Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Willem Aantjes een bekende Alblasserwaarder die fouten gemaakt heeft, maar niet fout is geweest (donderdag 22 oktober 2015)

Afbeelding bij Column: Willem Aantjes een bekende Alblasserwaarder die fouten gemaakt heeft, maar niet fout is geweest

Willem (Wim) Aantjes werd geboren in Bleskensgraaf op 16 januari 1923 en overleed in Utrecht op 22 oktober 2015. Hij was een Nederlands politicus die vooral bekendheid kreeg als fractievoorzitter van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en het Christen-Democratisch Appèl (CDA).

Aantjes groeide op in een Gereformeerde Bondsgezin. Hij volgde de mulo te Sliedrecht en het gymnasium te Rotterdam. Vader Klaas Aantjes, houder van een postkantoor, werd later namens de ARP gemeenteraadslid en wethouder van Bleskensgraaf en was vanaf 1950 tot diens overlijden in 1951 burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht.

Over de val van Willem Aantjes en wat er nu allemaal precies in zijn vroege leven tijdens de tweede Wereld oorlog gebeurd is, is in de afgelopen jaren veel gespeculeerd en geschreven. Op het internet vond ik twee interessante verhalen hierover: 

In de Volkskrant van 29 december 2007 verscheen het volgende verhaal van verslaggever Peter Giesen met als titel: ‘Val van Aantjes was gevolg dorpsroddel.’

 “CDA-fractieleider Aantjes trad in 1978 af, nadat zijn oorlogsverleden was onthuld. En dat was, blijkt nu, in 2007, geen complot...

De CDA-politicus Willem Aantjes kwam in 1978 niet ten val door een complot van politieke tegenstanders, maar door dorpsroddel. Dat blijkt uit een reconstructie door de historicus Boudewijn Smits die vandaag in het katern Kennis in de Volkskrant verschijnt. In oktober 1978 kreeg de historicus Loe de Jong, destijds directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, een tip dat Willem Aantjes, toenmalig fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer, in de Tweede Wereldoorlog bij de SS had gediend. De Jong stelde een onderzoek in. De affaire kwam in een stroomversnelling toen het nieuws op 6 november uitlekte naar het Nieuwsblad van het Noorden. Diezelfde avond belegde De Jong nog een persconferentie, waarop hij Aantjes hard aanviel. Nadien is geregeld gesuggereerd dat het nieuws naar buiten was gekomen door toedoen van Aantjes’ politieke tegenstanders.

Een Kamercommissie onder leiding van PvdA-Kamerlid Patijn vond hier in 1979 geen bewijzen voor. Toch kon ook Patijn ‘het lek van De Jong’ niet bovenkrijgen. Wel constateerde hij dat De Jongs vrouw Liesbeth het nieuws op 2 november had verklapt aan haar broer Henk Cost Budde, die in Assen woonde. Hoe het verhaal van Cost Budde naar de krant was gekomen bleef echter onduidelijk.

Volgens de reconstructie van Smits leidde Cost Budde die middag een vergadering van de Provinciale Bibliotheek Centrale (PBC) in Rolde. Daar vertelde hij het nieuwtje door aan de directeur van de PBC, niet beseffende dat hij een topgeheim verklapte. De bibliotheekdirecteur vertelde het weer aan zijn achterbuurman, toevallig de voorzitter van de PvdA-afdeling Rolde. Vervolgens werd de fractievoorzitter van de plaatselijke PvdA ingelicht, die het weer doorbriefde aan een lokale journalist van het Nieuwsblad van het Noorden. Achter de machiavellistische complottheorieën school een dorpse werkelijkheid, concludeert Smits.”

