Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Het stoomschip 'Op ten Noord' werd genoemd naar broer van Alblasserdamse Burgemeester (donderdag 1 oktober 2015)

Afbeelding bij Column: Het stoomschip 'Op ten Noord' werd genoemd naar broer van Alblasserdamse Burgemeester

Florent Sophius op ten Noord, geboren in 1856 en overleden in 1927, was Burgemeester van Alblasserdam van 1886 tot 1896. Hij had een broer, die hoogstwaarschijnlijk in die tijd nog bekender was dan hij. Dat was Laurens Pieter Dignus op ten Noort (1847-1924), deze was namelijk Directeur der Stoomvaart Maatschappij Nederland. Als eerbetoon aan deze telg uit het geslacht Op ten Noord heeft er zelfs een schip onder die naam over ’s werelds zeeën gevaren.

Op het internet vond ik heel veel informatie over dit schip, en na mijn eerdere column over Burgemeester ‘Op ten Noord’ leek het mij wel een aardig idee, om nu een verhaal over het schip met dezelfde naam te maken. Hierbij ben ik wel veel dank verschuldigd aan de website www.go2war2.nl.

Het verhaal van de Op ten Noord begint met de kiellegging in 1925. Laten we eerst maar weer eens wat bijzonderheden van dat jaar gaan opzoeken. Christiana, de hoofdstad van Noorwegen, wordt dat jaar herdoopt als de stad Oslo, de naam die de stad ook al had van circa 1048 tot 1624. De Sovjetrus Leon Trotski wordt naar aanleiding van zijn boek "Lessen van oktober" uit de regering van de Sovjet-Unie gezet. Generaal -Veldmaarschalk Von Hindenburg treedt aan als Rijkspresident van Duitsland als opvolger van de overleden Friedrich Ebert,  en ook in Duitsland verschijnt het boek Mein Kampf geschreven door Adolf Hitler. En in ons land beleven we de stormramp van 1925, waarbij het Gelderse stadje Borculo wordt verwoest door een cycloon. Iets verder weg in Europa gebeurd ook iets bijzonders, in Italië wordt namelijk de eerste autosnelweg ter wereld geopend. Het is de huidige A8, tussen Milaan en Varese. En dan nu weer terug naar de Op ten Noord.

Inleiding:
Het schip de ‘Op ten Noort’ was een pakket - mail- en passagiersschip van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM). Het schip was in januari 1925 bij de Nederlandsche Scheepsbouw Mij. te Amsterdam, op stapel gezet. Het nieuwe schip werd vernoemd naar de eerste hoofdagent van de KPM in Batavia: jonkheer L.P.D. op ten Noort. De KPM werd operationeel geleid vanuit een hoofdkwartier in Batavia, Java, Nederlands Oost-Indië. Op 12 februari 1927 werd het schip, te water gelaten. Na de afbouw, in augustus 1927, was het schip 129,5 meter lang, 16,8 meter breed en had het een diepgang van 6,7 meter. De Op ten Noort beschikte over twee hutten voor vier luxe klasse passagiers, 76 hutten voor 130 eerste klasse passagiers en 18 hutten voor 52 tweede klasse passagiers. De tussendekken waren ingericht voor het vervoer van ruim 2.000 dek passagiers alsook voor het vervoer van paarden.

Wat gebeurde er nog meer in 1927 voor bijzondere dingen? In Nederland wordt er begonnen met de aanleg van de Afsluitdijk. De Italiaanse regering van Benito Mussolini en het Hongaarse bewind van admiraal Horthy sluiten een vriendschapsverdrag. Charles Lindbergh maakt met zijn eenmans vliegtuig Spirit of St. Louis, een verbouwde Ryan hoogdekker, de eerste solovlucht non stop New York-Parijs in 33 uur en 20 minuten. Hij arriveert op Le Bourget op 21 mei. De afstand die hij heeft afgelegd, bedraagt 5676 kilometer. Het monument voor de gevallenen van de eerste wereldoorlog, De Menenpoort in het Belgische  Ieper wordt ingehuldigd. The Jazz Singer, de eerste film met geluid, wordt uitgebracht met in de hoofdrol Al Jolson. Op het Amsterdamse Rembrandtplein wordt de populaire zanger/cabaretier Jean-Louis Pisuisse samen met zijn vrouw vermoord door haar minnaar. Start van de eerste passagiersverbinding door de lucht van Amsterdam naar Batavia in het huidige Indonesië, toen nog Nederlands Oost-Indië, waarvoor de moderne Fokker F12 werd gebouwd. En nu weer terug naar de op ten noord.

