Alles over Alblasserdam...

Column

Hier vind je de column van Hennie van der Zouw. Wil je reageren op een van de columns? Stuur hem dan een berichtje op hennie@avant.nl. Of bel hem op kantoor waar hij als vrijwilliger werkzaam is: Tel. nr. 088 - 65 40 402.

Over de columnist:

Hennie van der Zouw, oud leerkracht uit het basisonderwijs is geboren in Bolnes in de gemeente Ridderkerk en sinds 1995 is hij inwoner van Alblasserdam. Hennie is getrouwd en vader van een zoon. Hij is geinteresseerd in computers, I.C.T., stripverhalen, sport en geschiedenis.

Hennie heeft in de laatste vijftien jaar een aantal artikelen gepubliceerd in het Stripschrift, een blad met achtergrondverhalen over strips en het beeldverhaal in het algemeen.

Hennie is ook de webmaster van de websites van H.V. Anderz.

Hennie heeft inmiddels, onder pseudoniem een aantal sportboeken gemaakt en in eigen beheer gepubliceerd bij Brave New Books. De boeken over voetbal en schaatsen weerspiegelen Hennie;'s interesse in sport, en er zijn onder zijn eigen naam inmiddels ook twee bundels van zijn hier op www.alblasserdam.net gepubliceerde columns verschenen.

In december 2016, zo rond Sinterklaas is de tweede bundel van deze columns verschenen. Columns, altijd verankert in de geschiedenis, die proberen om Alblasserdam in het grotere verband van de wereldgeschiedenis en de tijd te laten zien......

Column:

Julius Caesar en Lybische vijgen in Alblasserdam (woensdag 15 juni 2016)

Afbeelding bij Column: Julius Caesar en Lybische vijgen in Alblasserdam

Egbert en Douwe: De aantekeningen van Opa - Deel 2.

Inleiding:
Enkele weken geleden kwamen mijn twee neefjes weer eens bij me op bezoek. Ook deze keer kwamen ze met een opdracht van school: Zij moesten, net als een klein jaartje geleden weer een zogenaamd ‘ooggetuigenverslag’ maken van gebeurtenissen in en rondom de plek, waar later Alblasserdam gesticht zou worden. Dit keer moest het verslag zich afspelen in de tijd van Julius Caesar, dus in de eerste eeuw vor christus, en wel rond het jaar 55 voor Christus. Dus ook nu moest het weer een verslag van gebeurtenissen worden, alsof ze er zelf bij geweest waren.

Ze hadden me hierover eerst heel enthousiast opgebeld. ‘Oompie, we moeten weer een verslag maken, en we lazen onlangs in het tijdschrift van de Historische Vereniging West Alblasserwaard dat er een potscherf met het opschrift Lybie uit de tijd van Julius Caesar in Alblasserdam gevonden was, en toen schoot ons te binnen, dat we bij de aantekeningen van Opa daarover ook iets gezien hadden. Iets over Julius Caesar wat we denken te kunnen gebruiken. Mogen we dat even komen bekijken? Please?’

Mijn neefjes, Egbert en Douwe, zijn twee leergierige knapen, echte Hollandse jongens, zou je kunnen zeggen, jongens die weten wat ze willen. Egbert en Douwe hadden ook al bedacht hoe ze het verhaal aan wilden pakken, maar voor de details wilden ze toch graag mijn hulp, want ik woonde tenslotte in Alblasserdam. En vorig weekend kwamen ze dan ook langs.

Ik verwees ze eerst maar weer eens naar Wikipedia en naar de websites over Julius Caesar, voor een uitvoerige verdieping in deze materie.

Maar na een half uurtje begon dat de heren blijkbaar te vervelen, en zag ik ze met elkaar fluisteren. En na een paar minuten had Egbert blijkbaar de stoute schoenen aan getrokken:

“Oompje…..? Mogen we nu ook nog even naar zolder, want de vorige keer dat we in de koffer van Opa zochten, ontdekten we ook iets over Julius Caesar, en dat willen we graag gebruiken voor ons werkstuk? Mag dat?” Dat laatste was in koor.

En toen ik ‘ja’ had gezegd stormden ze naar boven, mij beduusd achterlatend……..

