Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Alblasserdam hield voetjes droog tijdens watersnoodsramp van 13 en 14 januari 1916 (woensdag 13 januari 2016)

Afbeelding bij Column: Alblasserdam hield voetjes droog tijdens watersnoodsramp van 13 en 14 januari 1916

Januari 1916 was een jaar wat in de tijd van de Eerste Wereldoorlog viel. De wereld had zich in deze grote oorlog allerlei problemen op de hals gehaald, die in die tijd samengevoegd werden tot de naam: De Grote Oorlog. Maar in Nederland kwam er nog een probleem bij in januari 1917. Laten we eerst maar eens even naar het bredere beeld van de gebeurtenissen van januari 1916 gaan kijken, voordat we ons in de Nederlandse problemen gaan storten.

1 januari 1916: Rusland opent een aanval op Oostenrijk-Hongarije. Hoewel de gevechten de komende dagen aan beide zijden veel doden oplevert, zijn de gebiedswinsten van beide partijen verwaarloosbaar.

6 tot 8 januari 1916: Slag bij Sheikh Saad: Britse troepen onder George Younghusband, bestemd om het beleg van Kut open te breken en de troepen onder Charles Townshend te ontzetten, verslaan de Ottomanen, die zich stroomopwaarts moeten terugtrekken, echter met groot verlies aan manschappen.

8 januari: De laatste geallieerde soldaten worden geëvacueerd van de kust van Gallipoli.

13 en 14 januari 1916: Watersnood rond de Zuiderzee. Vele dijken breken door waardoor vele plaatsen en uitgestrekte landerijen in Noord-Holland, Utrecht en Gelderland onder water komen te staan. Deze ramp zal leiden tot de Zuiderzeewet van 1918, dijkverzwaring, en uiteindelijk tot de aanleg van de Afsluitdijk.

19 januari 1916: De Britse onderzeeboot HMS H6 loopt vast in het Friesche zeegat bij Schiermonnikoog. Omdat het Verenigd Koninkrijk in oorlog is en Nederland neutraal wordt de H6 in beslag genomen.

25 januari 1916: Na een bliksemveldtocht tegen Montenegro sluit Oostenrijk-Hongarije een wapenstilstand met dit koninkrijk.

Maar nu naar de waterproblemen van deze maand. Een overstroming is een gebeurtenis waarbij een aanzienlijke hoeveelheid water uit een zee, rivier of meer plaatsen bereikt die normaal gesproken niet onder water staan. Indien dit ernstige vormen aanneemt spreekt men door de verwoestende uitwerking ook wel van watersnood of ramp. Land dat door een overstroming definitief verloren gaat, noemt men wel verdronken land.

In Nederland en omliggende landen worden overstromingen vooral veroorzaakt door de Noordzee, die door storm wordt opgestuwd, waardoor dijken kunnen doorbreken. Combinatie met een springtij en/of hoge waterstanden in de benedenloop van de grote rivieren kan dit effect nog versterken. Bij de laatste grote stormvloed, de Watersnood van 1953, had de combinatie van een langdurige zware noordwesterstorm en een springvloed rampzalige gevolgen. Het overstromingsrisico kan worden vastgesteld met behulp van modellen.

Maar ook langs de rivieren zijn regelmatig dijken doorgebroken. Extreme regenval in de bovenstroomse gebieden of veel smeltwater uit de Alpen kan leiden tot wateroverlast. Naast hoogwater kunnen ook andere oorzaken tot overstromingen leiden, zoals dijkverzakkingen door langdurige droogte. In tegenstelling tot een overstroming door zeewater loopt het rivierwater in hoger gelegen gebieden na verloop van tijd vanzelf weer weg, maar kan ondertussen voor veel schade en overlast zorgen. In lagergelegen gebieden moet water uit laaggelegen polders worden weggepompt.

Ook door hevige regenval in bergachtige gebieden kunnen ernstige overstromingen optreden in lager gelegen dalen. Onder sommige omstandigheden kan ook het snel smelten van sneeuw op bergen leiden tot overstromingen.

In tropische landen kunnen overstromingen ontstaan door enorme regenval tijdens de Moesson. In bijvoorbeeld Bangladesh zijn hierdoor verschillende rampen geweest (onder andere in 1989 en in 2004). Zeebevingen kunnen leiden tot tsunami's, vloedgolven die grote schade aanrichten zodra zij een kust raken. En in 2006 kreeg Oost-Java te maken met een modderstroom van extreme omvang. Hierbij begon de modder uit de grond te stromen na een boring.