De proefvaarten van het nieuwe schip duurden tot 3 september 1927 en daarna begaf het schip zich naar Nederlands Oost-Indië waar het in november van datzelfde jaar arriveerde. Vanaf 11 november 1927 werd de Op ten Noort als pakket-, mail- en passagiersschip ingezet op de lijn Batavia-Singapore-Bangkok-Saigon-Manilla-Molukken-Bali-Batavia. Later kwam het schip, samen met de Plancius, op de snelle lijn Java`s noordkust-Singapore-Deli.

Nu maken we een grote sprong vooruit in de tijd, en wel naar 1941. Wat gebeurde er onder andere in dat jaar? De Amerikaanse chemicus Roy Plunkett maakt zijn uitvinding van teflon wereldkundig. Het eerste nummer van het illegale blad Het Parool verschijnt. Uit protest tegen twee razzia's wordt in Amsterdam de Februaristaking georganiseerd. De staking wordt hard neergeslagen: er vallen hierbij negen doden en vierentwintig zwaargewonden. De eerste executies van verzetsstrijders worden uitgevoerd op de Waalsdorper Vlakte Het betreft vijftien Geuzen en drie februaristakers. In Belgrado tekent Joegoslavië de capitulatie voor Duitsland. Daarmee raakt de Balkan geheel in Duits/Italiaanse handen. Operatie Barbarossa: Hitlers troepen vallen Rusland binnen. Aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor door Japanse vliegtuigen.

Op 8 december 1941, de dag dat Nederland de oorlog verklaarde aan Japan, werd de ‘Op ten Noort’ door de Koninklijke Marine gevorderd en op het Marine-etablissement te Soerabaja, Java, verbouwd tot hospitaalschip. Op 4 februari 1942 werd de ‘Op ten Noort’, via de Zweedse gezant in Tokio, aangemeld als hospitaalschip bij de Japanse regering. De Japanse ministeries van buitenlandse zaken en marine bevestigden de status van het schip diezelfde dag. De ‘Op ten Noort’ werd eveneens op die dag officieel door het Nederlands Oost-Indische Gouvernement als hospitaalschip geregistreerd bij het Internationale Rode Kruis te Genève in Zwitserland.

Tien dagen later werd Hr. Ms. Op ten Noort in dienst gesteld bij de Koninklijke Marine. De 162-koppige bemanning bleef aan boord en werd aangevuld met dokters, verpleegsters, verplegers en tandarts S.J. Wiemans, onder leiding van chef-arts officier van Gezondheid der 1e klasse A.W. Mellema. Kapitein G. Tuizinga bleef als gezagvoerder aan boord.

Hoewel het schip duidelijk herkenbaar was als hospitaalschip, door de grote rode kruizen op de schoorsteen en de scheepswand, werd het op 21 februari door Japanse vliegtuigen gebombardeerd toen het door het Westervaarwater op weg was naar Soerabaja. Hr. Ms. Op ten Noort kreeg een voltreffer op het achterschip en een aantal near misses (indirecte treffers) te verwerken. Drie leden van de medische staf werden getroffen door bomscherven waarvan een chirurg en een verpleegster op slag gedood werden. Het derde dodelijke slachtoffer was een medische analist die de volgende dag overleed. Verder waren er als gevolg van het bombardement elf gewonden te betreuren. Het schip werd daarna gerepareerd aan de Perakhaven bij het Marine-etablissement in Soerabaja.

Zoals uit de volgende hoofdstukken zal blijken kon de Koninklijke Marine niet lang beschikken over haar nieuwe hospitaalschip. Al op haar eerste missie zou het ex-KPM schip door de vijand wederrechtelijk opgebracht en in beslag genomen worden.

Slag in de Javazee.
De Slag in de Javazee op 27 februari 1942, was een mislukte poging van een geallieerd eskader onder commando van de Nederlandse schout-bij-nacht Karel Doorman om in de Javazee een Japanse invasievloot met troepen voor de aanval op Java tegen te houden. De Combined Striking Force, bestond uit 14 Nederlandse, Amerikaanse, Britse en Australische marineschepen die in de wateren van Nederlands-Indië opereerden, vooral kruisers en torpedobootjagers.

Het was de laatste grote slag die de Japanners in de wateren rond Nederlands Oost-Indië voerden met de geallieerden bij hun aanval op de Europese koloniën en waarmee zij hun heerschappij over geheel Oost-Azië bezegelden. De slag maakte bovendien een daadwerkelijk einde aan de zelfstandig opererende oppervlaktevloot van de Koninklijke Marine voor de duur van de oorlog. Nederland verloor bij deze slag de kruisers Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java en de jager Hr. Ms. Kortenaer en ruim 900 opvarenden, onder wie schout-bij-nacht Karel Doorman. De totale slag kostte 2300 marinemannen het leven.