Om de gebeurtenissen rondom het aftreden van Willem Aantjes in 1978 even in een breder perspectief te plaatsen, hier even nog wat gebeurtenissen uit 1978: De gijzeling in het provinciehuis in Assen door drie Zuid-Molukse jongeren. Daar wordt planoloog Ko de Groot doodgeschoten. Leden van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) bestormen het provinciehuis in Assen, waarmee aan de gijzeling een einde komt. Gedeputeerde J. Trip raakt gewond en zal enkele weken later aan die verwondingen overlijden. De Italiaanse oud-premier Aldo Moro wordt uit zijn auto gesleurd door een commando van de Rode Brigades, dat vervolgens de auto met kogels doorzeeft, waarbij vijf mensen om het leven komen. En voor de kust van Bretagne, bij Portsall, gemeente Ploudalmézeau, loopt de olietanker Amoco Cadiz met ruim 200.000 ton ruwe olie aan de grond en veroorzaakt een olieramp.

En nu weer verder met Willem Aantjes. Pieter Bak van het Friesch dagblad maakte in 2003 ook een hele mooie reconstructie van het hele gebeuren. In grote delen zal ik die hieronder afdrukken: ‘Op twee lettertjes na. De val van Willem Aantjes’ door Peter Bak (Friesch Dagblad, 8 november 2003)

‘Veel mensen’, schrijft historicus Roelof Bouwman in zijn biografie van Aantjes, ‘weten nog precies waar ze waren toen ze het nieuws op die zesde november 1978 hoorden.’ Ik – vijftien jaar oud toen – kan het me meer niet herinneren. Om vijf uur ’s middags meldde het ANP-radionieuws dat mr. Willem Aantjes, de fractievoorzitter van het CDA, in de oorlog ‘lid was geweest van de SS’. ’s Avonds gaf Loe de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD), in een emotionele, rechtstreeks op de beide televisienetten uitgezonden persconferentie, tekst en uitleg. Nederland was geschokt.

De volgende dag, dinsdag 7 november, de dag dat Aantjes zijn aftreden bekend maakte, herinner ik me wél. Zevende lesuur: Geschiedenis. De docent rijdt tv en videorecorder het lokaal binnen en laat de persconferentie van De Jong zien. Diens stellige betoogtrant imponeert me – hij heeft gelijk, denk ik. ‘Wanneer je toch in alle rédelijkheid de vráág moet opwerpen’, antwoordt De Jong een kritische journalist, ‘of wellicht wij bijna twintig jaar als volksvertegenwoordiger in onze Tweede Kamer en nu, als politieke léider van de grootste regeringsfractie, een persoon hebben gehad die niet eens meer Néderlander is! Neemt u mij niet kwálijk, dat moet toch onmiddellijk aan de regering gerapportéérd worden?’

Van die zevende november 1978 staat me nog iets scherp voor de geest: dat ik ’s avonds naar de afscheidswedstrijd van Johan Cruyff heb gekeken. Ajax had Bayern München uitgenodigd. Uitslag: 0-8. Ook het afscheid van Nederlands grootste en spraakmakendste voetballer liep op een drama uit. Vuilnismannen in Bergen op Zoom troffen de volgende dag op een stoep een tv aan. Een inwoner leek de rampspoed niet meer te hebben kunnen verdragen . ‘Aantjes en 0-8 werden hem teveel’, vermeldde het bord dat op het toestel stond.

Bijna een kwart eeuw later – 2002. Als medewerker van het Historisch Documentatiecentrum van de Vrije Universiteit inventariseer ik het archief van Aantjes. Eigenlijk tot mijn verrassing bevat het duizenden brieven van mensen die hem na zijn aftreden in november 1978 een hart onder de riem hebben willen steken. ‘Je hebt fout gedaan, maar bent niet fout geweest’; ‘na zoveel jaren mogen dergelijke dingen niet meer opgerakeld worden’; ‘afschuwelijk, zoals U door L. de Jong voor de leeuwen geworpen bent’. Een aantal briefschrijvers repte van een complot: ‘gelyncht vanwege Uw bloedgroep’; ‘U moest vallen’. Eén van hen trok een vergelijking met de afgang van Ajax en Cruyff: ‘De 0-8 was een geval van: de bal is rond. De afgang van U is opzet’.

