedigers van de citadel van Antwerpen. In het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes zijn een straat, een buurt en een kerk naar hem vernoemd. De kerk, de Chassékerk, is niet meer in gebruik. Er zijn plannen om de kerk te verbouwen tot een gymzaal en sociale woningbouw. In Breda is een stadssingel, de voormalige Chassékazerne en het Chassé Theater naar hem vernoemd. Ook in Den Haag is een straat naar hem vernoemd en in Tiel is er een Schietsport vereniging naar hem vernoemd.

De strijdkrachten tijdens de veldtocht rondom de Slag bij Waterloo bestonden uit drie grote legers. Allereerst het Grote Franse Leger van Napoleon: 125.000 manschappen. Zowel dienstplichtigen, uitstekende manschappen, geharde soldaten, overlevenden van het Keizerrijk, overlevenden van de Spaanse Oorlog…

En dan de geallieerden: 210.000 manschappen. Deze bestonden uit een Engels leger wat voor de helft was samengesteld uit Engelse soldaten en Duitse huursoldaten, opgeleid met een ijzeren discipline. Gereputeerd voor hun sterke verdediging.

En er was ook een Nederlands leger dat integraal deel uitmaakte van het leger van Wellington en dat werd geleid door de Prins van Oranje-Nassau, de latere Koning Willem II.

Het derde leger was een erg gemotiveerd Pruisisch leger, gedreven door het opkomende gevoel van Duits nationalisme en door de honger naar wraak tegen Frankrijk. Ze hadden weinig ervaring en waren niet echt gehard, maar wel zeer talrijk.

De artillerie van die tijd bestond hoofdzakelijk uit kanonnen. De belangrijkste munitie waren kogels met een gewicht van 6, 8, 9 of 12 pond, afhankelijk van het type kanon, en met een reikwijdte van maximaal iets meer dan een kilometer voor de kogels van 12 pond. De kogels zijn gemaakt van gietijzer en exploderen niet. Verder zijn er ook “kartetsen”: lichte bussen van ijzerblik, gevuld met ijzeren kogels (kartetskogels), die werken als gigantische patronen. De effectieve reikwijdte betreft niet meer dan 400 meter.

De Britten beschikten over een voor die tijd nieuw soort munitie, schrapnel genaamd. Een granaatkartets, gevuld met musketkogels, die kort na het schot in de lucht ontploft. Deze munitie met een reikwijdte van 900 meter blijkt tijdens de slag bij Waterloo zeer doeltreffend. De Britten zouden er meer dan driehonderd van hebben afgevuurd.

Het geweer van die tijd is het silexgeweer. De reikwijdte en precisie waren beperkt. Het laden (langs de pan en de loop) duurde lang. Het schot produceert een enorme rook (zwart kruit). Bij vochtig weer (zoals toen in Waterloo), zijn er heel wat mislukte schoten afgevuurd. Bij het treffen opende de infanterie het vuur (salvo) op minder dan 100 meter van de vijand. Het gevecht ging daarna verder met de bajonet, door de soldaten van Napoleon ook “la fourchette” genoemd.

Er zijn opvallende verschillen tussen de wapens van de oorlogvoerende partijen: Het Franse musket (model 1777, verbeterd in het jaar IX van de revolutie) werkte met loden kogels van 21 g. Het aanstampen van de kogel in de loop zorgt voor een preciezer schot, maar het laden van het geweer duurt langer (1 schot per minuut). Om technische redenen levert het Franse musket meer mislukte schoten op dan het Britse model.

Het Britse musket, genaamd "Brown Bess" schiet met kogels van 32 g, waardoor het doeltreffender kan worden ingezet tegen de paarden. De precisie is minder dan bij het Franse musket, maar er kan aan een hoger tempo gevuurd worden (bijna twee schoten per minuut).

Het Pruisische musket (model 1782, verbeterd) bevat tevens een lemmet, waarmee het patroon gemakkelijker kan worden losgescheurd dan met de tanden. Hierdoor kunnen de soldaten zowat drie schoten per minuut lossen.

Ook de Baker-karabijn wordt gebruikt in Waterloo, met name door twee Britse regimenten en het zeer professionele King's German legion, waarvan eenheden de hoeve La Haye Sainte verdedigen. De Baker karabijn is een wapen met getrokken loop. Het laden duurt lang, omdat men de kogel moet aanstampen, maar de precisie is opmerkelijk voor die tijd: 200 meter.