Na enkele uren hoorde ik hun voetstappen weer naar beneden komen: “Oompje, met dank aan Opa is het ons weer gelukt. Wilt u het lezen? Het gaat nu over Egbertus en Douwerix, onze verre voorvaderen…..”  

Proloog:
Het was januari in het 55ste jaar voor Christus, en Egbertus afkomstig uit een kleine nederzetting in Zuid-Nederland, waar hij met zijn gezin woonde, was enkele jaren eerder gerecruteerd door Julius Caesar om in zijn legioenen te komen dienen. Hij was na bewezen diensten in Zuid-Italie eervol ontslagen en wilde terug naar zijn gezin in Zuid-Nederland. De nederzetting waar Egbertus vandaan kwam, lag op de plaats waar nu Alblasserdam zich ongeveer bevindt, en Egbertus moest dus op zijn tocht naar huis door heel Italie trekken. Hij besloot er het beste maar van te maken, en was naar Rome getrokken. Na zijn ontslag uit het legioen was hij begonnen om zijn wedervaardigheden op te schrijven, en maakte gelijk van de nood een deugd, door ook op te schrijven wat hem allemaal overkwam op zijn tocht naar huis. In Rome aangekomen wilde daar verslag doen van de alledaagse activiteiten omdat hij dacht dat zijn familieleden dat wel leuk zouden vinden om te lezen.
Douwerix, een neef van Egbertus, was afkomstig uit dezelfde nederzetting, was ook door Julius Caesar gerecruteerd voor zijn legioenen, en bevond zich op het moment dat Egbertus in Rome aankwam, in  in Noord-Gallie en had ook een dagboekje bijgehouden over de gebeurtenissen rondom de aanwezigheid van Julius Caesar in dit gebied.

Julius Caesar, die inmiddels Gallie had veroverd, was zich aan het voorbereiden voor de veroverring van Britannie. Maar eerst zou Julius Caesar nog een paar hobbeltjes glad moeten strijken, en daar wilde Douwerix graag bij zijn.

Deel 1:
55 v. Chr.: Januari: Egbertus is dus in Rome: In Rome worden Gnaius Pompeius Magnus en Marcus Licinius Crassus door de Senaat gekozen tot consul van het Imperium Romanum. Een prachtverhaal voor Egbertus, wat hij dus ook in geuren en kleuren beschrijft voor het nageslacht.

Deel II:
55 v. Chr.: Mei: Douwerix bevindt zich in de buurt van het huidige Zaltbommel: De Germaanse stammen van de Tencteri en Usipeti bedreigen de bevoorradingsroutes van het Romeinse leger. Julius Caesar verslaat deze Germanen in twee veldslagen, eerst  in het rivierengebied van de Maas en daarna na hun overtocht over de Rijn bij Kleef. Caesar was in die tijd dus hier in de buurt. In 55 voor Christus heeft hij in het gebied ten zuiden van de Maas, twee Germaanse stammen gedecimeerd.

Dit stelt archeoloog Nico Roymans, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, op basis van historisch, archeologisch en geochemisch onderzoek. Hij vond resten van deze slachting bij de Noord-Brabantse dorpen Kessel en Lith, ten oosten van Zaltbommel. Douwerix doet in zijn dagboek op niet mis te verstane wijze verslag van deze slachting, en dat zullen we hier niet vermelden.

Deel III:
55 v. Chr.: Juni: Egbertus is nog steeds in Rome: De Senaat voert de Romeinse wet Lex Trebonia in; de ambtstermijn van Julius Caesar als proconsul van Gallië en Illyrië wordt met 5 jaar verlengd.

Als een verre neef van Julius Caesar hoort in een ontmoeting met Egbertus, dat Egbertus naar in Noord-Gallie wil reizen, krijgt hij wat mee.

Egbertus krijgt van deze neef van Caesar de opdracht om drie stenen kruiken met vijgen uit Lybie naar Julius Caesar in Noord-Gallie te brengen.

Deze vijgen zijn het lievelings eten van Julius Caesar.

Deel IV: 
55 v. Chr.: Juni: Douwerix, nog steeds soldaat, is bij het huidige Bonn aan de Rijn in toenmalig Germanie: Julius Caesar laat hier een tijdelijke houten brug, van ongeveer 140 meter lang, over de Rijn bouwen en voert een verkenningstocht uit in Germanië. Na deze tocht vertrekt Julius Caesar weer naar Noord-Gallie, waarna de brug ook weer wordt afgebroken. Douwerix doet op een prachtige manier hierover verslag in zijn dagboek.