Weer even naar het bredere perspectief: Wat gebeurde er ook in 1978? PSV wint in het eigen stadion de UEFA-Cup door een 3-0 overwinning op het Franse Bastia. Na 54 dagen van onzekerheid wordt Aldo Moro's stoffelijk overschot aangetroffen in een geparkeerde auto, vlak bij het hoofdkwartier van zijn democratische partij. En in het attractiepark De Efteling in Kaatsheuvel wordt het Spookslot geopend als eerste écht grote attractie en is dan het grootste spookslot van Europa.

En weer terug naar Willem Aantjes. Uit een opinieonderzoek, dat op 24 november 1978 werd gepubliceerd, bleek dat meer dan de helft van de ondervraagden er rekening mee hield dat Aantjes door politieke tegenstanders was gevloerd. Binnen het CDA-in-wording behoorde Aantjes tot de ‘bloedgroep’ van de ARP. De partij had een progressiever profiel dan de CHU en KVP, de twee andere partijen die in 1980 in het Christen Democratisch Appèl zouden opgaan. Aantjes was de vorming van het CDA meer en meer met reserves gaan bekijken, bang dat zijn progressief-evangelische denkbeelden in het gedrang zouden komen. Het was op grond van die denkbeelden dat Aantjes principiële bedenkingen uitte tegen de productie van de neutronenbom. Eind september 1978, ruim een maand voor zijn val, baarde Aantjes groot opzien door te stellen dat het NAVO-lidmaatschap hem zeker niet heilig was. Groot rumoer in het CDA was het gevolg.

Méér rumoer volgde. Jaap Boersma, van 1973 tot 1977 minister van Sociale Zaken in het kabinet-Den Uyl, liet in de Haagse Post van 21 oktober 1978 weten dat hij de Tweede Kamer voor gezien hield. Dat het CDA, na de mislukte formatie van het tweede kabinet-Den Uyl, met de VVD van Wiegel was gaan regeren, was Boersma een gruwel. De samenwerking met de liberalen had binnen het CDA een klimaat geschapen waarin het progressieve antirevolutionaire geluid langzaam maar zeker werd verstikt.

Boersma ergerde zich geel en groen aan ‘het ondergrondse gekuip’ tegen de voornaamste vertolker van dat geluid: Willem Aantjes. Er werd aan diens stoelpoten gezaagd. Die indruk had Aantjes trouwens zelf ook. In een interview met Elseviers Magazine, in december 1977, had hij gezegd: ‘Het barst van de mensen, zeker de laatste jaren, die zitten te wachten tot ik mijn nek zal breken’.

Politieke moord met voorbedachten rade? Een ‘complot’? Het is in de jaren na Aantjes’ val onderzoeksonderwerp van menige journalist geweest, maar het gespit leverde meer veronderstellingen dan harde feiten op. Zelf verwees Aantjes de complottheorieën aanvankelijk naar het rijk der fabelen. In de tweede helft van de jaren tachtig, toen zijn pogingen in de politiek terug te keren definitief waren gestrand, kwam daarin verandering. ‘Dat er meer achter zat, geloof ik intussen zelf ook’, zei Aantjes in 1987 in een interview. ‘Ik denk dat mijn val in scène is gezet’. Om er direct aan toe te voegen dat ook hij niet over harde feiten beschikte. Die heeft biograaf Bouwman ook niet boven water kunnen halen.

Het moet gezegd: het scenario van Aantjes’ levensloop maakt het bijkans moeilijk om niet in een complot te geloven. Het is juli 1943 als Willem Aantjes, zoon van een godvruchtige postkantoorhouder in Bleskensgraaf , voor de Duitse Arbeidsinzet wordt opgeroepen. Hij werkt dan op het postkantoor in Dordrecht. De directeur dringt er bij de twintigjarige Wim op aan naar Duitsland te gaan – anders zou een getrouwde collega moeten gaan. Aantjes zwicht. Van ‘onderduiken’ had nog bijna niemand gehoord, zeker niet in het gezagsgetrouwe gereformeerde-bondsmilieu van de Alblasserwaard.