De conclusie van bovenstaande is dat de vuurkracht van de geallieerden tijdens de Slag bij Waterloo groter was dan die van de Fransen.

Maar bijna had Napoleon de Slag bij Waterloo toch gewonnen schreef Ivo van de Wijdeven in het Historisch Nieuwsblad nummer 1 van 2011.

Op 18 juni 1815 rond zeven uur ’s avonds was het een chaos op de velden ten zuiden van Waterloo. Er klonk een oorverdovend kabaal van knetterende musketten, bulderende kanonnen en kletterende sabels. Overal hing een verstikkende kruitdamp, zodat de soldaten geen hand voor ogen konden zien. De drassige grond lag bezaaid met lijken en gillende gewonden, zowel mensen als paarden. De Brits-Nederlandse infanterie had zich uit angst voor cavaleriecharges grotendeels samengetrokken in carrés, die furieus bestookt werden door de Franse artillerie.

Voorbijgierende kanonskogels rukten ledematen af en er vielen her en der gaten in de linie. In het midden van de carrés lagen gewonden rond de vaandels, die doorzeefd waren met kogelgaten. De officieren moesten manschappen naar voren duwen om de gaten in de carrés op te vullen. De Engelse cavalerie was nergens te bekennen en de eigen artilleriestukken stonden veelal werkeloos voor de carrés, waarin de kanonniers – voor zover ze nog in leven waren – bescherming zochten. Tussen de carrés was de Franse cavalerie heer en meester.

Daar klonk het ‘Vive l’Empereur!’, en onder tromgeroffel naderde de Keizerlijke Garde, door Napoleon persoonlijk geselecteerd uit zijn meest geharde veteranen en uitgedost met imponerende hoge berenmutsen. Zij hadden in vorige veldslagen vaak de beslissing geforceerd en boezemden de Britten en de Nederlanders grote angst in.

Voor de hertog van Wellington, de bevelhebber van de Brits-Nederlandse troepen, zag het er somber uit. Zijn kansen op een overwinning hingen aan een zijden draadje en dat leek op knappen te staan. ‘Het moet donker worden, of de Pruisen onder Blücher moeten komen,’ zou een somberende Wellington op dat moment vertwijfeld gezegd hebben. Het leek erop dat Napoleon bij Waterloo als overwinnaar uit de bus zou komen.

Terwijl de Keizerlijke Garde oprukte, waren er Pruisische troepen verschenen op de zwakke rechterflank van Wellington. Dat leidde in alle consternatie en kruitdampen in eerste instantie tot wat vandaag de dag ‘friendly fire’ genoemd wordt, maar daarna steeg het moreel onder de Brits-Nederlandse troepen zienderogen.

Onder de Franse troepen was het tegenovergestelde het geval, zeker toen ze erachter kwamen dat de mannen in de blauwe uniformen aan hun rechterkant niet de manschappen van een Franse eenheid waren, zoals Napoleon hun had laten wijsmaken, maar de Pruisen van Blücher.

Door zijn eigen laatste reserves, dus met een hoofdrol voor de Nederlanders onder leiding van Generaal Chassé, op de linkerflank bij Hougoumont in de strijd te gooien, slaagde Wellington erin om de aanval van de Keizerlijke Garde af te slaan. Tot hun grote verbazing zagen de Engelse en de Nederlandse troepen dat de Franse elitetroepen rechtsomkeert maakten. De Keizerlijke Garde, die zich in al die jaren nog nooit had teruggetrokken, blies de aftocht. ‘Le Garde recule!’ klonk het verschrikt in de Franse gelederen, en er brak grote paniek uit.

Waar de Garde zich nog ordelijk terugtrok, rende de rest van het Franse leger halsoverkop het slagveld af, daarbij achtervolgd door woest om zich heen slaande Pruisische en Engelse cavaleristen. Wellington gaf het bevel tot de algehele aanval en de Fransen werden in de tang genomen. Napoleon realiseerde zich dat hij de veldslag verloren had en vertrok spoorslags terug naar Frankrijk.