De watersnood van 1916 wordt in Nederland ook wel de vergeten watersnood genoemd.

Deze stormvloed van 1916 is een watersnoodramp die zich op 13 en 14 januari 1916 in Nederland vooral rond de Zuiderzee voltrok.
De stormvloed viel samen met een hoge afvoer op de rivieren. Als gevolg hiervan braken op tientallen plaatsen de dijken en was er daarnaast op veel plaatsen sprake van schade aan binnenbeloop en bekleding van de dijken. In de provincie Noord-Holland vielen 19 doden, terwijl er bij diverse scheepsrampen op zee nog eens 32 mensen omkwamen. In totaal dus 51 doden als gevolg van deze overstromingen. Koningin Wilhelmina bezocht in die dagen de getroffen gebieden.

Eerst even een opsomming van die delen van Nedreland die het meest getroffen werden:  Het zuidwestelijk deel van het eiland Rottumeroog inundeerde. Buitenpolders (buitendijks gebied) nabij Holwerd en Oldelamer liepen onder. De dijken bleken te laag, daarnaast trad op veel plaatsen schade op aan de dijkbekleding.

Bij Zwolle liep de dijk Kleine Weezenland over. Bij Zwartsluis liep een dijk over. Langs het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht liepen dijken over en moest opgekist worden. De Dronther overlaat liep gedurende 20 uur over en heeft het Overijsselse land op de linkeroever van de IJssel onderwater gezet. Overal langs de Zuiderzee liepen dijken over. Ten noorden van Elburg werd een gat in de dijk geslagen, hoewel deze gelukkig niet geheel doorbrak. Ten oosten van Nijkerk ontstond wel een doorbraak. Ten westen van Nijkerk waren twee doorbraken van elke circa 140 m en nog twee gaten van 75 m en 90 m breed.

Ook in Utrecht werden meerdere gaten in dijken geslagen. Het land achter Spakenburg, Bunschoten en Zeldert tot aan Amersfoort werd overspoeld. Militairen en burgers zijn ingezet om noodzeeweringen te leggen in de Anna Paulownapolder. Zakken met klei en zand worden neergelegd en daarna met aarde bedekt. Extreem hoog water langs de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwestenwind.

Dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt. Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 februari 1916 het water over de Waterlandse Zeedijk, die bij Katwoude brak. Hierdoor liep praktisch de hele regio Waterland onder. Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam-Noord had het water vrij spel. Ook de verschillende polder- en ringdijken verdwenen goeddeels onder. De Purmer en Wijdewormer bleven droog, evenals de dijken langs IJ en Zuiderzee.

Het dieptepunt werd bereikt in de nacht van 22 op 23 februari met een noordoostelijke sneeuwstorm. Twee mannen verdronken op 18 februari in het Buikslotermeer toen zij zich niet langer aan een telefoonpaal konden vasthouden. Tussen de vluchtelingen in de kerk van Buiksloot glipte een meisje van vier het water in en verdronk. Daarnaast verdwenen vee, (huis)dieren en goederen in de golven.

Ook het eiland Marken met zijn lage kades liep onder water. Hier vielen 16 dodelijke slachtoffers. Tevens brak de Amsteldijk bij Anna Paulownapolder. Hier kwamen twee mensen om het leven.

Rotterdam, Slikkerveer, Ridderkerk, Maassluis en Dordrecht liepen onder doordat de rivieren hun water door de hoge waterstand op zee niet meer kwijt konden. Bij Oostvoorne werd zes meter kust weggeslagen. De Biesbosch liep grotendeels onder. Tevens vond een doorbraak plaats bij Lage Zwaluwe waardoor een polder onder kwam te staan. Het water op de benedenrivieren kwam op verschillende plekken tot aan de kruin en bij de Krimpenerwaard zelfs over de kruin.

Maar gelukkig voor Alblasserdam en de Alblasserwaard bleken de dijken hier op dat moment in 1916 sterk genoeg om deze stormvloed tegen te houden. Nergens heb ik berichten over overstromingen in onze streek in 1916 kunnen vinden. (Rectificatie: Van Dhr. van Kleef uit Sliedercht kreeg ik de opmerking dat, hoewel er binnendijks in dit gebied geen gronden onder water liepen, maar buitendijks in Kinderdijk wel, zie hiervoor ook de foto's onder deze column.)

Mr. G. Vissering, president van De Nederlandsche Bank schreef in het Algemeen Handelsblad van die dagen dat Nederland het Plan-Lely om de Zuiderzee af te sluiten maar snel moest gaan uitvoeren. De Zuiderzeevereeniging organiseerde later in Amsterdam een tentoonstelling hierover. Ir. Lely diende op 9 september 1916 zijn definitieve ontwerp in.