Eind juli 1943 zet Aantjes voet op het perron van het Mecklenburgse stadje Güstrow. Hij moet als postbode aan de slag. Hoewel hij deel uit maakt van een groep van dertig Nederlanders, voelt Aantjes zich er al gauw eenzaam. Ook begint zijn geweten te knagen. Als hij vervolgens in conflict raakt met een plaatselijke notabele nazi, besluit hij alles in het werk te stellen om naar Nederland terug te keren. In weglopen ziet hij geen heil – de controles zijn te scherp. Aantjes besluit tot een noodsprong: hij meldt zich aan bij de Germaanse SS. Die leidde, wist Aantjes, ander dan de Waffen SS, niet voor militair werk op. De opleiding zou in Nederland plaatsvinden. Eenmaal terug op vaderlandse bodem zou hij de benen proberen te nemen.

Het loopt anders. De oproep die in oktober 1944, als antwoord op zijn aanmelding, in Güstrow arriveert, doet bij Aantjes de angst in de benen slaan. ‘Ik kreeg de indruk’, zei hij later, ‘dat ik in militaire dienst werd geroepen’. Eenmaal in Hamburg, waar hij zich voor de Germaanse SS moet melden, worden zijn bange vermoedens bewaarheid. Van ‘burgerdiensten’ wordt nauwelijks gerept. Aantjes wordt een formulier ter ondertekening voorgelegd. Hij weigert. Onder militaire bewaking worden hij en andere weigeraars per trein afgevoerd. Eindbestemming is Hoogeveen, waar Aantjes onder druk wordt gezet om bij de Landstorm, een onderdeel van de Waffen-SS, dienst te nemen. Weer weigert hij, waarop hij naar het bij Assen gelegen strafkamp Port Natal wordt overgebracht. Hij moet er loopgraven en tankvallen graven; later wordt hij assistent van de kampadministrateur. Begin april 1945, als de Canadezen naderen, wordt Port Natal ontruimd. Aantjes en zijn medegevangenen komen na enige omzwervingen in Emmen terecht, waar ze worden bevrijd. Op een fiets zonder banden en één trapper rijdt Aantjes door feestvierend Nederland naar zijn ouderlijk huis in Bleskensgraaf.

In juli 1945 wordt Aantjes door de Politieke Opsporingsdienst aan de tand gevoeld, vóóral over zijn terugkomst uit Duitsland. Hij vertelt zich in 1944 te hebben aangemeld bij een ‘wachtbataljon’, ten einde ‘politiediensten’ te verrichten. De duivelse letters ‘SS’ verzwijgt hij. Opbiechten zich voor de Germaanse SS te hebben aangemeld, betekende ‘zelf de strop te strikken voor mijn eigen hoofd’, aldus Aantjes in 1979. ‘Dat doe ik niet, was mijn gedachte toen, want daar is ook geen enkele reden toe’.

Die reden was er natuurlijk wél: zijn maatschappelijke carrière. Die begint in september 1945 als Aantjes aan de Rijksuniversiteit Utrecht rechten gaat studeren. Hiertoe moet hij een verklaring tekenen. Punt 1 luidt dat aspirant-studenten geen lid mogen zijn geweest van ‘enige nationaal-socialistische, fascistische of landsverraderlijke organisatie of vereniging’. De Germaanse SS hoort zonder meer in die categorie thuis, maar Aantjes zet toch zijn handtekening onder de verklaring. Hij had zich weliswaar bij de Germaanse SS aangemeld, zo verdedigde hij in 1979 de ondertekening, maar tot een werkelijk lidmaatschap was het niet gekomen. Daarvan was pas sprake als de opleiding was afgerond.