Toen de kruitdampen weer opgetrokken waren, lagen er op de velden ten zuiden van Waterloo bij elkaar naar schatting meer dan 10.000 doden en 35.000 gewonden. ’s Nachts werden dezen massaal beroofd en de gewonden werden verder veelal aan hun lot overgelaten. Wellington en Blücher ontmoetten elkaar in de invallende duisternis bij La Belle Alliance, het oude hoofdkwartier van hun verslagen vijand. Ze besloten dat de Pruisen de achtervolging zouden inzetten. Enerzijds om verder ‘friendly fire’ te voorkomen, anderzijds omdat de Brits-Nederlandse troepen aan het eind van hun Latijn waren.

Hoewel hij veel aan Blücher te danken had, ging Wellington de geschiedenis in als de grote overwinnaar van Waterloo. In Nederland werd prins Willem, ondanks zijn niet altijd even handige optreden, officieel geëerd als ‘Held van Waterloo’. Het jonge koninkrijk had zijn eerste held en de kranten bejubelden zijn heldendaden. De eerste nationale mythe was een feit. Koning Willem I liet op het slagveld een enorm monument bouwen op de exacte plaats waar zijn zoon zijn bloed had vergoten voor de natie: de Leeuw van Waterloo. Zijn paard Wexy werd opgezet en staat tot op de dag van vandaag in de Koninklijke Stallen in Den Haag.

De weerstand van de Franse legers was bij Waterloo gebroken. Op 7 juli trokken de Pruisen Parijs binnen. In hun kielzog arriveerde Lodewijk XVIII om zijn plaats op de Franse troon weer in te nemen.

Napoleon had ondertussen in Parijs op 22 juni voor de tweede keer troonsafstand gedaan en toen hij hoorde dat de Pruisen in aantocht waren, was hij gevlucht naar de havenstad Rochefort. Van daaruit hoopte hij naar de Verenigde Staten te kunnen reizen. De Britse marine maakte dit echter onmogelijk en uiteindelijk gaf Napoleon zich op 15 juli over aan boord van het Britse oorlogsschip HMS Bellerophon.

Dit keer namen de geallieerden geen risico en Napoleon werd verbannen naar het afgelegen eiland Sint-Helena in het zuiden van de Atlantische Oceaan, waar hij tot zijn dood in 1821 in eenzaamheid verbleef. Daarmee kwam er een definitief einde aan de heerschappij van de man die Europa meer dan vijftien jaar in zijn greep had gehouden.

Op zoek naar Nederlandse en vooral Alblasserdamse soldaten die meegevochten hadden in de Slag bij Waterloo stuitte ik ook nog op de volgende naam: George Ross, geboren in Alblasserdam en overleden in Waterloo....... Had ik hier een Alblasserdammer gevonden die in Waterloo gesneuveld was. Even dacht ik het, dan had ik in dit verhaal twee Alblasserdammers te pakken. Maar helaas, verder onderzoek leverde op dat George Ross, een Alblasserdammer met Schotse roots op 2 augustus 1924 in Alblasserdam geboren was, dus meer dan 100 jaar na de Slag bij Waterloo. Hij was op 26 november 1995 overleden in Waterloo in Canada. Hij had dus niks met Napoleon te maken…….

George Ross was een zoon van George Ross en Erremina van Wijngaarden. Hij was sinds 5 januari 1991 weduwnaar van Gerritje Maria Enserink. het uitpluizen van de geschiedenis van deze Alblasserdammer die naar Canada geëmigreerd is, is een volgende column waard........

Jan Huisman blijft dus de enige Alblasserdammer uit de Slag bij Waterloo die ik heb kunnen vinden. Hij maakte vanaf 1815 deel uit van de bezettingstroepen in Frankrijk, en werd op 1 november 1819 gepasporteerd. Dat is een moeilijke term voor het eervol uit dienst treden. De gegevens van Jan Huisman zijn te vinden in het Stamboek van het 2e Bataljon Infanterie van Linie.

Ik vind het een goed idee om aan Jan Huisman te denken rondom de oude Waterloo dag. Aan Jan Huisman hebben de Alblasserdammers dus van 1815 tot 1940 te danken dat ze op 18 juni een vrije dag hadden. Zullen we in Alblasserdam 18 juni dan maar Jan Huisman dag aan noemen?

Bron: Wikipedia en het internet.
Met dank aan de op internet gevonden teksten van: Johan Op de Beeck, Pierre Heymans en Ivo van de Wijdeven.

Foto's bewerkt met Fotosketcher.

Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's, video en de andere afbeeldingen.

Hieonder een korte video over het Slagveld bij Waterloo.


Andere columns