Hoewel lang werd gedacht dat de Japanners veel sterker waren – tot het eind van de oorlog was men er zelfs van overtuigd dat er aan Japanse kant slagschepen deelnamen aan de strijd – is later gebleken dat beide partijen elkaar niet veel ontliepen in numerieke sterkte. Wel hadden de Japanners een aantal belangrijke voordelen. Allereerst waren hun bemanningen redelijk uitgerust, waar de geallieerden leden onder slaapgebrek door de vele patrouilles in de voorgaande dagen. Tevens hadden zij de gehele slag de beschikking over luchtverkenning en waren doorgaans vrij goed op de hoogte van de bewegingen van het geallieerd eskader. Door de gebrekkige communicatie tussen lucht- en zeestrijdkrachten moest Doorman echter voortdurend raden naar de posities van de Japanners. Een onmiskenbaar voordeel hadden de Japanners aan hun langeafstandstorpedo's, waarvan de geallieerden geen weet hadden. Het waren dergelijke torpedo's die de Nederlandse kruisers Java en De Ruyter tot zinken brachten.

De slag vond op 27 februari plaats. Rekent men de verliezen op 1 maart ook bij deze slag, dan bedraagt het aantal gesneuvelden ruim 2000. Na deze voor de geallieerden desastreus verlopen Slag in de Javazee ontvingen de Nederlandse marineautoriteiten alarmerende berichten van de Australische lichte kruiser HMAS Perth en de Amerikaanse zware kruiser USS Houston, dat de Nederlandse kruisers Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java getroffen waren door Japanse torpedo`s en dat zij er slecht aan toe waren. Deze berichten kwamen op 28 februari 1942 rond 01:00 uur binnen. Om 06:00 uur kreeg kapitein Tuizinga van schout-bij-nacht Pieter Koenraad, de marinecommandant in Soerabaja, de opdracht om met Hr. Ms. Op ten Noort uit te varen en in de Javazee te zoeken naar de Nederlandse schepen in nood en om zoveel mogelijk overlevenden op te pikken.

Eerste Missie.
Op deze eerste missie vanuit Soerabaja was de Hr. Ms. Op ten Noort nog maar nauwelijks enkele uren onderweg, toen het hospitaalschip werd aangehouden door een lichte Japanse kruiser en twee vijandelijke torpedobootjagers. Een Nederlands vliegtuig rapporteerde kort daarna dat men het Nederlandse hospitaalschip had waargenomen en dat het begeleid werd door twee Japanse torpedobootjagers. Dit waren de Amatsukaze en vermoedelijk de Murasame. Hr. Ms. Op ten Noort mocht geen geallieerde drenkelingen op gaan pikken en kreeg de order om bij Bawean Eiland ten anker te gaan tot het middaguur van de volgende dag. Officier van Gezondheid Mellema deed hier verslag van: “Het schip werd aangehouden door één lichte kruiser en twee jagers. Nadat het schip geheel was doorzocht door zwaar gewapende Japanse matrozen en mariniers, waarbij de radio-installatie werd vernield en veel heen en weer was geseind met de oorlogsschepen, die zich in de nabijheid bevonden, kreeg de Op ten Noort order om op te stomen naar een ankerplaats ten noorden van Bawean en daar te blijven tot 12:00 uur de volgende dag.”

Blijkbaar hadden de Japanners Hr. Ms. Op ten Noort alleen achtergelaten bij Bawean Eiland want Mellema rapporteerde daarna: ”Op 1 Maart ten 13:00 uur werd het anker gelicht van de rede van Bawean en opgestoomd in oostelijke richting, teneinde te trachten Australië te bereiken. Om 16:00 werd door Japanse vliegtuigen het schip voor de boeg gemitrailleerd en gebombardeerd en ons beduid terug te keren naar Bawean. Op 2 Maart werd het schip gedirigeerd naar de rede van Bandjermasin, Borneo, voorgestoomd door het daar aanwezige mijnenveld door een Japanse mijnenlegger. `s Avonds werd de kapitein ontboden op het Japanse oorlogsschip Ashigara, voerend de vlag van schout-bij-nacht Mori. Hij liet zich vergezellen door de purser, de heer Mulder…. Volgens de kapitein werd hier geëist, dat de ‘Op ten Noort’ geallieerde krijgsgevangenen, afkomstig van recente zeeslagen en ondergebracht op Japanse oorlogsschepen, aan boord zou nemen, voeden en verzorgen, daar zij bij ons een beter verblijf zouden hebben. De kapitein stemde daarin toe, uit menslievende overwegingen. Evenwel zouden deze krijgsgevangenen aan boord van de ‘Op ten Noort’ bewaakt worden door Japanse militairen, welke tevens militair het schip zouden beheersen en dirigeren. Enerzijds geloof ik wel, dat deze maatregel enkele mensenlevens (van gewonden) gered heeft, anderzijds wordt hiermee de Geneefse Conventie geschonden, waarvan de artikelen nooit toestaan, dat een militair hospitaalschip door de vijand militair wordt bezet. Als uiterste maatregelen kan een commissaris aan boord geplaatst worden.” Hr. Ms. Op ten Noort was in feite door de Japanners in beslag genomen, wat volledig in strijd was met het internationale recht omdat het schip door de Japanse regering als hospitaalschip was erkend.