 Handtekening en studie leiden in 1952 tot een baan op het secretariaat van de Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond. Maar de politiek lonkt. In 1955 doet Aantjes voor de ARP een gooi naar het Tweede-Kamerlidmaatschap, maar hij komt niet hoog genoeg op de kandidatenlijst. Vier jaar later lukt het wel. Op 26 mei 1959 wordt Willem Aantjes als kamerlid beëdigd. Dan beginnen ook geruchten te circuleren over een tijdens de bezettingsjaren begane misstap. Ze bereiken fractievoorzitter Bruins Slot die zijn kamerwerk combineert met het hoofdredacteurschap van het antirevolutionaire dagblad Trouw. Bruins Slot geeft een van zijn redacteuren de opdracht de geruchten na te gaan. De uitkomst luidt dat het ging om ‘kwajongensstreken op het gymnasium en het zich melden voor de Arbeidsinzet’. Meer niet, wat voor Bruins Slot reden is de zaak te laten rusten.

 In 1967, als Aantjes tijdens de kabinetsformatie gevraagd wordt minister van Volkshuisvesting te worden, steken de geruchten opnieuw de kop op. ARP-voorzitter Berghuis krijgt de informatie dat Aantjes lid was geweest van de Germaanse SS. Omdat hij had geweigerd tot de Waffen SS toe te treden, was hij in een Drents strafkamp terechtgekomen waar hij als administrateur had gewerkt. Berghuis confronteert Aantjes hiermee, zeggend: ‘Je moet heel sterk in je schoenen staan om nu minister worden’. Aantjes ontkent alles. Van het ministerschap ziet hij af, ‘om gezondheidsredenen’. Veel argwaan wekt dat niet – een aantal jaren eerder is hij zwaar overspannen geweest.

Weer even terug naar het grotere perspectief. Wat gebeurde er nog meer in 1978? De eerste aflevering van de strip Garfield komt uit.
De Amerikaanse astronoom James Christy ontdekt Pluto's maan en noemt haar Charon. Voor het eerst wordt in De Kuip een popconcert gehouden. Ruim 50.000 fans zijn getuige van het optreden van Bob Dylan, die zijn eerste Europese tournee maakt. In de finale van het WK voetbal verliest het Nederlands elftal met 3-1 van gastland Argentinië. Bij een stand van 1-1 in de laatste minuut van de reguliere speeltijd treft Rob Rensenbrink de paal.En weer terug naar ons grote verhaal over Willem Aantjes.

Aantjes’ carrière blijft voorspoedig verlopen. In 1972 volgt hij Barend Biesheuvel op als ARP-fractievoorzitter. Met zijn befaamde ‘Bergrede’, gehouden in 1975 op het eerste CDA-congres, plaatst Aantjes zich nog nadrukkelijker in de schijnwerpers. Hij houdt een vlammend pleidooi voor progressieve beginselpolitiek, een politiek die de hongerigen voedt, dorstigen laaft en naakten kleedt. Hiermee probeert Aantjes het CDA-in-wording op radicaal-evangelische leest te schoeien en het centrum-linkse kabinet-Den Uyl een steun in de rug te geven, maar noch het een noch het ander is het gevolg. Het CDA nestelt zich in het politieke midden, niet buigend naar links, niet naar rechts, om met politiek leider Van Agt te spreken. In maart 1977, drie maanden voor de verkiezingen, valt het kabinet-Den Uyl, om niet weer op te staan. De kabinetsformatie, een helletocht van meer dan een half jaar, brengt een centrum-rechtse coalitie van CDA en VVD achter de regeringstafel. De teleurstelling bij Aantjes is groot. Samen met zes andere bezwaarden in de CDA-fractie geeft hij te kennen het kabinet slechts te zullen ‘gedogen’.

Ook tijdens de kabinetsformatie van 1977, als Aantjes weer voor een ministerspost in beeld komt, doen op het Binnenhof verhalen de ronde over ‘fout’ gedrag tijdens de bezettingsjaren. Kamervoorzitter Anne Vondeling trekt de stoute schoenen aan en vraag Aantjes op de man af of hij, op grond van gedragingen in de oorlog, chantabel is. Antwoord: ‘Ik word niet gechanteerd en ben ook niet te chanteren’. Aantjes verwijst Vondeling naar een interview dat de Haagse Post hem in 1975 heeft afgenomen. Daarin heeft hij zijn bezettingsjaren uit de doeken gedaan: Arbeidsinzet, postbode in Duitsland, naar Nederland teruggekeerd door zich voor ‘politiediensten’ aan te melden – punt uit. Voor Vondeling is daarmee de kous af.