Deel V:
55 v.Chr.: Juni: Egbertus is met zijn stenen kruiken met vijgen bij Julius Caesar aangekomen in Noord Gallie.

Caesar treft voorbereidingen voor een expeditie naar Brittannië en draagt het bevel van het Romeinse leger in Gallië over aan Lucius Aurunculeius Cotta.

Maar voor hij vertrekt kan Egbertus hem de kruiken nog net overhandigen.

Julius Caesar is er zo blij mee, dat hij als dank aan Egbertus een van de kruiken teruggeeft. Deze mag Egbertus houden, als een soort beloning.

Deel VI:
55 v. Chr.: Juli: Douwerix bevindt zich, tijdens een kort verlof, na teruggekeerd te zijn uit Germanie in de kleine nederzetting, bij wat nu Alblasserdam is, waar zijn en Egbertus gezinnen wonen.

Ook Egbertus komt intussen terug naar deze nederzetting, met zijn kruik met vijgen uit Lybie. Egbertus reisde met een schip wat goederen vervoerde voor de bevoorrading van de aanval van Julius Caesar op Engeland en kwam in de loop van deze maand ook terug in deze nederzetting. Douwerix krijgt vijgen uit Libie van Egbertus. Na dit korte verlof moet Douwerix zich weer bij zijn legioen melden, en egbertus besluit mee te gaan.  Ze vertrekken samen met de vloot van Julius Caesar naar Engeland, Egbertus wil dit toch niet missen, al is hij geen soldaat meer. Met betraande ogen zien zijn en Douwerix zijn gezinsleden hen na deze korte thuiskomst weer gaan…...

Deel VII:
55 v. Chr.: Augustus: Egbertus en Douwerix zijn aangekomen in Engeland: Een Romeinse vloot van 80 schepen landt met een Romeins expeditieleger bestaande uit Legioen VII en Legioen X bij Deal in de buurt van Dover, aan de Engelse kust. 

Egbertus hoort hier praten over een samenzwering van Kelten en Germaanse stammen om Julius Caesar in de rug aan te vallen.

Hij stuurt een bericht, misschien wel via een postduif, naar Douwerix, die Julius caesar hierover inlicht.

Deel VIII:
55 v. Chr.: Winter: Egbertus keert terug naar de nederzetting waar hij woont, maar Julius Caesar ondervindt intussen felle tegenstand van de Kelten.

De Romeinse vloot wordt tot overmaat van ramp ook nog geteisterd door stormen en de Romeinen, met in hun gelederen nog steeds Douwerix trekken zich uiteindelijk terug naar Gallië. 

Epiloog:
Douwerix komt na deze tocht terug naar zijn woonplaats, ook hij heeft na zijn bericht over de samenzwering eervol ontslag gekregen uit het leger, en hij deelt alles wat hij meegemaakt heeft, met Egbertus. Ze leggen hun beider dagboeken naast elkaar. De gezinnen van Egbertus en Douwerix doen zich tijdens een gezamenlijke maaltijd, te goed aan de vijgen, maar laten dan onvoorzichtig de kruik in stukken valen. De resterende vijgen worden gered en opgegeten, maar de kapotte stukken van de kruik worden op de vuilnisbelt gegooid. Egbertus redt echter een stuk, waar het woordt Lybie ingekrast was……..

En in 54 v. Chr. Kijken we nog even naar Julius Caesar. Caesar ging dat jaar terug naar Brittannie en slaagde er ditmaal wel in om zijn leger aan land te krijgen. Ook deze keer kende hij enkele tegenslagen, zoals de vernietiging van een groot deel van zijn leger door een nieuwe storm. Na een periode waarin bleek dat hij de overmacht had, besloot hij toch om met zijn leger terug te keren naar Gallië. De volgende tachtig jaar bleef het eiland Brittannie gevrijwaard van Romeinse invallen.

In 2016 wordt er buiten het dorp Alblasserdam een scherf van een voorraadpot met een inscriptie erop gevonden. IBVA of LBVA staat er op de potscherf. Hieruit is misschien af te lijden, dat dit een scherf van een pot is waarin Vijgen uit Libie kunnen hebben gezeten.