Op 3 maart gaf de Japanse torpedobootjager Ushio 50 krijgsgevangenen af aan de Op ten Noort, die afkomstig waren van USS Perch (SS-176). Deze Amerikaanse onderzeeboot was diezelfde dag door haar eigen bemanning in de Javazee tot zinken gebracht nadat de boot zwaar beschadigd was door Japanse dieptebommen en granaten. In de loop van 4 maart werden nog eens 920 geallieerde krijgsgevangenen overgebracht op de Op ten Noort waarvan er ongeveer 800 afkomstig waren van de zware Britse kruiser HMS Exeter, die op 1 maart door Japanse kruisers en torpedobootjagers tot zinken was gebracht bij Bawean Eiland. Nog diezelfde dag verliet het opgebrachte hospitaalschip de rede van Bandjermasin en ging op weg naar Makassar op Celebes, het huidige Sulawesi. De volgende dag arriveerde de Op ten Noort op haar bestemming.

Sulawesi
De volgende zeven maanden zou het schip hier fungeren als drijvend hospitaal ten behoeve van de geallieerde krijgsgevangenen die in Makassar in kampen ondergebracht werden. Tijdens deze periode ontstonden problemen met de inheemse bemanningsleden en een deel van de inheemse verpleegkundigen. Of zij door de Japanse militairen werden opgeruid tegen de Nederlandse bemanningsleden en medische staf is niet bekend, maar de genoemde Indonesiërs moesten regelmatig aangepakt worden wegens insubordinatie. Drie van deze personen, die beschuldigd werden van militaire ongehoorzaamheid en door de chef-arts “raddraaiers” werden genoemd, werden door hem op 7 juli 1942 ontslagen. De Japanners hadden de ‘Op ten Noort’ inmiddels, vanaf 5 juni 1942 om precies te zijn, herdoopt in Tenno Maru.

Tenno Maru
Ondanks de problemen met de Indonesische bemanningsleden en verpleegkundigen deed men aan boord van de Op ten Noort zijn uiterste best om de gevangenen zo goed mogelijk te verzorgen. Volgens het medische rapport werden in de periode van maart tot oktober 1942 aan boord van het hospitaalschip 761 patiënten klinisch en 165 poliklinisch behandeld door de aanwezige artsen en 514 door de tandarts. Er werden 165 operaties uitgevoerd, maar helaas overleden acht patiënten. Van Japanse zijde werd weinig hulp ontvangen. De chef-arts kon aanvankelijk nog wat medicijnen en verbandmiddelen krijgen uit het door de Japanners overgenomen Militaire Hospitaal te Makassar. Eén van de verpleegsters aan boord meldde later in haar verslag: “Zo nu en dan kwamen groepen Japanners aan boord, die het schip als bezienswaardigheid beschouwden. Onder anderen een groep doctoren en verpleegsters van het militaire hospitaalschip Asaki Maru, die zich niet ontzagen propagandafilms te maken van Japanse doctoren, Europese gevangenen in een verzorgde omgeving behandelend.”

Laten we nog even verder de wereld in kijken, en even opzoeken wat er verder in 1942 gebeurde. In Berlijn wordt de Wannseeconferentie gehouden. Hooggeplaatste nazi's vergaderen over de Endlösung der Judenfrage (de 'eindoplossing van het Jodenprobleem'). Besloten wordt de Joden te vermoorden; een aantal van hen willen ze eerst nog als dwangarbeider inzetten. In Rotterdam wordt de Maastunnel geopend. De overwelving is 1426 meter lang, de tunnel zelf meet 1070,15 meter. Er is bijna vijf jaar aan gewerkt. In zijn Braziliaanse ballingsoord pleegt de Oostenrijks-joodse schrijver Stefan Zweig zelfmoord. De Doolittle Raid van deze nacht is de eerste Amerikaanse luchtaanval op Tokio en andere Japanse steden. Element nummer 94 krijgt de naam plutonium. Anne Frank duikt onder in het achterhuis achter het bedrijf Opekta van haar vader Otto Frank aan de Prinsengracht 263 te Amsterdam. De Noordoostpolder valt officieel droog. Op een snikhete zomerdag neemt Bing Crosby de song "I'm dreaming of a white Christmas" van Irving Berlin op. De single zal tientallen jaren de lijst van bestsellers blijven aanvoeren.