Maar niet voor de Haagse advocaat Henk Dolk, oud-schoolgenoot van Aantjes en getrouwd met de bekende altzangeres Aafje Heynis. Dolk is het al jaren een doorn in het oog dat Aantjes, ondanks de scheve schaats die hij in de oorlog heeft gereden, er niet voor terugschrikt in zijn politieke carrière het hoogste na te streven. Al in 1966 heeft Dolk aan de bel getrokken. Hij laat ARP-voorzitter Berghuis weten dat Aantjes lid is geweest van de NSB. Berghuis benadert Aantjes, die in een brief aan Dolk het lidmaatschap ontkent. In de jaren die volgen ziet Dolk de politieke ster van Aantjes verder rijzen. Eind mei 1977, bij het begin van de formatiebesprekingen, stuurt hij Aantjes een telegram: ‘Wegens uw houding in de oorlogsjaren kunt en moogt u geen ministerschap aanvaarden. Ik behoud mij het recht voor de formateur van mijn opvatting te doen blijken’.

Ruim een jaar later, eind oktober 1978, loopt Dolk RIOD-medewerker A.J. van der Leeuw tegen het lijf, een goede kennis. Het gesprek komt op de opsporing van oorlogsmisdadigers. ‘Jullie zoeken het altijd het zo ver weg’, zegt Dolk. ‘Blijf toch wat dichter bij huis’. Van der Leeuw begrijpt de opmerking niet, waarop Dolk de naam van diens oud-schoolgenoot Aantjes laat vallen. Wist Van der Leeuw dan niet dat Aantjes lid van de NSB was geweest? Van der Leeuw licht Loe de Jong, zijn chef, in. De Jong geeft een medewerker de opdracht het archief van de Deutsche Dienstpost te doorzoeken. Het resultaat is verbijsterend. Volgens de vergeelde papieren is Aantjes in oktober 1944 toegetreden tot de ‘Landstorm’, een onderdeel van de Waffen SS.

Op 3 november 1978 hebben De Jong en Van der Leeuw, in het bijzijn van premier Van Agt en minister van Justitie De Ruiter, een gesprek met Aantjes. Hij wijst de bevindingen van De Jong van de hand. Hij heeft zich aangemeld voor de Germaanse SS, maar is niet werkelijk toegetreden. De Jong gelooft hem niet. ‘U liegt’, bijt hij Aantjes toe. Door loslippigheid van De Jongs vrouw is het RIOD-onderzoek ondertussen bekend geworden bij het Nieuwsblad van het Noorden. Een journalist van de krant belt de RIOD-directeur zondagavond 5 november. De Jong, die bevestigt dat hij onderzoek doet naar een vermeend SS-lidmaatschap van Aantjes, weet dat er nu geen dag meer te verliezen is.

‘Aantjes meldde zich in 1944 bij de SS’, luidt de sensationele opening van het Nieuwsblad van het Noorden de volgende dag. Dezelfde avond doet De Jong in een persconferentie verslag van zijn onderzoek, de vraag stellend of Aantjes nog wel Nederlands staatsburger is. De volgende dag, 7 november, maakt Aantjes zijn aftreden bekend. Tijdens de persconferentie benadrukt hij niet tot de Waffen SS te zijn toegetreden, maar zich slechts voor de Germaanse SS te hebben aangemeld. Het maakt weinig indruk. Het draait allemaal om die twee fatale, na vijfendertig jaar van zwijgen toch bekend geworden letters: SS.