Deze ramp in combinatie met de voedselschaarste, gedurende de Eerste Wereldoorlog, leidde tot de totstandkoming van de Zuiderzeewet.

De dijkversterkingen die naar aanleiding van de ramp werden uitgevoerd, waren in 1926 voltooid. In 1932 werd de Zuiderzee 'getemd' met de aanleg van de Afsluitdijk.

De watersnoodramp van 1916 trof, zoals we hierboven al beschreven, grote delen van ons land, vooral de gebieden langs de kusten van de toenmalige Zuiderzee. Deze haast vergeten ramp gaf dus duidelijk de verdere aanzet tot de uiteindelijke bouw van de Afsluitdijk. Na de opening van de Afsluitdijk zou Nederland nooit meer hetzelfde zijn……

Even terug naar begin 1916 om de oorzaak van deze overstromingen te gaan bekiken. Op 13 en 14 januari 1916 stak er dus een grote storm op in Nederland. Vooral delen van Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Overijssel overstroomden. Zelfs Amsterdam werd bedreigd omdat grote gebieden ten noorden van de hoofdstad onderliepen. Bij deze ramp kwamen tientallen mensen om, op het land en in de zee.

Dit was deels te wijten aan de al hoge waterstand in de twee weken daarvoor. Door krachtige tot stormachtige (zuid)westen winden was de waterstand in de Noord- en Zuiderzee al 30-70 cm hoger dan gewoonlijk. Bovendien vond op 11 januari een noordwesterstorm plaats en een dag later kwam er een krachtige wind vanuit het zuidwesten. Zodoende kon het hoogstaande water geen weg terug naar ver op de zee vinden voordat de fatale storm toe zou slaan.

De oorzaak van deze storm was een depressie die op 11 januari nabij IJsland ontstond, in kracht won en waarvan het middelpunt net langs het noorden van Nederland trok. De luchtdruk net achter de depressie was veel hoger waardoor er grote luchtdrukverschillen ontstonden bij het overtrekken van de storm. Hierdoor waaide er een stevige wind: aanvankelijk uit de west-noordwest richting in het zuiden van de Noordzee, waardoor water naar de Nederlandse kust gedreven werd. De depressie bewoog zich vrij langzaam waardoor de storm lang aanhield. De windkracht (op de schaal van Beaufort) bleef in Den Helder gedurende 18 uur ten minste windkracht 8 en maximaal 10, waarvan 12 uur uit een noordwestelijke richting. Bij Hoek van Holland werd zelfs 7 uur lang windkracht 11 gemeten.

Door de depressie stegen de waterstanden enorm op verschillende plaatsen in Nederland, zowel in het Zuiderzeegebied als aan de Noordzeekust, tot meer dan 3,00 meter boven NAP. De hoogste waterstanden waren in combinatie met vloed. Dat was vooral te merken aan de Noordzeekust waarbij het hoge water tijdens de eerste vloedfase rond het middaguur op 13 januari (ruim 2 meter boven NAP) waarna de hoogste standen worden gereikt nabij middernacht.

Voor het Zuiderzeegebied werden de hoogste waterstanden rond 5 uur in de ochtend van 14 januari bereikt. Recordhoogtes werden gemeten in Spakenburg, Muiden, Zeeburg en Marken. Een groot geluk bij een ongeluk was het doodtij, waardoor de waterstanden niet nog veel hoger reikten. De bovenrivieren daarentegen voerden echter extra water af in de dezelfde periode, waardoor de druk op rivierdijken extra toenam.

In Overijssel was de Zuiderzeekust van het Salland minder goed tegen hoog water bestand dan gehoopt: het gebied ten westen van Zwolle inclusief de Hanzestad Kampen overstroomde. In het noordwesten van Gelderland braken de dijken ten noorden en ten zuiden van Elburg door. Grote delen van de Noordwestelijke Veluwe liepen hierdoor onder. Gelderland werd verder hard getroffen bij Nijkerk, waar ook een dijk doorbrak. Datzelfde gebied dat onder water stond, betrof ook delen van Utrecht (Spakenburg) en Noord-Holland (Huizen) waar veel dijken het begaven. Botters sloegen bij Spakenburg tegen de zeedijk of zelfs tegen huizen stuk. Veel vee vond de dood in de provincie Utrecht, waaronder 466 runderen, 481 varkens en 2774 kippen.