Op 16 oktober 1942 moesten op order van de Japanners alle patiënten, het inheemse verplegend personeel en een deel van de scheepsbemanning van de Tennu Maru van boord. De Nederlandse vlag werd gestreken en de Japanse vlag verscheen in top. Op 22 november vertrok de Tenno Maru onder bevel van een Japanse gezagvoerder naar Japan, de eerder genoemde personen in Makassar achterlatend. Tot de lading aan boord van het in beslag genomen hospitaalschip behoorde een grote partij zeemijnen, uiteraard verboden vracht voor een erkend en als zodanig herkenbaar hospitaalschip.

Een duidelijke motivering voor de aanhouding en inbeslagname van Hr. Ms. Op ten Noort was van Japanse zijde nog steeds niet gegeven. Op 21 november 1942 werd door een Japanse marineofficier, als antwoord op een protest van gezagvoerder Tuizinga, een verklaring voorgelezen die in het verslag van gezondheidsofficier Mellema wordt weergegeven:

"Het schip was niet ingenomen, maar werd door de Japanse autoriteiten bezet en naar Japan gedirigeerd. De officiële aanhouding bleef van kracht. Het dirigeren van het schip naar Japan was een order van de Japanse marine en diende tot opheldering van enige niet bekende aangelegenheden, welke te Makassar niet opgelost konden worden. Het personeel van het schip zou niet geïnterneerd of krijgsgevangen gemaakt worden en het lag ook niet in de bedoeling van de Japanse regering hiertoe in de toekomst over te gaan. Japan zou zich te allen tijden houden aan de verplichtingen voortvloeiend uit internationale verdragen. Het was voor de veilige vaart nodig een Japanse bemanning aan boord te plaatsen en de Japanse vlag te voeren. Een bewakingsdetachement, bewapend met geweren en machinegeweren, werd tijdens de reis naar Japan aan boord geplaatst, teneinde het schip te beschermen tegen onrechtmatige aanvallen van Amerikaanse onderzeeboten. Elke sabotage of tegenwerking zou met de grootste gestrengheid worden gestraft.”

Dit was de enige verklaring van Japanse zijde die ter verantwoording van de inbeslagname van Hr. Ms. Op ten Noort werd gegeven. De woorden kunnen niet verhullen dat de Japanners, geheel in strijd met de internationale verdragen, het hospitaalschip gestolen hadden.

Yokohama
Na aankomst in Yokohama, op 5 december 1942, bleven de Nederlandse en Indonesische opvarenden nog twee weken aan boord. Daarna werden de Nederlanders, 15 vrouwen en 29 mannen, geïnterneerd in een voormalige Amerikaanse missionarissenschool te Mijoshi, ongeveer 75 kilometer ten noordwesten van Yokohama. De Indonesiërs werden weggevoerd naar een onbekende bestemming vermoedelijk een krijgsgevangenkamp. Volgens het verslag van chef-arts Mellema kregen de Nederlanders wederom een bedenkelijke verklaring voor hun verplaatsing: “…. deelde de commandant van de marinewerf te Yokohama mede dat de Op ten Noort op de werf in reparatie moest en dat we moesten begrijpen dat het onmogelijk was de bemanning aan boord te laten gedurende de ligtijd aan de marinewerf, dat voor een behoorlijk verblijf voor het personeel gezorgd zou worden met een zekere vrijheid daaraan verbonden. Op 18 december was door de Japanse gezagvoerder medegedeeld, dat men tijdelijk van boord zou gaan en aan de wal ondergebracht zou worden, niet als geïnterneerden of krijgsgevangenen doch… een behandeling zou ontvangen als personen met diplomatieke status.”

Op 20 december 1942 werd de Tenno Maru in Japanse dienst gesteld en als hospitaalschip toegewezen aan het Yokosuka Naval District. Van januari tot 31 maart 1943 werd de ex-Op ten Noort verbouwd op de marinewerf te Yokohama. Tijdens deze periode werden de accommodaties ten behoeve van het hospitaal en de verpleegsters aangepast en vonden kleine veranderingen plaats aan de schoorsteen. Daarnaast kreeg het schip een grote onderhoudsbeurt. Vanaf 31 maart werd de Tenno Maru deel van de gecombineerde vloot onder medisch bevel van scheepsdokter Captain Endo Haruo.