Nader onderzoek heeft ruim een half jaar als verrassende uitkomst dat Aantjes’ lezing de juiste is. Een commissie van drie, die zich over de oorlogsjaren van de gevallen politicus heeft gebogen, concludeert dat Aantjes zich, met de bedoeling Duitsland te ontvluchten, bij de Germaanse SS had aangemeld. Omdat van Duitse krijgs- of staatsdienst geen sprake was geweest, had Aantjes het Nederlanderschap behouden. Aantjes’ naoorlogse jaren zijn door een bijzondere kamercommissie onder de loep genomen. Haar rapport luidt dat er voor chantage geen aanwijzingen zijn, voor een complottheorie evenmin. De commissie laakt Loe de Jong: zijn onderzoek vertoonde grote gebreken, zijn persconferentie niet minder. Wat na de publicatie van beide rapporten blijft staan, is dat Aantjes drie decennia lang misleidende verklaringen heeft afgelegd over zijn oorlogsverleden.

 Aantjes voelt zich in ere hersteld en laat zijn omgeving weten weer een publieke functie te ambiëren. Hij polst deze en gene over een lidmaatschap van de Raad van State. Ook het voorzitterschap van de Omroepraad lijkt hem een geschikte functie. Lauwe, ontwijkende reacties zijn echter zijn deel. Nieuwe hoop krijgt Aantjes in oktober 1979, als hij door een aantal kiesverenigingen kandidaat wordt gesteld voor de kamerverkiezingen van 1981. Maar de CDA-top probeert hem weg te kijken. Uit de achterban van de partij ontvangt Aantjes steunbetuigingen, maar er vallen thuis, op de Koningslaan in Utrecht, ook talloze scheldbrieven op de deurmat. ‘Als je de treurige moed hebt ooit nog een poot in de Tweede Kamer te zetten, kom ik je persoonlijk doodschieten’.

In maart 1980 besluit het partijbestuur Aantjes niet op de advieslijst te zetten. De achterban slaat terug en zet Aantjes op een vijfendertigste plaats. Er volgen maanden van consternatie en discussie, totdat Aantjes uiteindelijk in maart 1981 de handdoek in de ring gooit en afziet van zijn kandidatuur. In de maanden die volgen informeert hij naar een functie bij de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening. Als sprake is van de oprichting van een staatscommissie die zich gaat buigen over de procedurele gang van de kabinetsformatie, klimt Aantjes opnieuw in de pen. Uiteindelijk wordt hij voorzitter van de Kampeerraad, een baantje van nog geen twintig uur per week, tegen een karig jaarsalaris van vijfentwintigduizend gulden. Aantjes ziet de functie (‘een dagelijkse vernedering’) als opstapje. Maar of hij nu belangstelling toont (bedelen is eigenlijk een beter woord) voor het voorzitterschap van de NOS of voor het lidmaatschap van het Europees Parlement – telkens krijgt hij nul op het rekest. Even een break voor we verder gaan.

In 1978 gebeurde ook nog het volgende: Als opvolger van Paus Paulus VI wordt de Italiaan Albino Luciani uitgeroepen tot paus. Hij neemt de naam Johannes Paulus I aan, als eerbetoon aan zijn twee voorgangers, en Gerrie Knetemann wordt op de Nürburgring wereldkampioen wielrennen.

We pakken het verhaal roondom Willem Aantjes weer op. Verbittering is het gevolg. Een uitzending van het VARA-programma Het Zwarte Schaap, in januari 2001, brengt Aantjes voor een groot tv-publiek min of meer eerherstel. In een reactie op het programma steekt ook Loe de Jong de hand in eigen boezem. Zijn persconferentie was ‘te ongenuanceerd’ geweest. ‘Daardoor ontstond het beeld van de veroordeling, zeker in talloze huiskamers’. Het weegt voor Aantjes slechts in bescheiden mate op tegen zijn onvrijwillige ballingschap van meer dan twintig jaar, waarin – tot overmaat van misère – ook zijn huwelijk op de klippen is gelopen. Al die jaren heeft het kostuum dat hij droeg tijdens zijn persconferentie van 7 november 1978, onaangeroerd in de kast gehangen. ‘Dat pak trek ik aan op de dag dat ik terugkom in het parlement’, vertrouwt Aantjes zijn biograaf Roelof Bouwman in 1999 toe. ‘Iedere dag denk ik nog: zal ik het nog een keertje aandoen? Maar ja, dat is voorbij. Allemaal symboliek.’ Tot zover het verhaal uit het Friesch Dagblad.