“Maar waar zijn u de dagboeken van Egbertus en Douwerix gebleven,”  vraag ik nieuwsgierig aan mijn neefjes, nadat ik hun verhaal aandachtig had gelezen….?

“Ja, oompje, dan moet u het hele verhaal lezen, er staat ook nog wat op de achterkant van het laatste blad.” Of het Egbert of Douwe was zie dit zei, weet ik eigenlijk niet meer, maar dat ze beide zaten te gniffelen zie ik in gedachten nog voor me, en ik sla het laatste blad om, en lees: In het jaar 44 voor christus horen Douwerix en Egbertus, nu respectvolle boeren met grote gezinnen, dat Julius Caesar is vermoord in Rome. Van verdriet drinken ze zich beide een stuk in de kraag, en totaal dronken weten ze die nacht niet meer wat ze doen, of wat er allemaal gebeurd is die nacht, maar als ze de volgende dag uit hun roes ontwaken, zijn een groot aantal huizen van hun dorpje afgebrand, ook hun huizen met alles wat erin zat. Ook hun dagboekjes zijn verbrandt…….. Wat er van hun gezinnen is geworden vertelt het verhaal eigenlijk niet……..

Als laatste zeggen mijn neefjes met een brok in hun keel: “Zo zou het dus gebeurd kunnen zijn. Zo zou die potscherf met het opschrift Lybie dus in de Alblasserdamse grond terecht gekomen kunnen zijn, maar het echte verhaal zullen we dus nooit weten.” Kunt u ons trouwens nu gelijk naar huis brengen oompje, want dan kunnen we dit verhaal morgen gelijk inleveren, met de dank weer aan Opa……. 


Bronnen:
- Wikipedia en het verdere internet.
- De gegevens over de Lybische scherf zijn afkomstig het artikel van Clement van Kooten (Een Romeinse nederzetting in Alblasserdam, deel 3) wat verscheen in het tijdschrift van de Historische Vereniging West-Alblasserwaard (jaargang 35, nr 1 – 2016)

Hartelijk dank aan de originele makers van de afbeeldingen.


Achtergrondinformatie:

Julius Caesar: Gaius Julius Caesar was geboren in Rome, op 12 of 13 juli van het jaar 100 v.Chr., en aldaar vermoord op de Iden van maart, dat is 15 maart in het jaar  44 v.Chr.

Hij was een Romeins politicus, generaal en schrijver. Hij wordt meestal kortweg Julius Caesar of Caesar genoemd en was een van de machtigste mannen van zijn tijd.

Kelten: Met Kelten wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die gedurende het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip.

Een Kelt was een spreker van een Keltische taal. Hun voorouders verspreidden zich vanuit een kerngebied in Centraal-Europa zowel in westelijke als oostelijke richting.

Rond het begin van onze jaartelling bevolkten Keltische stammen de Britse Eilanden, Gallië, het Iberisch Schiereiland en delen van Midden-Europa en de Balkan. De Keltische talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie.

Gnaius Pompeius Magnus: Gnaeus Pompeius Magnus, ook bekend als Pompeius of Pompeius de Grote was geboren in Rome op 29 september in het jaar 106 v.Chr.en vermoord in Egypte op 29 september van het jaar 48 v.Chr. Hij was een militaire en politieke leider ten tijde van de late Romeinse Republiek.

Pompeius sloot zich aan bij zijn rivaal Marcus Licinius Crassus en zijn bondgenoot Julius Caesar in de officieuze militair-politieke alliantie die bekendstond als het eerste triumviraat. Pompeius en Caesar streefden naar het leiderschap over de Romeinse staat, en dit leidde tot een burgeroorlog. Toen Pompeius verslagen werd bij de Slag bij Pharsalus, vluchtte hij naar Egypte, waar hij vermoord werd.

Zijn carrière en nederlaag waren belangrijk en de daaropvolgende transformatie van de Romeinse Republiek in het Principaat en het Keizerrijk.

Germanen: Met de Germanen wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die rond het begin van onze jaartelling een Germaanse taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. Een Germaan was een spreker van een Germaanse taal.

De Germaanse talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie. Destijds woonden Germanen in Scandinavië en op de Noord-Europese Laagvlakte.


Andere columns