Even nog kijken wat er in 1943 voor bijzonders gebeurde.  Het Duitse Zesde Leger onder leiding van veldmaarschalk Friedrich Paulus geeft zich in Stalingrad over. Een Britse Pathfinder Stirling stort neer bij Hendrik-Ido-Ambacht (nabij Rotterdam) waarna de Duitsers de overblijfselen van een H2S cm-radar vinden. Het gevonden Rotterdam Gerät is de aanleiding om een wedren tegen de tijd te starten om de Britten bij te benen in de ontwikkeling van de cm-radar. Bij een spectaculaire overval op het bevolkingsregister van Amsterdam wordt grote schade aangericht. De daders worden na een week verraden, opgepakt en gefusilleerd. Een vergeten bombardement op het westen van Rotterdam, met 326 doden en vierhonderd gewonden tot gevolg. Duitsers vinden in de bossen van Katyn bij Smolensk een massagraf met 3000 Poolse officieren en burgers. Het zijn de slachtoffers van het bloed bad van Katyn. De grootste tankslag in de geschiedenis, tussen Russische en Duitse troepen bij Koersk (Sovjet-Unie). Het vermeende Philadelphia-experiment zou zijn uitgevoerd. De eerste bewoners arriveren in Emmeloord. Er komt een nieuw geneesmiddel beschikbaar: penicilline.

In Japanse Dienst
Op 25 april 1943 vertrok de Tenno Maru vanuit Japan naar de Japanse marinebases op Rabaul en Truk, respectievelijk in het bezette deel van Nieuw Guinea en de bezette Carolinen, om gewonden op te halen en te verzorgen. De komende maanden onderhield het hospitaalschip een soort pendeldienst tussen de genoemde bases en Japan. In december 1943 werd het medische bevel aan boord overgenomen door scheepsdokter Captain Shimizu Masayoshi terwijl het schip op en neer bleef varen tussen Truk, Rabaul en Japan. Op 17 februari 1944 lanceerden de Amerikanen Operation Hailstone, de aanval op Truk om de marinebasis op de Japanners te heroveren. De Amerikanen plaatsten twee dagen lang, elk uur een luchtaanval op Truk met tenminste 150 gevechtsvliegtuigen. Op 18 februari waren bijna alle Japanse schepen en vliegtuigen, die op Truk gestationeerd waren, vernietigd en was de marinebasis op het eiland uitgeschakeld. De Tenno Maru arriveerde de volgende dag op de zwaar beschadigde basis en nam 1.400 gewonden aan boord die in Saipan en Guam, in de Noordelijke Marianen, afgezet werden voordat het hospitaalschip terugkeerde naar Truk om nog meer gewonden op te halen. Dit maal werden de gewonden naar Rabaul en Sasebo in Japan gebracht voordat het hospitaalschip op 15 maart opgenomen werd in een droogdok in Yokohama voor onderhoud.

Nadat Truk als Japanse marinebasis verloren was gegaan verlegde de Tenno Maru haar werkterrein meer richting de Filippijnen, Singapore en Japan. In september 1944 werd de Tenno Maru ter vermomming uitgerust met een tweede schoorsteen. De nepschoorsteen moest het silhouet van het gestolen hospitaalschip dermate veranderen dat het niet door de steeds talrijkere geallieerde schepen in de Pacific herkend zou worden. Dit bleek te werken want op 7 oktober werd het hospitaalschip ontdekt door de Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. Zwaardvisch. De commandant van de Nederlandse onderzeeër, luitenant-ter-zee der 1e klasse H.A.W. Goossens, identificeerde het schip als een hospitaalschip omdat het duidelijk de groene streep en de rode kruizen droeg die dergelijke schepen moesten voeren. Hij herkende het schip echter niet als het voormalige Nederlandse hospitaalschip Op ten Noort. Geheel volgens de internationale verdragen liet hij het schip ongestoord passeren.

Hikawa Maru Nr. 2
Later in de maand oktober verloren de geallieerde codebrekers elk spoor van de Tenno Maru en zij gingen ervan uit dat het schip op een mijn was gelopen. De Japanners hadden het schip echter op 25 oktober herdoopt in Hikawa Maru No. 2 in een verdere poging herkenning van de Op ten Noort te voorkomen. De Hikawa Maru No. 2 werd bij de geallieerde regeringen aangemeld als hospitaalschip en deze gingen ervan uit dat het een nieuw of pas omgebouwd schip betrof. Het werkterrein van het hospitaalschip werd verlegd naar Singapore en vreemd genoeg naar het bezette Nederlands Oost-Indië. Op 27 februari 1945 liep de Hikawa Maru No. 2 op een mijn en moest reparaties ondergaan in Singapore. Het schip was binnen twee weken weer operationeel. Tijdens een onderhoudsperiode in Japan nam op 14 mei 1945 scheepsdokter en chirurg Captain Satoshi Kamishiro het medische bevel aan boord van het hospitaalschip op zich. Het schip en haar bemanning hervatten daarna haar werkzaamheden in en rond de Indische wateren.