In later jaren verscheen Aantjes af en toe in de media, waarbij hij zich leek te afficheren als een elder statesman. Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van januari 2003 had Aantjes kritiek op CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende, die daarop als volgt reageerde: "Aantjes wordt binnenkort 80 jaar en vanaf deze plaats wil ik hem daarmee van harte feliciteren."

Doekle Terpstra (destijds voorzitter van het CNV) vond het 25-jarig jubileum van het CDA, dat eind mei 2004 werd gevierd, een mooie gelegenheid om het goed te maken met Aantjes. In een interview met het dagblad Trouw suggereerde hij het CDA duidelijk te maken ‘dat we het bij het verkeerde eind hebben gehad, dat hem daardoor onrecht is aangedaan en dat dat ons spijt’.

De CDA-partijtop wees Terpstra's oproep echter af. Partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt was het met leider Balkenende eens dat eerherstel helemaal niet nodig was. ‘Willem Aantjes functioneert volop als lid en neemt deel aan allerlei partijactiviteiten’, zo stelde zij. De toenmalige fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Maxime Verhagen, vond excuses aan Aantjes om die reden ook ‘geen item’.

Aantjes liet weten ‘volstrekt passief’ met het pleidooi van Terpstra om te gaan. ‘Ik zeg niet dat het nodig is. Ik ben nu 82, het is meer dan 25 jaar geleden. Er zijn sindsdien veel belangrijkere dingen gebeurd in mijn leven. Ik kan het heel goed relativeren.’ Alleen de stelling van Balkenende dat in de partij geen gebrek aan eer was, wilde Aantjes niet onweersproken laten: ‘Zegt de premier dat? Dan heb ik iets over het hoofd gezien. Ik doe inderdaad volop mee in de partij, maar wel altijd op eigen initiatief.’

In het bijzijn van Aantjes zelf, werd op 16 januari 2008 in zijn geboortedorp Bleskensgraaf een standbeeld van hem onthuld door CDA-coryfee Hannie van Leeuwen. Het beeld is een schepping van de Utrechtse beeldhouwer Dennis J. Coenraad.

Een latere directeur van het NIOD, Hans Blom, noemde in 2011 de affaire-Aantjes "het grootste bedrijfsongeluk in de geschiedenis van het Niod".

Aantjes publiceerde vanuit zijn ervaring als (ex-)politicus tot op hoge leeftijd opiniërende artikelen en commentaren over diverse actuele en staatsrechtelijke kwesties. Zo sprak hij zich, evenals Dries van Agt, in 2010 krachtig uit tegen samenwerking tussen het CDA en de PVV. Zowel bij de landelijke verkiezingen in 2006 als in 2010 gaf hij aan op de ChristenUnie te zullen stemmen. Ook op Twitter was Aantjes actief, met tweets met een politieke inhoud.

Aantjes was gehuwd met met Gisela Braun en later met Ineke Ludikhuize, directeur van christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging Passage. Hij had een dochter en twee zonen. Aantjes oudere broer Jan Aantjes (1920-2015) was burgemeester.

Zijn 90e verjaardag, begin 2013, werd uitgebreid gevierd door en met zijn CDA-vrienden. Willem Aantjes overleed op donderdag 22 oktober op 92-jarige leeftijd, toevallig  in hetzelfde jaar als zijn broer.

Hartelijk dank aan de originele makers van de video's en de afbeeldingen.
Afbeeldingen zijn allemaal schreenshots uit video's.

Bronnen:
Friesch Dagblad van 8 november 2003.
Volkskrant van 29 december 2007.
Foto's bewerkt met Fotosketcher.


Andere columns