In Noord-Holland brak verder de dijk van de Anna-Paulownapolder door. Veel bomen stierven in delen van de polder, die het langst onder water stonden door het hoge zoutgehalte van het water, terwijl later ingezaaide gewassen niet ontkiemden. Verder liep een groot areaal ten noorden van Amsterdam onder door diverse dijkdoorbraken. In het bij Purmerend ondergelopen Waterland ‘was de aanblik van het grasland treurig’ volgens een verslag uit 1916. De veestapel was door de boeren zelf van de hand gedaan. In Noord-Holland vonden 19 mensen de dood door de vloed.

In Zuid-Holland had vooral het Biesboschgebied te maken met overstromingen, deels veroorzaakt door de al hoge waterstand van de rivieren. In tegenstelling tot de watersnoodramp in Zeeland van 1953, had Zeeland relatief weinig overlast in 1916.

De watersnood was cruciaal in de besluitvorming voor het indammen van de invloed van de Zuiderzee. Plannen daarvoor waren al enkele eeuwen daarvoor gemaakt, maar de technologie voor het indammen was ontoereikend destijds. Daar kwam verandering in tegen het einde van de negentiende eeuw. De Zuiderzeevereniging, opgericht in 1886, had als doel om de Zuiderzee geheel of gedeeltelijk in te polderen. Dit leverde uiteraard zeer veel nieuwe, vruchtbare (klei)landbouwgrond op. Cornelis Lely maakte daarvoor een plan dat in 1891 klaar lag.

Een wetsvoorstel voor dit plan werd in 1901 weer van tafel geveegd door een nieuw kabinet. Uiteindelijk ging Lely zich er zelf mee bemoeien. Hij was namelijk naast ingenieur ook politicus, en diende in maar liefst drie kabinetten. In zijn laatste periode in de regering, toen hij wederom minister van Waterstaat was, werd zijn plan opgenomen in het regeringsprogramma. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914 werd de aandacht snel verlegd, maar niet voor lang. Halverwege de oorlog kwam namelijk de stormvloed. Deze enorme overstroming gaf uiteindelijk het laatste zetje. Naast de gewenste landbouwgrond die moest helpen tegen de hongersnood door de oorlog was bescherming tegen de gevaarlijke Zuiderzee noodzakelijk.

In 1918 lukte het Lely om de Zuiderzeewet goed te laten keuren door zowel de Tweede als Eerste Kamer. De wet daarvoor was op 9 september 1916 al ingediend door Lely. De arbeid aan de Zuiderzeewerken begint uiteindelijk in 1926 met de aanleg van de Noord-Hollandse proefpolder Andijk. In 1927 begon de bouw van de Afsluitdijk die in 1932 klaar was en in 1933 openging voor het verkeer. Stormen uit de Zuiderzee zouden Nederland nooit meer kunnen teisteren. In 1967 wordt Lelystad, 3 meter onder de zeespiegel, vernoemd naar de ingenieuze Cornelis Lely. De nagenoeg vergeten storm van 1916 laat zo, indirect, grote sporen na in het Nederlandse landschap.

Nog even wat beter naar Noord-Holland in het begin van 1916 kijken: In Noord-Holland stond het water langs de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwesten wind al extreem hoog. Dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt.
Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 februari 1916 het water over de Waterlandse Zeedijk, die bij Katwoude en Uitdam brak. Hierdoor liep praktisch de hele regio Waterland onder. Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam had het water vrij spel. Ook de verschillende polder- en ringdijken verdwenen goeddeels onder water. Wel bleven de Purmer en Wijdewormer droog, evenals de dijken langs IJ en Zuiderzee.

Dat er twee mannen verdronken op 18 februari in de Buikslotermeer, toen zij zich niet langer konden houden aan een telefoonpaal, vertelden we al. Maar tussen de vluchtelingen in de kerk van Buiksloot glipte een meisje van vier het water in en verdronk. Daarnaast verdwenen vee, (huis)dieren en goederen in de golven.

Het dieptepunt van deze storm in Noord- en Zuid-Holland werd echter bereikt in de nacht van 22 op 23 februari met een noordooster sneeuwstorm. Ook het eiland Marken met zijn lage kades liep onder water. Hier vielen 16 dodelijke slachtoffers. Tevens brak de Amsteldijk bij Anna-Paulownapolder.

Deze ramp en de latere hongersnood van 1918 leidden dus tot de totstandkoming van de Zuiderzeewet. De watersnood leidde ook tot de oprichting van de stormvloedseindienst.