Op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, kreeg de Hikawa Maru No. 2 van het Japanse Ministerie van Marine de opdracht om de haven van Maizuru te verlaten en zich naar Wakasa Bay, in het noordwesten van Japan boven Osaka, te begeven. De bemanning verliet het schip en een vernietigingsploeg, onder leiding van Commander Sato, kwam aan boord. Het demolition team plaatste twee explosieve ladingen aan boord, één aan stuurboord ter hoogte van de voorste mast en één in de machinekamer ter hoogte van de dummy schoorsteen. Het team zette de ladingen die een tijdmechanisme hadden op scherp en roeide zo`n 250 meter bij het schip vandaan. De ladingen ontploften en het schip zonk in de 120 meter diepe baai.

Na de Oorlog
Kort na de oorlog wilde de Nederlandse regering weten wat er met de Op ten Noort gebeurd was. Het betrof hier immers geen oorlogsschip, maar een door de Conventie van Genève beschermd hospitaalschip. Aanvankelijk beweerden de Japanners niet te weten waar de Op ten Noort was gebleven. Enkele jaren later volgde de mededeling dat het schip in augustus 1945 voor de haven van Maizuru was vergaan. Waarmee het schip op dat moment was geladen wilden de Japanse regering niet zeggen.

Nog even wat bijzonderheden over 1945. Een menigte arme Argentijnen dwingt de vrijlating af van generaal Juan Domingo Peron, die op beschuldiging van samenzwering is geïnterneerd. Eerste verschijning van Weekblad Elsevier. Begin van het Proces van Neurenberg. In Het Parool begint Kapitein Rob aan zijn "spannende en vreemde avonturen". Suske en Wiske, de stripreeks van Willy Vandersteen, verschijnt voor het eerst in de krant. Een Egyptische boer vindt op een oud kerkhof een kruik met daarin de Nag Hammadigeschriften.
En nu weer terug naar de plek waar de voormalige Op ten Noord was gezonken. In 1952 werden plaatselijke vissers daa5r gehinderd door een onbekend wrak nadat zij nieuwe vistechnieken hadden ontwikkeld om in dieper water te vissen. De prefect van Chinju, aan wiens prefectuur Wakasa Bay toebehoorde, gaf hierop opdracht het wrak te onderzoeken. In het najaar van datzelfde jaar dook de professionele duiker Shinta Koyua uit Kyoto naar het onbekende wrak en nam er foto`s van. Aan de hand van de foto`s werd het schip geïdentificeerd als de ex-Op ten Noort. In 1953 eiste de Nederlandse regering 700 miljoen Yen schadevergoeding van de Japanners om het verlies van de Op ten Noort te compenseren. Later werd de eis teruggebracht naar 200 miljoen Yen als gevolg van mogelijke nieuwe handelsbetrekkingen met Japan. In 1977 ging de Nederlandse regering, na lange onderhandelingen en wederom met vernieuwde handelsafspraken in het verschiet, akkoord met een schadevergoeding van 100 miljoen Yen, zo`n 930.000 gulden. Een vreemde voorwaarde hierbij was dat de Nederlandse regering af zou zien van elke claim op de lading.

Even een kijkje in 1977. De Drentse amateurarcheoloog Tjerk Vermaning moet voor de rechtbank in Assen verschijnen omdat de authenticiteit van Vermanings vondsten in twijfel wordt getrokken. In Los Alamos wordt de eerste Cray-1-supercomputer in gebruik genomen. Een Boeing 747 van de KLM botst door zware mist op een andere Jumbojet (van PanAm) op het vliegveld van Tenerife (Canarische Eilanden). 583 mensen komen om in de grootste vliegtuigramp ooit. Zie Vliegtuigramp Tenerife. Freddy Maertens wint met overmacht de Ronde van Spanje. Hij leidt het klassement vanaf de eerste dag en schrijft 13 van de 19 etappes op zijn naam. Op 20 mei om 23:53 uur vertrekt van het Parijse station Gare de Lyon voor de laatste keer de Oriënt-Express. Maar toch nog maar even terug naar de Op ten Noord.