In een documentaire in zwart-wit over de Zuiderzeevloed in de Anna Paulownapolder en bij Edam in januari 1916, die enkele dagen na de opname als journaal werd vertoond, zie we met lange registrerende shots hoe wordt getoond dat het water in de straten van het dorp staat. Langzaam glijdt de camera langs de boerderijen, vrijstaande huizen en arbeiderswoningen die half in het water verdwenen zijn. Ook wordt getoond hoe de spoordijk tussen Kwadijk en Edam overspoeld is en hoe de koeien tijdelijk in een hooggelegen kerk worden ondergebracht.

De film is geproduceerd en gedistribueerd door de eerste Nederlandse Filmfabriek F.A. Nöggerath (FAN Film) te Amsterdam.

In Zuid-Holland kwam het water op de benedenrivieren op verschillende plekken tot aan de kruin en bij de Krimpenerwaard zelfs over de kruin, maar de dijken bleven heel. Als de verantwoordelijke mensen in die tijd even verder hadden gekeken dan alleen het zwaar getrooffen gebied rondom de Zuiderzee, dan hadden ze misschien de bescherming tegen het water in het zuiden van Nederland gelijk ook aangepakt, en waren de dijken in Zuid-Holland en Zeeland misschien ook voor de watersnoodsramp van 1953 opgehoogd, zodat er in 1953 minder slachtoffers zouden zijn gevallen. Er wordt wel eens gezegd: Regeren is vooruitzien, maar dat is duidelijk door de verantwoordelijke regeringsleiders van het begin van de vorige eeuw niet goed genoeg gedaan…….

Als Alblasserdam in 1916 geen droog voetje had gehouden, dan waren de dijken in Zuid-Nederland in die jaren misschien wel verhoogd, en zouden er tijdens de watersnoodsramp van 1953 misschien niet zoveel slachtoffers zijn geweest……..

Maar daar had men in 1916 dus duidelijk het hoofd niet naar staan.

Op 21 februari van 1916 begon met de aanval van het Duitse vijfde leger op de vesting Verdun in noord-frankrijk een van de bloedigste slagen uit de eerste wereldoorlog. In februari-juli sneuvelden hier 600.000 soldaten zonder dat er noemenswaardige voortgang plaarts vond…..

Op 20 maart 1916 publiceerde Albert Einstein zijn Algemene Relativiteitstheorie.

Op 1 mei 1916 voerde Nederland de Zomertijd in…….

Maar om alles nog even goed in perspectief te plaatsen gaan we nog even kijken naar 1 juli 1916, toen begonnen de gezamenlijke Britse en Franse legers langs de rivier de Somme een grootscheepse (en tot mislukken gedoemde) aanval op de Duitse stellingen, de Slag aan de Somme. Alleen al op deze dag verloren vele tienduizenden soldaten het leven. Dit is de dag waar de meeste Britse slachtoffers vielen in de Britse militaire geschiedenis, circa 37.000 slachtoffers waarvan 19.240 gesneuvelden……..

Als we deze vreselijke verliezen lezen, dan vallen de 51 doden die de watersnoodsramp van begin 1916 in Nederland te betreuren had, geheel in het niet.

Hartelijk dank aan de originele makers van de video en de afbeeldingen.
Bronnen: Wikipedia en het grote internet.
Foto's bewerkt met het programma Fotoscetcher.

Film hierboven: Extreem hoog water in de Zuiderzee vóór de ramp door aanhoudende noordwestenwind. Dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt. Noordwaarts ruimende wind joeg in de ochtend van 14 februari 1916 het water over de Waterlandse Zeedijk, die bij Katwoude en Uitdam brak. Hierdoor liep praktisch de hele regio Waterland onder. Tussen Zaandam, Purmerend en Edam tot aan het IJ bij Amsterdam had het water vrij spel. Ook de verschillende polder- en ringdijken verdwenen goeddeels onder. Tevens brak de Amsteldijk bij Anna-Paulownapolder. Hier kwamen 2 mensen om het leven. (Bron: Noordhollands Archief)

Hieronder nog enkele nagekomen foto's (Met hartelijke dank hiervoor aan Dhr. R.v.Kleef)

Hierboven nog een beeld van de watersnood van 1916

Rechts een beeld van het stormweer op 9 februari 1889.

De temperatuur op 9 februari 1889 lag rond de 1,7 °C. Er was 2 mm
neerslag. De winddruk was 190 kgf/m2 en kwam overheersend uit het
west-zuid-westen. De luchtdruk bedroeg 74 cm kwik. De relatieve
luchtvochtigheid was 94%. (Bron: KNMI)

Een verhaal over de stormramp van 1889 vind u hier.
(Bron tekst: www.batraven.nl en Nieuws van de Dag))


Andere columns