De Nederlanders, afkomstig van Hr. Ms. Op ten Noort, die geïnterneerd waren in Mijoshi, verbleven daar tot het einde van de oorlog. Zij verbleven in een voormalige houten missionarissenschool waar in 1944 een klein gebouwtje bij werd gezet als verblijf voor de verpleegsters. De behandeling was in vergelijking met de kampen op Java betrekkelijk goed al wisten de geïnterneerden daar op dat moment niets van. Ze konden alleen hun eigen behandeling beoordelen en die was huns inziens onvoldoende. De verstrekking van levensmiddelen, medicijnen, dekens, zeep enzovoort was onder de maat met als gevolg honger en een aantal gevallen van beriberi, een zenuwziekte als gevolg van vitamine B tekort. Het ergste voor de gevangenen in Mijoshi was echter hun volledige isolatie. Zelfs het corresponderen met eigen familie was verboden. Pas na de overgave van Japan ontvingen de Zweedse en Zwitserse diplomaten in Tokio de mededeling dat er Nederlanders aanwezig waren in Mijoshi. Hoe het afgelopen is met de Indonesische opvarenden van de Op ten Noort in Japan is volstrekt onduidelijk.
Hr. Ms. Op ten Noort werd volkomen in strijd met de internationale verdragen door de Japanners in beslag genomen. De Japanners waren zich hiervan terdege bewust en deden er dan ook alles aan om deze oorlogsmisdaad te verdoezelen. Het plaatsen van de dummy schoorsteen aan boord en het tot tweemaal toe herdopen van het schip zijn hier duidelijke aanwijzingen voor. Ook het isolement van de opvarenden van de Op ten Noort vloeide voort uit de wens van de Japanse autoriteiten, verborgen te houden hoe zij met Hr. Ms. Op ten Noort hadden gehandeld. De mysterieuze vernietiging van het schip na de Japanse capitulatie is een verdere duidelijke aanwijzing voor de Japanse cover-up.

Was er goud aan boord…
De geheimzinnige wijze waarop de Op ten Noort moest verdwijnen en de raadsels rond de lading waren zelfs aanleiding voor vele spookverhalen over georganiseerde goud roof door de Japanners met in beslag genomen hospitaalschepen. Het verst hierin gingen Sterling en Peggy Seagrave in hun boek “The Yamato Dynasty”. Zij beweren dat Prins Chichibu, een broer van Keizer Hirohito, persoonlijk de leiding had over operatie Golden Lily. Deze operatie behelsde de systematische roof van kostbaarheden uit de door Japan bezette gebieden. Aan boord van de Op ten Noort zou een enorme schat aan goud en juwelen aanwezig zijn geweest toen het schip afgezonken werd. De overeenkomst voor de schadevergoeding van 100 miljoen Yen zou geaccepteerd zijn door de Nederlanders ten gunste van een handelsovereenkomst. Direct nadat Nederland in de persoon van de toenmalige minister van buitenlandse zaken Van der Klauw deze overeenkomst had ondertekend werd van Japanse kant begonnen met de berging van het goud. Uiteindelijk zou een Australische bergingsmaatschappij deze klus geklaard hebben in ruil voor een derde van de opbrengst.

Dit is echter nooit door de internationale pers bekendgemaakt alhoewel dat toch zeer opzienbarend nieuws zou zijn geweest. Later zijn er ook nooit meer enige berichten over Japanse gestolen schatten gehoord zodat de beweringen van de Seagraves waarschijnlijk naar het land der fabelen verwezen kunnen worden. Dat de Japanners de Op ten Noort voor doeleinden hebben gebruikt die niet door hospitaalschepen uitgevoerd mochten worden, staat daarentegen wel vast. Zeker is dat zij meerdere malen het schip hebben gebruikt voor het transporteren van mijnen en ander wapentuig. Waarschijnlijk hebben zij daarom zo halsstarrig, maar tegelijkertijd ook zo doorzichtig, geprobeerd de diefstal van Hr. Ms. Op ten Noort geheim te houden.

Als u na het lezen van bovenstaande hier bent aangekomen, zult u misschien denken, dat heeft helemaal niets met Alblasserdam te maken, wat ik allemaal gelezen heb, maar houdt u zich dan maar voor dat, als er ook maar iets in de familie Op ten Noord mis was gelopen bij de geboorte van de twee broers, er van bovenstaande van alles op een andere manier was gebeurd dan het gebeurd is, en er misschien nu een hele andere geschiedenis van Alblasserdam was geweest, als we geen Burgemeester Op ten noord hadden gehad in Alblasserdam, of als deze burgemeester geen broer had gehad, dan zou deze colomn misschien wel blanco geweest zijn…..! Maar dit is allemaal onzin, dus ik stop ermee.

Hartelijk dank aan de originele makers van de foto's en de andere afbeeldingen.

Bron www.go2war2.nl


Andere columns